Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931518 nr. 7

31 518
Aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot invoering van een procedure voor deelgeschillen ter bevordering van de buitengerechtelijke afhandeling van letsel- en overlijdensschade (Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade)

nr. 7
VERSLAG

Vastgesteld 6 oktober 2008

De vaste commissie voor Justitie1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

Inhoudsopgave

ALGEMEEN 1

1. Inleiding 1

2. De aard van de deelgeschilprocedure 2

3. Adviezen 3

3.1 Administratieve lasten 3

3.2 Verhouding tot de bestaande (buiten)gerechtelijke vormen van geschilbeslechting 4

3.3 Belasting rechterlijke macht 4

3.4 Toepassingsgebied deelgeschilprocedure 5

3.5 Procesvertegenwoordiging 6

3.6 Kosten 6

3.7 Hoger beroep en status deelgeschiluitspraak 7

ARTIKELEN 7

ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel voorziet in een nieuwe procesvorm, namelijk de deelgeschilprocedure. Met deze nieuwe procedure wordt tegemoet gekomen aan de wens vanuit de praktijk om de buitengerechtelijke afhandeling van letselen overlijdensschade sneller te laten verlopen. Nu is het namelijk nog vaak zo dat de afhandeling van letsel- en overlijdensschadezaken veel tijd in beslag neemt. Genoemde leden hopen dat het wetsvoorstel daarin een kentering kan brengen en langdurige procedures tot het verleden gaan behoren. Behalve tijdswinst kan het wetsvoorstel ook een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van de werkdruk bij de rechtelijke macht. Indien de deelgeschilprocedure goed gaat werken zal dit tot gevolg hebben dat er minder bodemprocedures in eerste aanleg nodig zullen zijn. Dit zal een aanmerkelijke verlichting van de werkdruk betekenen. Gezien het grote maatschappelijke draagvlak, hopen deze leden dat de regering haast maakt met implementatie van de wet.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden zijn van mening dat als dit voorstel eenmaal kracht van wet heeft, er een snellere buitengerechtelijke afhandeling van de personenschade zal komen en dat dit in het belang van het slachtoffer zal zijn. Zij onderschrijven daarom de doelstelling van dit voorstel.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben hierover nog enige opmerkingen en vragen.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. Met de regering zijn zij van mening dat voorgestelde aanvullende nieuwe procesvorm een bijdrage kan leveren aan het versnellen en vereenvoudigen van de afhandeling van letsel- en overlijdensschade. Door het realiseren van toegang voor beide betrokken partijen tot de rechter ter oplossing van deelgeschillen kunnen eventuele impasses doorbroken worden ten gunste van een buitengerechtelijke procedure en kunnen (duurdere en langduriger) gerechtelijke (bodem-)procedures worden voorkomen.

2. De aard van de deelgeschilprocedure

De leden van de CDA-fractie constateren dat de deelgeschilprocedure, naast de al bestaande mogelijkheden van afdoening buiten de fundamentele bodemprocedure zoals mediation, arbitrage, bindend advies, of een kort geding, een nieuw instrument voor de burger is om geschillen op te lossen. Kan de regering ter verduidelijking aangeven welke meerwaarde de deelgeschilprocedure heeft ten opzichte van de al bestaande mogelijkheden, zoals het bindend advies en het kort geding? In tegenstelling tot arbitrage, bindend advies en mediation hoeft bij een deelgeschilprocedure geen overeenstemming te zijn tussen beide partijen. Deze leden hebben behoefte aan een antwoord op de vraag waarom partijen zullen kiezen voor een deelgeschilprocedure en niet de voorkeur geven aan bijvoorbeeld mediation of arbitrage in het geval er wel overeenstemming bestaat tussen beide partijen. De sector civiel van de rechtbank zal veelal de bevoegde rechter zijn in een deelgeschilprocedure. In de memorie van toelichting staat dat anders dan het kort geding de behandeling van de deelgeschilprocedure niet plaatsvindt voor de voorzieningenrechter. De leden van de CDA-fractie vragen waarom de deelgeschilprocedure niet plaats kan vinden voor de voorzieningenrechter. Graag ontvangen zij een reactie van de regering op dit punt.

