31 510 Energierapport

Nr. 69 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juli 2018)

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft mij verzocht per brief een reactie te geven op de Notitie CCS: Aanbevelingen succesvolle en kosteneffectieve implementatie CCS in Nederland1 uitgevoerd door Kalavasta in opdracht van verschillende natuur- en milieuorganisaties. Met deze brief bied ik u de gevraagde reactie. Ook ontvangt u bijgaand twee onderzoeken inzake CCS (Carbon Capture and Storage): Routekaart CCS (uitgevoerd door De Gemeynt) en Transport en opslag van CO2 in Nederland (uitgevoerd door EBN en Gasunie)2. In het voorjaar van 2017 heeft mijn ministerie de opdracht gegeven voor het opstellen van deze twee studies. Hiermee hoop ik uw Kamer meer inzicht te verschaffen in de ontwikkeling van CCS.

Aan de sectortafel Industrie van het Klimaatakkoord wordt gesproken over de verschillende maatregelen die nodig zijn om de aanvullende CO2-reductieopgave van 14,3 Mton te halen. CCS is één van de technische maatregelen die daar wordt besproken. Het is voor de uitrol van CCS belangrijk dat er vertrouwen is in CCS als een verantwoorde maatregel en de zorgen, bijvoorbeeld omtrent monitoring en aansprakelijkheden, worden ondervangen. De natuur- en milieuorganisaties nemen actief deel aan deze sectortafel en hebben de in hun opdracht opgestelde CCS-notitie daar ingebracht. De sectortafels zijn de aangewezen plek om elkaar te informeren en kritisch te bevragen om te komen tot een breed gedragen en werkbaar Klimaatakkoord. In de tweede helft van 2018 moet nog veel worden uitgezocht en uitgewerkt aan de sectortafel Industrie. Daarom ga ik op dit moment niet in detail in op de inhoud van de notitie. Dat draagt in mijn ogen namelijk niet bij aan een positieve uitkomst van de onderhandelingen en de vertrouwelijkheid waarin die plaatshebben.

De notitie van Kalavasta gaat hoofdzakelijk in op de kosten van toepassing van CCS. Hoewel de notitie kritisch is, sluit deze af met constructieve aanbevelingen op issues zoals monitoring van en aansprakelijkheid voor de opgeslagen CO2, die ook ik belangrijk acht bij de toepassing van CCS. De kosten van CCS kunnen per project zeer verschillen door uiteenlopende variabelen zoals de afvanglocatie, het volume en concentratie van de afgevangen CO2 en het te vormen aansprakelijkheidsregime. Het is daarom belangrijk om met de ontwikkeling van concrete pilots en startprojecten meer inzicht te verkrijgen in de werkelijke kosten. Het kabinet heeft om die reden uit de Klimaatenvelop 2018 € 12 miljoen beschikbaar gesteld voor CC(U)S pilots en haalbaarheidsstudies om startprojecten te stimuleren.

In de CCS Routekaart hebben diverse stakeholders uiteengezet op welke wijze de uitrol van CCS in Nederland kan worden gerealiseerd en welke acties en activiteiten daarvoor nodig zijn. De transport- en opslagstudie geeft een actueel overzicht van de beschikbare offshore opslagcapaciteit en meer inzicht in de kosten van transport en opslag van CO2. Deze studies vormen, samen met de nog lopende studie naar de marktomstandigheden van CCS, input voor het CCS-beleid dat momenteel verder wordt ontwikkeld. Ook de notitie van Kalavasta zal ik, net als vele andere onderzoeken, meenemen in de vormgeving van mijn beleid. Het CCS-beleid zal vervolgens nader worden bepaald aan de hand van de uitkomsten (van de hoofdlijnen) van het Klimaatakkoord.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Naar boven