nr. 4
VERSLAG
Vastgesteld 6 oktober 2008
De vaste commissie voor Justitie1, belast
met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als
volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde
vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie
de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.
Inhoudsopgave
ALGEMEEN 1
1. Inleiding 1
2. Werkingssfeer 2
3. Schets van de belangrijkste wijzigingen in verordening 1393/2007,
ten opzichte van verordening 1348/2000 2
4. Gevolgen voor bedrijfsleven en burger 3
ARTIKELEN 3
Artikel 6 3
ALGEMEEN
1. Inleiding
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
onderhavig wetsvoorstel. Zij constateren dat het wetsvoorstel is ingegeven
vanuit de wens om verzending en de betekening of kennisgeving van gerechtelijke
en buitengerechtelijke stukken te versnellen. Dit wetsvoorstel levert daar
een aanzienlijke bijdrage aan. Deze leden constateren dat de verordening waarop
dit wetsvoorstel is gestoeld de werking van een eerdere verordening op dit
terrein wil verbeteren. Het blijft echter onduidelijk op welke punten deze
nieuwe verordening afwijkt van de oude. Graag ontvangen zij een nadere uitleg
op dit punt.
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel,
dat dient ter uitvoering van een nieuwe EG-verordening die ondermeer als doel
heeft de verzending van stukken verder te versnellen en de rechtszekerheid
van verzender en ontvanger te verhogen. Zij hebben nog enige vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Zij kunnen instemmen met het voorstel om de toepassing van de verordening,
de verzending en de betekening en kennisgeving van stukken tussen de lidstaten
nader te verbeteren.
2. Werkingssfeer
De leden van de CDA-fractie constateren dat verordening 1393/2007 van
toepassing is in burgerlijke en handelszaken. Uitdrukkelijk is gesteld dat
de verordening niet van toepassing is in bijvoorbeeld fiscale, douane- en/of
administratieve zaken. Deze leden vragen waarom het toepassingsbereik zo krap
is gehouden. Deelt de regering de mening dat de kans had kunnen worden gegrepen
om ook andere rechtsgebieden te laten profiteren van een efficiënte wijze
van versturen van gerechtelijke stukken? Graag ontvangen zij een reactie op
dit punt.
3. Schets van de belangrijkste wijzigingen in verordening
1393/2007 ten opzichte van verordening 1348/2000
De leden van de SP-fractie hebben een vraag over de beoordeling of de
geadresseerde een bepaalde taal begrijpt. De bewijslast dat de geadresseerde
een taal begrijpt, die niet zijn eigen taal is, rust op degene die om betekening
of kennisgeving heeft verzocht. Dat ligt voor de hand, maar hoe kan de verzender
dat in de praktijk aantonen? Speelt dit dat pas wanneer de ontvanger in verzet
komt tegen het stuk dat opgesteld is in een andere taal dan de eigen taal
of is de kans daartoe verkeken wanneer het stuk niet onmiddellijk is geweigerd?
Heeft de toevoeging van de Duitse taal (naast de Engelse taal) in artikel
4 van de uitvoeringswet gevolgen voor de uiteindelijke ontvanger van het stuk,
of slechts voor de ontvangende en verzendende instantie in Nederland? Indien
dit laatste het geval is, zijn zij daar dan allen toe in staat en goed op
voorbereid?
De leden van de VVD-fractie vragen de regering nader in te gaan op de
mogelijkheid van de verzendende instantie om in het aanvraagformulier een
termijn op te nemen waarna de betekening of kennisgeving niet langer verplicht
is. In het kader van de termijn stelt de regering namelijk dat het in de praktijk
denkbaar is dat de verzendende instantie hier aangeeft dat de ontvangende
instantie ten minste twee pogingen moet doen tot betekening in persoon. Kan
de regering deze leden aangeven hoe de «termijn» op het aanvraagformulier
zich verhoudt tot de praktijk waarin «aantal pogingen» wordt afgesproken?
Op welke wijze geven andere lidstaten uitvoering aan de mogelijkheid termijnen
op te nemen? Wat zou een redelijke termijn zijn? En als er «aantal pogingen»
zou worden gehanteerd, hoeveel tijd moet of mag hier dan naar mening van de
regering bij voorkeur tussen zitten? Graag ontvangen deze leden een nadere
toelichting op deze punten.
De leden van de VVD-fractie zijn verheugd met de mogelijkheid van herstel
van verzuim ten aanzien van betekening of kennisgeving van het stuk in de
juiste taal in lijn met de uitspraak van het Europees Hof van Justitie.
4. Gevolgen voor bedrijfsleven en burger
De leden van de CDA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat op
dit moment verschillende voorstellen in voorbereiding of aanhangig zijn om
de lasten voor het bedrijfsleven en burgers te verminderen op het gebied van
het procesrecht. Kan de regering aangeven om welke wetsvoorstellen het precies
gaat en in welk stadium deze zich momenteel bevinden?
ARTIKELEN
Artikel 6
De leden van de VVD-fractie merken op dat de vaste vergoeding voor betekening
en kennisgeving via de Nederlandse ontvangende instantie in overleg met de
Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders is vastgesteld op € 65.
Deze leden zijn geen voorstander van een uniform Europees tarief, wat overigens
ook niet haalbaar bleek, maar zij vragen de regering wel nader inzichtelijk
te maken hoe dit Nederlandse tarief zich verhoudt tot tarieven van andere
lidstaten, met name lidstaten waarin de betekening en kennisgeving door de
gerechten zelf plaatsheeft.
De voorzitter van de commissie,
De Pater-van der Meer
De adjunct-griffier van de commissie,
Van Doorn
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD),
Arib (PvdA), Ondervoorzitter De Pater-van der Meer (CDA), Voorzitter Çörüz
(CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok
(CDA), Azough (GL), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk),
De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA),
Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA) en Anker (CU) Slob
(CU).
Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Weekers (VVD),
Smeets (PvdA), Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA),
Roemer (SP), Vacature (SP), De Vries (CDA), Halsema (GL), Dijsselbloem (PvdA),
Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD),
Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD),
Spekman (PvdA), Vacature (SP), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en
Slob (CU).