De leden van de SP-fractie vinden het begrijpelijk dat naar mogelijkheden wordt gezocht om te komen tot vereenvoudiging en versnelling van de afhandeling van letsel- en overlijdensschade. Voorop staat voor deze leden de fundamentele ongelijkheid tussen het slachtoffer en zijn of haar tegenpartij. Meestal is dat een verzekeringsmaatschappij. Laatstgenoemde heeft tijd en geld genoeg en dat is wat het slachtoffer doorgaans ontbeert. Dat met name de positie van het slachtoffer, zeker op het terrein van de letselschade, om meer dan één reden fundamenteel verbetering behoeft, staat daarom voor deze leden buiten kijf. Zij vragen in hoeverre de deelgeschilprocedure een gedeelte van de ongelijkheid in rechtspositie kan wegnemen.

De aan het woord zijnde leden verzoeken de regering nogmaals te onderzoeken of een regeling tot stand kan worden gebracht die voorziet in een deelgeschilprocedure slechts op gezamenlijk verzoek van partijen of een extra rechtsingang alleen voor het slachtoffer en diens naasten respectievelijk nabestaanden. Deze leden zien hierin een aanvulling van de mogelijkheden om een gedeelte van de rechtsongelijkheid weg te nemen die zich doet voelen wanneer de benadeelde – immers wie eist, bewijst – belast wordt met het bewijs van zijn stelling dat hij door een fout van de tegenpartij schade heeft geleden.

De leden van de SP-fractie menen dat afwikkeling van letselschade duurt jaren duurt, veelal ook buitengerechtelijk. Zij constateren dat er al meerdere projecten zijn waarbij geprobeerd wordt om te komen tot een vereenvoudiging en versnelling van de afhandeling. In het bijzonder willen deze leden wijzen op het project van de Haagse rechtbank, waarin door gespecialiseerde rechters in alle complexe letselschadezaken meervoudig na antwoord wordt gecompareerd. Meervoudig compareren door gespecialiseerde rechters is buitengewoon effectief gebleken nu bijna 80% van de zaken ter zitting wordt geregeld en in de rest van de zaken tot nu toe na de comparitie steeds meteen eindvonnis is gewezen. Welke andere soortgelijke initiatieven zijn er bij andere rechtbanken ontplooid en wat zijn de resultaten van die initiatieven? Zijn die even effectief gebleken als het Haagse project, zo vragen deze leden.

De leden van de SP-fractie vragen waarop de verwachting is gebaseerd dat er minder bodemprocedures nodig zullen zijn nu het bij de maximaal 5% van de zaken die dit betreft toch vooral om de zaken gaat met grote financiële belangen. Zullen de grote belangen niet een gebruik van de deelgeschilprocedure waarin geen beroepsmogelijkheid is voorzien in de weg staan? Hoe groot wordt acht de regering de kans dat een eenzijdig gestarte deelgeschilprocedure zal leiden tot verwijdering tussen partijen in plaats van het dichter bij elkaar brengen van partijen? Is de opzet van de procedure om als breekijzer te fungeren?

De leden van de VVD-fractie vragen de regering nader inzichtelijk te maken hoe de «zekere bindende kracht» van de deelgeschilbeslissing geïnterpreteerd dient te worden. De bindende kracht is blijkens de memorie van toelichting gelijk aan de bindende kracht van een door de bodemrechter zonder voorbehoud gegeven beslissing in een tussenvonnis. Kan de regering aan de hand van enkele voorbeelden duidelijk maken in welke gevallen de rechter de deelgeschilbeslissing als «niet bindend» terzijde kan schuiven?

Voorts verzoeken deze leden de regering inzicht te geven in de status van een deelgeschilbeslissing binnen het Europees juridisch kader.

3. Adviezen

3.1 Administratieve lasten

De leden van de VVD-fractie vragen met het oog op een effectieve evaluatie die inzicht geeft in gevolgen voor administratieve lasten, de regering nader te motiveren waarom wordt afgezien van een nulmeting. Juist inzicht in de gevolgen voor de administratieve lasten is van belang bij de evaluatie van het instrument en de beoordeling van de mogelijkheden en wenselijkheid het bereik uit te breiden. Graag ontvangen deze leden een reactie van de regering op dit punt.

3.2 Verhouding tot de bestaande (buiten)gerechtelijke vormen van geschilbeslechting

De leden van de CDA-fractie menen dat, gezien de complexiteit bij letselschadezaken, het betrekken van de deskundigen vaak noodzakelijk zijn. Een voorbeeld is een arts bij het vaststellen van lichamelijk letsel. Een bepaalde mate van kennis zal voorhanden moeten zijn wil een rechter een oordeel kunnen vormen over een zaak. Ofschoon deze leden begrijpen dat het raadplegen van deskundigen gepaard zal gaan met enige tijd, willen zij de regering toch vragen of er geen mogelijkheden zijn om deskundigen bij het proces te betrekken. Is de regering bereidt om het voor partijen mogelijk te maken om deskundigen op te roepen?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering de mogelijkheid dat een deelgeschilprocedure ook kan worden gevoerd indien al een bodemprocedure aanhangig is, niet uitsluit. Deze leden erkennen dat deze situatie zich niet vaak zal voordoen, maar achten een dergelijke samenloop desalniettemin onwenselijk. Is de regering met deze leden van mening dat het de duidelijkheid ten goede komt deze mogelijke samenloop uit te sluiten? Is de regering voornemens hier alsnog actie op te nemen? Eenzelfde probleem lijkt te spelen ten aanzien van het «opstapelen» van deelgeschilprocedures. De leden van de VVD-fractie vragen de regering toch nadrukkelijker in te gaan op de vraag hoe vaak dergelijk instrument moet kunnen worden ingeroepen. Wanneer ligt het starten van een bodemprocedure meer voor de hand? Hoe dienen rechters hier invulling aan te geven gezien de grote vrijheid en gelet op de wenselijkheid van landelijk uniforme toepassing en toegang tot de deelgeschilprocedure? Graag ontvangen deze leden een nadere toelichting van de regering op bovenstaande punten.

3.3 Belasting rechterlijke macht

De leden van de CDA-fractie hebben behoefte aan een reactie van de regering op de twijfels van de Raad voor Rechtspraak over de doeltreffendheid van onderhavig wetsvoorstel. De Raad stelt dat door de veelal complexiteit van letselschadezaken partijen toch vaak zullen kiezen om de zaak niet buitengerechtelijk op te lossen. Deelt de regering deze mening? Wat zijn de te verwachten gevolgen voor de lastendruk voor het rechterlijke apparaat?

Deelt de regering de mening van deze leden dat voorkomen moet worden dat over ieder deelgeschil een aparte procedure wordt gevoerd? Gezien het kostenaspect zal gestreefd moeten worden om de verschillende deelgeschillen zo veel mogelijk te bundelen. Deelt de regering deze visie? Zo ja, hoe gaat de regering dat bereiken?

De leden van de CDA-fractie vinden de waarschuwing van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (hierna: NVvR) terecht dat de tuchtrechtelijke regels van advocaten dat zij onderlinge correspondentie (schikkingonderhandelingen) niet openbaar maken, beletselen kunnen opwerpen voor de doeltreffendheid van voorliggend wetsvoorstel. De regering geeft aan dat indien zulks tot problemen leidt, de gedragsregels worden aanpassen. Hoe denkt de regering de gedragsregels die voor advocaten onderling gelden in dat geval te kunnen aanpassen? Verwacht de regering niet op weerstand van de Nederlandse Orde van Advocaten te stuiten?

