nr. 8
NADER VERSLAG
Vastgesteld op 27 november 2008
De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1,
belast met het voorbereidend onderzoek, brengt als volgt nader verslag uit
van haar bevindingen omtrent dit wetsvoorstel.
Onder het voorbehoud dat de regering de in dit verslag opgenomen vragen
en opmerkingen afdoende beantwoordt, acht de commissie de openbare behandeling
van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Algemeen
De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van de nota naar aanleiding
van het verslag over de voorgestelde Wijziging van de Waterschapswet, de Wet
verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet modernisering waterschapsbestel.
Deze leden hebben naar aanleiding daarvan nog enkele vragen.
De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennis genomen van
de nota naar aanleiding van het verslag over de wet Wijziging van de Waterschapswet,
de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet modernisering waterschapsbestel.
De leden van de VVD-fractie danken de regering voor de beantwoording van
de in het verslag gestelde vragen. Deze leden hebben nog enkele vragen ten
aanzien van de verontreinigingsheffing en de kostentoedeling.
Artikel II
Onderdeel C
De leden van de VVD-fractie lezen in de nota naar aanleiding van het verslag
dat de verontreinigingsheffing geen bestemmingskarakter heeft. Zij vragen
zich af wat dan de motivatie is om deze heffing te concentreren op het lozen
van reeds gezuiverd water. Verder vragen deze leden zich af of de voorgestelde
tariefsverhoging voor deze heffing voor alle heffingplichtigen dezelfde effecten
heeft. Maakt het voor een bedrijf uit of het zuurstofbindende of zogeheten
zware of grijze lijststoffen loost? Zo ja, in hoeverre heeft een
dergelijk verschil gevolgen voor de totale opbrengst van de heffing, uitgaande
van de voorgestelde tariefsverhoging?
Artikel III
Onderdeel B
Bij de leden van de CDA-fractie zijn vragen gerezen naar aanleiding van
een door de Unie van Waterschappen uitgevoerde inventarisatie met betrekking
tot de gevolgen van de nieuwe Waterschapswet voor de gehanteerde kostentoedeling
binnen de waterschappen en de gevolgen die dit heeft voor de belastingen die
burgers en bedrijven moeten betalen. Uit deze inventarisatie blijken grote
verschillen tussen de waterschappen in de uitkomst van de gemiddelde waardebepaling
van ongebouwde percelen. Vooral in enkele verstedelijkte gebieden worden de
eigenaren van ongebouwde onroerende zaken (overheden en agrariërs) geconfronteerd
met zeer sterke tariefstijgingen. Naar de mening van de leden van de CDA-fractie
is het aan betrokken eigenaren van ongebouwde percelen moeilijk uit te leggen
dat, door de invloed van infrastructuur, de grondslag voor de heffing ongebouwd
(wegen en landbouwpercelen) per waterschap in grote mate verschilt, zonder
dat er tussen de verschillende waterschappen sprake is van waardeverschil
per individueel ongebouwd perceel.
De leden van de CDA-fractie vinden een heel sterke verhoging van de gemiddelde
waarde van ongebouwd (soms een verdriedubbeling zoals in Delfland van € 29,–
naar € 90,– per m2) een onbedoeld effect van de
nieuwe Waterschapswet. Rijk, provincies en gemeenten zullen door de geschatte
waardevaststelling, in sommige waterschappen nog verhoogd met een toeslag
van 100%, in 2009 veel meer bij moeten dragen aan waterschapslasten
dan tot en met 2008 het geval was. Zo is in Delfland sprake van een stijging
van de lasten € 74,11 naar € 275,02 per hectare. De genoemde
leden vragen de regering daarom om op korte termijn de onbedoelde financiële
effecten van de nieuwe Waterschapswet te inventariseren en met voorstellen
te komen waarmee deze effecten voorkomen kunnen worden, bijvoorbeeld door
de voor- en nadelen te onderzoeken van een landelijk vast te stellen waarde
van ongebouwde percelen (voor wegen, ongebouwd agrarisch en ongebouwd natuur)
voor alle waterschappen.
De leden van de VVD-fractie vragen zich af of de regering van mening is
dat de huidige praktijk van kostentoedeling in overeenstemming is met de doelstellingen,
zoals die uiteen zijn gezet in het verslag van 20 september 2006 over
de «Wijziging van de Waterschapswet en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren
in verband met de modernisering en vereenvoudiging van de bestuurlijke structuur
en de financieringsstructuur van de waterschappen (Wet modernisering waterschapsbestel)».
De leden van de VVD-fractie zien verder dat in de Memorie van Toelichting
bij het huidige wetsvoorstel de watersysteemheffing met verdeelsleutel aan
bod komt. Zij vragen zich af of de regering van mening is dat deze verdeelsleutel
naar behoren functioneert.
De leden van de VVD-fractie maken de regering erop attent dat agrarische
ondernemers na de wetswijziging in 2007 rekenden op een daling van hun kosten
(onder andere naar aanleiding van de nota naar aanleiding van het verslag
over dat wetsvoorstel, kamerstuk 30 601, nr. 6 d.d. 3 oktober
2006, pag. 13). Deze leden constateren dat de kosten voor boeren volgens
de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland echter zijn opgelopen. Dit zou
mede komen door de hoge taxatie van infrastructuur. Wat vindt de regering
hiervan? En klopt het volgens de regering dat natuurgebieden nu (te) laag
getaxeerd worden?
De leden van de VVD-fractie vragen de regering ten slotte om een reactie
op de wens van de Unie van Waterschappen om de «onevenredig zware kostentoedeling
voor de categorie onbebouwd» via een wetswijziging aan te laten passen.
De voorzitter van de commissie,
Jager
De griffier van de commissie,
Sneep
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Halsema (GL), Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk
(CDA), Jager (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham
(D66), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs
(PvdA), Jansen (SP), Cramer (CU), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA),
Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman
(SP), Tang (PvdA), De Rouwe (CDA) en Vacature (VVD).
Plv. leden: Vendrik (GL), Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder
(CDA), Hessels (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66),
Sterk (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink
(PvdA), Vacature (SP), Anker (CU), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA),
Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA),
Van Heugten (CDA) en Neppérus (VVD).