Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2012
Bij de regeling van werkzaamheden op 10 april j.l. heeft uw Kamer besloten dat zij
ruim voor het AO Valys / doelgroepenvervoer op 19 april een brief wenste te ontvangen
naar aanleiding van een uitzending van Zembla op 6 april j.l. («Stress door de taxibus»).
In deze uitzending wordt aan de hand van voorbeelden gesteld dat door gemeentelijke
bezuinigingen zowel de kwaliteit van de Regiotaxi alsook de naleving van de CAO taxi
door taxiwerkgevers onder druk is komen te staan. Met deze brief voldoe ik, mede namens
de minister van I&M, aan het verzoek van de Kamer.
De in de uitzending van Zembla getoonde voorbeelden lijken betrekking te hebben op
personen die op grond van de Wmo gebruik mogen maken van speciaal vervoer met taxi’s
of taxibussen, danwel tegen een gereduceerd tarief van de Regiotaxi gebruik kunnen
maken. Gemeentelijk gehandicaptenvervoer van goede kwaliteit is voor mensen met een
mobiliteitsbeperking belangrijk om zo zelfstandig mogelijk te kunnen participeren
in de samenleving. De Wmo biedt hiervoor het kader en de waarborgen: de compensatieplicht
«verplicht» gemeenten tot het bieden van een kwalitatief goede vervoersvoorziening
voor mensen met een mobiliteitsbeperking.
In de uitzending wordt steeds de Regiotaxi als dit speciale vervoer aangeduid. In
de praktijk wordt het speciale vervoer voor Wmo-geïndiceerden vaak samen met de Regiotaxi
aanbesteed en uitgevoerd. De Regiotaxi is vraagafhankelijk vervoer dat voor iedereen
openstaat. In de praktijk blijkt dat circa 80% van de reizigers van de Regiotaxi op
grond van de Wmo tegen een gereduceerd tarief gebruik maakt van dit vervoer. Circa
20% betaalt een hoger tarief.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanbestedende partijen (gemeenten, provincies
en stadsregio’s) om te zorgen voor een kwalitatief goede vervoersvoorziening, onder
meer door middel van een zo goed mogelijke aanbesteding, een effectieve monitoring
van de afgesloten contracten en een goede klachtenafhandeling. Zij kunnen bij het
aanbesteden en monitoren gebruik maken van de handreikingen die in de afgelopen jaren
in opdracht van de ministeries van OCW, IenM en VWS zijn ontwikkeld. Belangrijke onderdelen
daarvan zijn de handboeken professioneel aanbesteden uit 2009 en het project «Grip
op Vervoer» om de inspraak van gebruikers te verbeteren. Doel van deze professionaliseringsslag
was om de kwaliteit van het contractvervoer te verbeteren en het aantal klachten en
incidenten terug te dringen. Metingen van de kwaliteit van het contractvervoer geven
aan dat de ervaren kwaliteit is verbeterd. Uw Kamer is hierover per brief1 geïnformeerd. Het is evenwel helaas niet uit te sluiten dat er lokaal incidenten
kunnen voorkomen, zoals ook wordt geïllustreerd in de uitzending.
Het gunnen van een opdracht op de economische meest voordelige inschrijving betekent
niet dat er geen kwaliteitseisen gesteld worden aan het vervoer. Gemeenten, provincies
en stadsregio’s kunnen in hun bestek hoge eisen stellen aan de potentiële vervoerder.
Als een potentiële vervoerder voldoet aan deze eisen, en daarbij een lagere prijs
biedt dan andere vervoerders dan hoeft geen sprake te zijn van een slechte kwaliteit
van het vervoer. Wel zal de opdrachtgever moeten toezien op de juiste naleving van
het contract. Bij dit opdrachtgeverschap hoort ook dat een gemeente zichzelf een goed
inzicht verschaft in door reizigers ervaren kwaliteit van de uitvoering, onder meer
via een goede klachtenregeling. Daarnaast is er de betrokkenheid van en het toezicht
door de gemeenteraad op het beleid en de uitvoering daarvan door gemeentebesturen.
Natuurlijk is het niet de bedoeling dat door een economisch scherpe inschrijving de
aandacht voor de kwaliteit van het vervoer afneemt en de naleving van de CAO onder
druk komt te staan. In de uitzending wordt uitgebreid stilgestaan bij de naleving
van de CAO Taxi. Zaken die betrekking hebben op de inhoud danwel naleving van een
CAO zijn in eerste instantie een verantwoordelijkheid van werknemers en werkgevers.
KNV Taxi (de brancheorganisatie van taxibedrijven) heeft samen met FNV Bondgenoten
en CNV Vakmensen deze verantwoordelijkheid genomen door het Sociaal Fonds Taxi (SFT)
op te richten. Het SFT controleert bij taxibedrijven of de CAO Taxi wordt nageleefd.
Goede bedrijven worden iedere drie jaar geïnspecteerd, slechte bedrijven elk jaar.
SFT kijkt steeds terug tot aan de laatste controledatum. Sinds eind 2011 geeft het
SFT na een controle aan ondernemers de kwalificatie «voldoende» of «onvoldoende».
Opdrachtgevers (zoals gemeenten, provincies en stadsregio’s) kunnen bij hun (potentiële)
vervoerder naar die verklaring vragen of zelfs als eis opnemen. KNV Taxi adviseert
aanbestedende partijen actief om uitsluitend in zee te gaan met vervoerders die een
«voldoende» scoren.
De inspanningen van werkgevers- en werknemersorganisaties om te zorgen voor een goede
naleving van de CAO, de metingen van de kwaliteit van het contractvervoer waaruit
blijkt dat de ervaren kwaliteit over het algemeen is verbeterd en de waarborgen die
wetgeving zoals de Wmo en de Wp2000 biedt ten aanzien van een kwalitatief goed vervoer
geven mij en de minister van I&M voldoende vertrouwen in de bestaande mogelijkheden
voor gemeenten, provincies en stadsregio’s om goed vervoer te realiseren.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner