31 516 Beleidsdoorlichting Defensie

Nr. 51 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2026

In deze brief informeer ik uw Kamer over de opvolging van aanbevelingen en bevindingen uit de Periodieke Rapportages (de opvolger van beleidsdoorlichtingen) die binnen het Ministerie van Defensie zijn afgerond.

Evaluaties vormen een belangrijke basis voor een lerende overheid; bereikt beleid het gewenste effect (doeltreffendheid) en gaat dat tegen de laagst mogelijke inzet van middelen (doelmatigheid)? Evaluaties verschaffen burgers, bedrijven en uw Kamer inzicht in de effecten van het gevoerde beleid en daarmee ook in de besteding van publieke middelen. Deze informatie kan ingezet worden om de kwaliteit van beleid, publieke voorzieningen en wetten en regels continu te verbeteren.

Ik vind het belangrijk om de aanbevelingen en bevindingen uit evaluaties mee te nemen in de (door)ontwikkeling van beleid en uw Kamer hierbij te betrekken. Het Ministerie van Defensie heeft één Periodieke Rapportage afgerond, te weten de Periodieke Rapportage Mensen (Veiligheid) bij Defensie, kortheidshalve aangeduid als de PR Veiligheid. Deze Periodieke Rapportage valt onder het thema Mensen op de Strategische Evaluatieagenda (SEA) en is relatief recent, in december 2025, aan uw Kamer aangeboden (Kamerstuk 31 516, nr. 50).

Deze brief bevat een overzicht van de opvolging van de aanbevelingen en bevindingen uit deze Periodieke Rapportage, als vervolg op de eerder verzonden kabinetsreactie. Zo blijven deze aanbevelingen en bevindingen onder de aandacht en kan de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies en besluitvorming. Deze brief geeft daarmee invulling aan de acties die in de brief Versterken rijksbrede evaluatiestelsel (Kamerstuk 31 865, nr. 267) worden aangekondigd, naar aanleiding van de motie-Van Vroonhoven/Vermeer (19 december 2023; Kamerstuk 36 470, nr. 6).

Op basis van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE, 2022) worden in elke Periodieke Rapportage besparingsopties uitgewerkt. In reactie op de motie-Van Eijk (Kamerstuk 31 865, nr. 295) heeft de Minister van Financiën uw Kamer toegezegd in de brief Opvolging in Beeld aandacht te besteden aan deze besparingsvarianten. Dit is opgenomen in de bijlage bij deze brief.

Dit jaar stuur ik u de stand van zaken ten aanzien van de opvolging van de eerste Periodieke Rapportage die bij het Ministerie van Defensie is uitgevoerd. In de tabel hieronder vindt u meer informatie over de PR Veiligheid en de status van de aanbevelingen. Deze tabel is opgesteld conform het format dat in de brief Versterken rijksbrede evaluatiestelsel wordt voorgeschreven.

SEA-thema: Mensen

Overkoepelende toelichting SEA-thema: Het vervullen van de personele behoefte is een van de ondersteunende processen voor gereedstelling en inzet van de krijgsmacht. Defensie heeft ervoor gekozen dit in de SEA thematisch aan te duiden als «Mensen», aangezien effectieve en langdurige inzet van de krijgsmacht vraagt om mensen die bereid zijn en bereid blijven daaraan te werken. Daarmee zijn mensen uiteindelijk beslissend voor de kracht van de krijgsmacht en het vermogen van de hele organisatie om taken uit te voeren en doelen te behalen. In het licht van de huidige dreigingen, moet Defensie nog sneller groeien om haar taken te kunnen uitvoeren en permanent inzetgereed te zijn. De huidige situatie vraagt bovendien om een flexibele, schaalbare en diverse organisatie. Het thema «Mensen» bestaat uit twee subthema’s, waarvoor Defensie separaat een periodieke rapportage oplevert; Veiligheid en Personeel.

Titel onderzoek

Type onderzoek

Jaar afronding

Begrotingsartikel(en)

Budgettaire grondslag (2025)

Periodieke Rapportage Mensen (Veiligheid) bij Defensie

Periodieke Rapportage over de periode 2018 t/m 2023 (syntheseonderzoek)

2025

Artikeloverstijgend, loopt door alle beleidsartikelen

€ 80,79 miljoen

Toelichting evaluatie: De Periodieke Rapportage richt zich op het subthema Veiligheid. In 2018 lanceerde Defensie het plan Een veilige defensieorganisatie met veertig maatregelen om de fysieke en sociale veiligheid binnen de organisatie te verbeteren. Het syntheseonderzoek betrof het veiligheidsbeleid in de periode 2018 tot en met 2023, waarbij het evalueren van de impact die de verschillende maatregelen hebben gehad op de verbetering van veiligheid, centraal stond. De hoofdvraag van het onderzoek luidde: In hoeverre was het veiligheidsbeleid van Defensie tussen 2018 en 2023 doeltreffend en doelmatig?.

De financiële grondslag omvat alle structurele uitgaven ten aanzien van het veiligheidsbeleid in de onderzoeksperiode 2018–2023. Circa 75% van de financiële grondslag is ondergebracht in vier posten: Plan van Aanpak Veilige defensieorganisatie (€ 25 mln.), de Agenda voor Veiligheid (€ 16.9 mln.), Obelix munitiedomein (€ 15.8 mln.) en Plan van Aanpak Sociale Veiligheid en Integriteit (€ 8.7 mln.).

De evaluatie leverde in totaal tien aanbevelingen op, waarbij onderscheid gemaakt werd tussen no regret-aanbevelingen, die zijn gericht op het verbeteren van het proces van de beleidsvorming zelf, en richtinggevende aanbevelingen, gericht op doeltreffendheid en doelmatigheid van de inhoudelijke aspecten van het veiligheidsbeleid. De opvolging van de no regret-aanbevelingen vormt het startpunt voor het operationaliseren van de overige richtinggevende aanbevelingen. De onderzoekers gaven in overweging de overige richtinggevende aanbevelingen in een vervolgstap of te concretiseren, of aan te passen of te schrappen. In de kabinetsreactie is aangegeven dat het kabinet deze aanpak overneemt. De richtinggevende aanbevelingen zijn daarom nog niet overgenomen. Defensie zal deze operationaliseren nadat het herziene beleidskader veiligheid is vastgesteld. Onderstaand overzicht van de opvolging van aanbevelingen uit de PR Veiligheid richt zich dan ook op de vier no regret-aanbevelingen.

Aanbevelingen/bevindingen:

Toelichting status opvolging:

1. Werk de beleidstheorie van het veiligheidsbeleid uit door expliciet de koppeling te maken tussen maatregelen (output), effecten (outcome) en impact, alvorens de maatregelen te formuleren.

Onderhanden: In samenwerking met een representatieve vertegenwoordiging van de defensieonderdelen, werkt de Directie Veiligheid binnen het Ministerie van Defensie aan een beleidskader ten aanzien van het onderwerp veiligheid (safety). Conform de aanbeveling vormt het construeren van een weloverwogen beleidstheorie het startpunt, waarbij de opgedane inzichten uit de Periodieke Rapportage mede als uitgangspunt dienen.

Dit beleidsproces bevindt zich thans in de plannings- en ontwikkelfase. Binnen het ministerie beschikbare wetenschappelijk expertise, en in voorkomend geval externe wetenschappelijk expertise, wordt bij de ontwikkeling van het beleidskader betrokken, zoals geadviseerd in de Periodieke Rapportage. Als gevolg van deze grondige aanpak verwacht het Ministerie van Defensie het beleidskader niet eerder dan in 2027 vast te stellen.

2. Formuleer een gemeenschappelijke taal en eenduidige definities over fysieke veiligheid, sociale veiligheid en integriteit en pas deze organisatiebreed toe.

Onderhanden: Zoals aangegeven in de kabinetsreactie vormt het formuleren van een gemeenschappelijk taal en eenduidige definities nadrukkelijk onderdeel van de ontwikkeling van het beleidskader op het gebied van veiligheid.

Het opvolgen van deze aanbeveling loopt synchroon met de opvolging van aanbeveling 1. Zowel in het beleidskader, als in de gebruikte taal en definities, zal bijzondere aandacht worden besteed aan de samenhang tussen de begrippen fysieke veiligheid, sociale veiligheid en integriteit.