De leden van de PvdA-fractie constateren dat partijen vaker dan één keer een deelgeschil kunnen voorleggen aan de rechter om uiteindelijk te komen tot een vaststellingsovereenkomst. Zij vragen waarom niet gekozen is voor een beperking van het aantal keren dat dit mogelijk is. Zij zien geen toegevoegde waarde van dit instrument als partijen bijvoorbeeld drie keer een verzoek doen in het kader van een deelgeschilprocedure. Genoemde leden vragen of dit wel in het belang van de snelle afhandeling van de schade is en schatten in dat dit de kosten van een bodemprocedure zal overschrijden. Tevens kan uit het meermalen voorleggen van een deelgeschil aan de rechter blijken dat men niet spoedig zal komen tot overeenstemming in de hele schadeafhandeling. Graag ontvangen deze leden een reactie van de regering op dit punt.

De leden van de SP-fractie menen dat de Raad voor Rechtspraak terecht wijst op de complexiteit van letselschadezaken. Het is juist de moeilijkste categorie zaken (maximaal 5%) die aan de rechter worden voorgelegd en volgens de Raad zal in deze zaken de deelgeschilprocedure slechts een beperkte rol kunnen spelen. Hoe valt dit te rijmen met de verwachting van de regering dat deelgeschilprocedures niet zullen leiden tot extra belasting van de rechtelijke macht omdat ze het aantal bodemprocedures zullen doen verminderen?

De aan het woord zijnde leden lezen in de memorie van toelichting dat de NVvR het mogelijk acht dat een onwillige aansprakelijke de deelgeschilprocedure als vertragingstactiek gebruikt. Waarom wordt, gelet op het feit dat een benadeelde geen belang heeft bij vertragingstactiek, niet overwogen om het recht van de deelgeschilprocedure slechts toe te kennen bij een gemeenschappelijke aanvraag of eenzijdig aan de benadeelde?

Het is voor de leden van de SP-fractie niet denkbaar dat het aantal deelgeschilprocedures in een zaak wordt beperkt, gelet op de vele vragen die voor de deelgeschilprocedure in aanmerking kunnen komen. Beperking zou kunnen leiden tot een tactisch gebruik van de procedure en deze leden achten dit ongewenst.

De leden van de VVD-fractie vragen de regering, indachtig de problematiek rondom samenloop en stapelen van deelgeschilprocedures, nader in te gaan op de vragen van de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht omtrent de ruimte van de rechter gelet op de afwijzingsgrond van artikel 1019z Rv. Kan de regering aan de hand van enkele voorbeelden aangeven welke ruimte de rechter heeft een verzoek om een deelgeschilprocedure af te wijzen?

De aan het woord zijn de leden vragen de regering nader in te gaan op de mogelijke complicaties en consequenties ten aanzien van de tuchtrechtelijke normen van advocaten omtrent het openbaren van confraternele correspondentie. Welke mogelijke problemen voorziet de regering en welke aanpassingen van de gedragsregels zullen dientengevolge het meest voor de hand liggen?

3.4 Toepassingsgebied deelgeschilprocedure

De leden van de CDA-fractie zijn tevreden dat de regering geen geschillen heeft willen uitsluiten. In principe kunnen alle deelgeschillen tussentijds worden afgehandeld. Met betrekking tot de aansprakelijkheidsvraag stelt de memorie van toelichting echter dat deelgeschillen waarvan te verwachten is dat de beantwoording kostbaar zal zijn en veel tijd in beslag zal nemen, zich minder snel zullen lenen voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Deze leden vragen de regering wie de grens in zulke gevallen gaat bepalen. Hoe komt een rechter tot de keuze om niet een deelgeschilprocedure niet toe te staan? Graag ontvangen de leden van de CDA-fractie een reactie op dit punt.

