31 521
Taxibeleid

nr. 21
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2009

Per brief d.d. 2 april 2009 (2009Z06142/2009D16011) heb ik vragen ontvangen van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat over VIP-taxivervoer. In antwoord hierop bericht ik u het volgende.

De term VIP-taxivervoer in de brief kan mogelijk tot misverstanden leiden. VIP’s kunnen zich namelijk op verschillende manieren laten rijden:

1. In een auto die op naam van zijn/haar bedrijf staat, waarbij de chauffeur een werknemer van hetzelfde bedrijf is dan wel een ingehuurde chauffeur;

2. In een taxi, waarbij voor het vervoer de chauffeur én de auto worden ingehuurd.

Vanwege vertrouwelijkheid en continuïteit alsmede – strenger wordende – veiligheidseisen zal VIP-vervoer vaak plaatsvinden met een eigen auto én chauffeur. In dit geval gaat het dus om een privé-auto, die een gele kentekenplaat heeft; de chauffeur heeft een werknemersstatus conform de Arbeidstijdenwet. De chauffeurs van deze auto’s moeten zich houden aan de algemene Arbeidstijdenwet, waarvoor de minister van SZW verantwoordelijk is. De recent aan de Raad van State voorgelegde voorstellen voor wijziging van het Arbeidstijdenbesluit voor persoonlijke chauffeurs hebben op deze categorie betrekking.

Auto’s waarmee taxivervoer wordt verricht, moeten voorzien zijn van een blauwe taxikentekenplaat. Het vervoer dat ondernemingen voor eigen rekening en risico ten behoeve van hun werknemers verrichten, is specifiek uitgezonderd in artikel 2 van het Besluit personenvervoer 2000. Op dit vervoer zijn de eisen die aan taxivervoer gesteld worden niet van toepassing. Voor de auto’s waarmee dit vervoer wordt verricht, is geen blauwe kentekenplaat verplicht.

In het geval van taxivervoer is de chauffeur gehouden aan het Arbeidstijdenbesluit vervoer; hoofdstuk wegvervoer/taxi. Omdat sprake is van taxivervoer, geldt ook de eis dat de auto is voorzien van een blauwe kentekenplaat.

In het licht van bovenstaande ga ik in op de cases in uw brief.

1. Klant houdt VIP-taxi aan omdat deze door blauwe kentekenplaat gezien wordt als taxi

Het VIP-vervoer vindt vaak plaats in een auto met een geel kenteken omdat de chauffeur werknemer is van het bedrijf waarvoor het vervoer plaatsvindt of wordt ingehuurd door de onderneming. Indien VIP-vervoer per taxi plaatsvindt door inhuur van een taxi, moet de auto voorzien zijn van een blauwe kentekenplaat. Ik ben van mening dat in deze situatie de chauffeur kan aangeven of de taxi al dan niet vrij is.

2. VIP-taxi rijdt naar Duitsland: onduidelijke situatie voor Duitse autoriteiten

Ik zal de Duitse politie in de grensstreek informeren over de van toepassing zijnde Nederlandse regels. Overigens kan en hoeft de Duitse politie niet te controleren op de Nederlandse eis dat voor bepaald taxivervoer een taxameter in de auto aanwezig moet zijn.

3. Rust- en rijtijdenregelgeving voor VIP-vervoer

Een situatie als deze kan zich theoretisch incidenteel voordoen. Op de werkzaamheden van de chauffeur in de privé-auto zijn de regels van het Arbeidstijdenbesluit vervoer niet van toepassing (omdat dit vervoer geen taxivervoer is), maar wél de regels van de Arbeidstijdenwet, indien deze rit in opdracht van de werkgever van deze chauffeur wordt gemaakt. Momenteel zijn rij- en rusttijden voor taxichauffeurs in het kader van de uitwerking van de Toekomstvisie Taxi onderwerp van onderzoek. Over de resultaten hiervan zal ik de Tweede Kamer voor het zomerreces informeren.

4. Inhuur student als chauffeur in eigen auto van de klant

Indien het gaat om beroepsmatige vervoersactiviteiten in dienstbetrekking zijn voor de betreffende chauffeur de arbeids- en rusttijden volgens de Arbeidstijdenwet van toepassing.

Conclusie

Het doel van de blauwe taxikentekenplaat is om consumenten en handhavers te helpen beroepsmatig personenvervoer te onderscheiden van ander personenvervoer. Ik ben van oordeel dat het huidige systeem voldoet en dat dit daarom zoveel mogelijk in stand gehouden moet worden.

Deze kwestie van het VIP-vervoer is eerder aan de orde geweest. Volledigheidshalve wijs ik u op de brief van 15 maart 2001 van de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat aan de Tweede Kamer (TK 2000–2001, 25 910, nr. 33). Daarin is verslag gedaan van een verkenning van mogelijkheden om voor VIP-vervoer een uitzondering toe te staan op het verplicht voeren van de blauwe taxikentekenplaat. Conclusie hiervan was dat het risico hiervan te groot is, doordat afbreuk gedaan wordt aan de voor de gehele taxibranche met het blauwe taxikenteken beoogde effecten.

In het verlengde hiervan ben ik van oordeel dat het verstandig is het huidige systeem zoveel mogelijk in stand te houden om te vermijden dat bij de handhaving nieuwe complicaties optreden.

De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J. C. Huizinga-Heringa

Naar boven