3. Evalueer en heroverweeg beleid op basis van monitoring van doeltreffendheid en doelmatigheid.

Onderhanden: In de kabinetsreactie op de periodieke rapportage gaf ik u aan dat de huidige monitoring aanvulling behoeft, aangezien deze zich onvoldoende richt op effecten en impact. Het nagaan welke gegevens over effecten beschikbaar zijn, welke inzichten die bieden over de werking van het veiligheidsbeleid, constateren of en welke inzichten nog ontbreken én het vullen van bestaande kennislacunes, zijn nu de eerste stappen in de constructie van de beleidstheorie. Dit is immers cruciaal om uiteindelijk maatregelen en effecten gefundeerd aan elkaar te kunnen koppelen.

De ontwikkeling van een (uitgebreider) monitorings- en meetsysteem, gericht op doeltreffendheid en doelmatigheid van het veiligheidsbeleid volgt als het beleidskader (meer) vorm heeft gekregen. Relevante evaluaties en monitoringsactiviteiten zullen, indien al bekend, worden gepland en verwerkt op de Strategische Evaluatieagenda onder het thema Mensen.

4. Investeer in doelmatigheidsonderzoek om te kunnen sturen op doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid en maatregelen.

Onderhanden: voor een onderwerp als veiligheid, dat zo verweven zit door vele instrumenten, interventies en budgetten, is het ingewikkeld de precieze doelmatigheid te bepalen. Zoals ook benoemd in de kabinetsreactie vragen goede metingen van kosten in relatie tot effecten om een goede beleidstheorie en betrouwbare gegevens. Het verkrijgen van inzicht in doelmatigheid kan daarom niet los worden gezien van de opvolging van aanbeveling 1 en 3, die randvoorwaardelijk zijn. Het doelmatigheidsaspect lift daarop mee en is dus afhankelijk van de voortgang op die terreinen.

De komende jaren zal ik uw Kamer wederom informeren over bovenstaande én nieuwe Periodieke Rapportages, die sindsdien zijn uitgevoerd. De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het evaluatiestelsel en ik hoop dat deze brief bijdraagt aan het gesprek over beter beleid.

De Staatssecretaris van Defensie, D.G. Boswijk

BIJLAGE: BESPARINGSVARIANTEN UIT PERIODIEKE RAPPORTAGES

In Periodieke Rapportages wordt waar mogelijk ten minste één optie geschetst waarmee een besparing van 20% op de budgettaire grondslag van het (beleids)thema kan worden gerealiseerd (op basis van het «comply-or-explain principe»). De besparingsvariant heeft niet het karakter van een aanbeveling, maar moet inzicht geven in de vraag hoe eventuele besparingen ingevuld zouden kunnen worden, en wat de gevolgen daarvan zijn.

Ook in geval van de PR Veiligheid hebben de onderzoekers gekeken naar mogelijkheden om 20% te besparen op het budget voor veiligheid. In de Periodieke Rapportage verwijzen zij naar de uitdagingen omtrent en de onmogelijkheden van het zoeken naar besparingsopties op een beleidsterrein dat in 2018 is opgericht als reparatieslag. Zij leggen hierbij uit dat het veiligheidsbeleid wilde voorzien in extra capaciteit en aandacht voor die onderdelen waarop Defensie in de jaren daarvoor door de acceptabele ondergrens was gezakt op het gebied van fysieke veiligheid, sociale veiligheid en integriteit. Het is volgens de onderzoekers daarom niet haalbaar om met besparingen van 20% dezelfde resultaten te behalen. Sterker nog, de onderzoekers concluderen dat een besparing van 20% negatieve effecten zal hebben voor de doeltreffendheid van het veiligheidsbeleid alsook op de bredere operationele effectiviteit van Defensie.

Kijkend naar het huidige tijdsgewricht adviseerden de onderzoekers om het veiligheidsbeleid mee te laten groeien met het defensiebudget, met het oog op het versterken van de inzetbaarheid door minder incidenten, uitval en uitstroom. In de kabinetsreactie heb ik aangegeven dat het kabinet deze conclusie onderschrijft. Het Ministerie van Defensie vult de voorgestelde besparingsoptie daarom niet in.

Naar boven