De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat met name op het terrein van de medische klachten veel deelgeschilprocedures kunnen worden verwacht. Problemen zullen daarbij ook kunnen optreden omdat het vaak niet eenvoudig is om een deskundige te vinden of om de juiste vraagstelling te formuleren. Tevreden zijn deze leden dan ook met het feit dat er door diverse instanties onderzoek wordt gedaan naar stroomlijning en doorstroming van deze categorie zaken. In de memorie van toelichting staat dat dit de aandacht van de regering heeft. De leden van de CDA-fractie zien echter van de regering geen concrete voorstellen. Kan de regering aan deze leden voorstellen doen?

De leden van de PvdA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat de rechter het verzoek van behandeling in een deelgeschilprocedure dient af te wijzen, indien de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende bijdraagt aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Dit zou het geval kunnen zijn als de procedure wordt ingezet als vertragingstactiek. Deze leden vragen of het niet voldoen aan dit verzoek niet juist vertraging oplevert in het gehele traject. Men zou in een dergelijk geval er vanuit kunnen gaan dat een bodemprocedure wordt gestart om de gehele letselschade rechterlijk af te handelen. Dit zou alleen maar meer vertraging opleveren. Kan de regering aangeven of in een dergelijk geval het de voorkeur verdient om in de deelgeschilprocedure juist te proberen om te komen tot een finale afhandeling van het geschil? Dat zou het omgekeerde effect zijn van het beoogde doel, namelijk een snelle afhandeling daar waar de bedoeling was de zaak te vertragen.

3.5 Procesvertegenwoordiging

De leden van de CDA-fractie constateren dat de Vereniging Letselschade Advocaten (hierna: VLA) verplichte procesvertegenwoordiging in alle zaken nodig acht vanwege de complexiteit van de zaken die in de deelgeschilprocedure aan de orde zullen komen. Deelt de regering het standpunt van de VLA? Verplichte procesvertegenwoordiging geldt zodra de zaak niet meer door de kantonrechter kan worden afgedaan. Maar hoe wordt bij een deelgeschilprocedure – de hoogte van de geleden schade of de geëiste schadevergoeding staat nog niet vast – bepaald of partijen naar de kantonrechter of naar de sector civiel van de rechtbank moeten? Hoe moeten burgers gedurende het langslepende proces het bedrag inschatten zodat ze weten welke rechter bevoegd is? Graag ontvangen deze leden een reactie op bovenstaande punten van de regering.

De leden van de SP-fractie achten, gelet op de complexiteit van letselschadezaken en de omstandigheid dat deelgeschillen doorwerken in de afwikkeling van een totale zaak, in navolging van de VLA, procesvertegenwoordiging in alle zaken nodig. De grote belangen rechtvaardigen naar mening van deze leden een onafhankelijke belangenbehartiger. De voorziene verhoging van de competentiegrens tot 25 000 euro sterkt hen in deze opvatting. Deelt de regering deze mening?

3.6 Kosten

De leden van de CDA-fractie constateren dat de deelgeschilprocedure zozeer is verbonden met een afwikkeling buiten rechte, dat de daarvoor gemaakte kosten ook mogen worden beschouwd als kosten van buitengerechtelijke afwikkeling. Zij vragen de regering hoe de relatie in deze is met het Rapport Voorwerk II? Hoe verhouden zich de in het Rapport Voorwerk II gedane aanbevelingen zich met de invoering van een deelgeschilprocedure?

De leden van de SP-fractie onderschrijven de zienswijze dat de kosten van de deelgeschilprocedure tot de buitengerechtelijke kosten dienen te worden gerekend. Gelet op het feit dat de aansprakelijke – veelal een verzekeraar – een duidelijk sterkere positie inneemt, achten deze leden het gerechtvaardigd dat de kosten van de deelgeschilprocedure die eenmaal ten laste van de aansprakelijke partij zijn gebracht, daar ook worden gelaten. Hiermee wordt ook voorkomen dat de aansprakelijke partij alsnog zal kiezen voor een bodemprocedure om de kosten van kleur te laten verschieten.

3.7 Hoger beroep en status deelgeschiluitspraak

De leden van de PvdA-fractie lezen dat tegen de beslissing van de rechter in de deelprocedure geen hoger beroep openstaat. Zij begrijpen dat dit is om te bewerkstelligen dat de partijen zo snel mogelijk komen tot een afhandeling van een schadevergoedingsgeschil. Hoger beroep zou tevens een instrument kunnen zijn om de zaak te traineren. Is het wel mogelijk om de uitspraak in het deelgeschil in het hoger beroep in de bodemprocedure voor te leggen aan de rechter? Of moeten deze leden er vanuit gaan dat het besluit in de deelgeschilprocedure onherroepelijk is?

De leden van de SP-fractie menen dat het vaststellen van de aansprakelijkheid veelal een belangrijk breekpunt is in de buitenrechtelijke afwikkeling van personenschade. Gelet op het grote belang voor partijen zal daarvoor veelal aan het horen van getuigen en het raadplegen van deskundigen niet kunnen worden ontkomen. In hoeverre kan de deelgeschilprocedure dan nog een bijdrage leveren aan het versnellen van de buitenrechtelijke afdoening? Zal het ontbreken van een beroepsmogelijkheid niet juist leiden tot het raadplegen van meer deskundigen en getuigen, zo vragen deze leden.

De leden van de SP-fractie vragen voorts of het ontbreken van een beroepsprocedure niet juist een belemmering zal vormen voor het aan de rechter voorleggen van geschillen die van doorslaggevende betekenis zijn voor afwikkelen van het geschil? Er kan alsnog een bodemprocedure worden aangespannen, maar het oordeel in de deelgeschilprocedure is bindend. Waarop baseert de regering de verwachting, dat het ontbreken van hoger beroep een stimulans voor de afwikkeling zal zijn?

ARTIKELEN

Artikel I

Artikel 1019x

De leden van de CDA-fractie vragen hoe de woorden «vermoedelijke beloop van de vordering» moeten worden begrepen. Hoe dienen partijen hier vorm aan te geven? Graag ontvangen zij een reactie van de regering in het licht van het voorgestelde artikel.

De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre de voorziene verhoging van de competentiegrens tot 25 000 euro van invloed zal zijn op de verwachting dat zaken veelal bij de sector civiel van de rechtbank behandeld zullen worden.

Artikel III

Artikel 942

De leden van de CDA-fractie vragen of de ruime interpretatie van de woorden «iedere onderhandeling» niet zal leiden tot onnodig lang stuiten van de verjaring. Wat is de opvatting van de regering op dit punt?

Artikel V

De leden van de CDA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat een evaluatie van vijf jaar nodig is om voldoende gegevens te verzamelen op grond waarvan betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken. Zij vragen waarom gekozen is om pas na vijf jaar te evalueren. Is de regering bereidt te kiezen voor een kortere periode, bijvoorbeeld na twee jaar, temeer daar dit wetsvoorstel is bedoeld om op een relatief overzichtelijk terrein ervaring met dit nieuwe instrument op te doen en dat naar aanleiding van de evaluatie wordt bezien of uitbreiding van het toepassingsgebied aanbeveling verdient. Graag ontvangen deze leden een reactie op dit punt.

De leden van de fractie van de VVD kunnen zich vinden in een groot aantal aspecten van het voorliggend wetsvoorstel. Wel hebben zij nog vragen ten aanzien van het beperkte toepassingsgebied tot personenschade. Er is een evaluatie voorzien, onder andere om te beoordelen of uitbreiding van de toepassing gewenst is. Deze leden vragen de regering of de periode van vijf jaar voor die beoordeling niet wat te ver in de toekomst ligt. Zou die vraag niet eerder, bijvoorbeeld over drie jaar, moeten worden beoordeeld?

De voorzitter van de commissie,

De Pater-van der Meer

De adjunct-griffier van de commissie,

Van Doorn


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), Ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), Voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Azough (GL), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA) en Anker (CU).

Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Weekers (VVD), Smeets (PvdA), Voorzitter Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Roemer (SP), Vacature (SP), De Vries (CDA), Halsema (GL), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Vacature (SP), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Slob (CU).