Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131501 nr. 7

31 501 Wijziging van de Wet milieubeheer en diverse aanverwante wetten (Verdere invulling van hoofdstuk 9)

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 3 februari 2011

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel D, komt artikel 9.5.1, zevende lid, te luiden:

7. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.

B

In artikel I, onderdeel D, wordt artikel 9.5.2 als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing» vervangen door «ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing» en wordt na «stoffen, preparaten of producten» ingevoegd: of afvalstoffen.

2. In het tweede lid wordt na «stoffen, preparaten of producten» telkens ingevoegd: of afvalstoffen.

3. In het derde lid komt onderdeel b te luiden:

b. die stoffen, preparaten of producten en de daarvan overgebleven afvalstoffen, na gebruik, in te nemen en te beheren, alsmede de financiële verantwoordelijkheid daarvoor of de verantwoordelijkheid voor het regelen van het afvalbeheer geheel of gedeeltelijk te dragen;

4. In het derde lid wordt na onderdeel d, onder vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn.

C

In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 9.5.4 «in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing» vervangen door: in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing.

D

In artikel I onderdeel D, wordt artikel 9.5.5 als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde tot en met het zesde lid tot het vierde tot en met zevende lid, wordt een derde lid ingevoegd, luidende:

3. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 9.5.1 of 9.5.2 kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.

2. In het vierde lid (nieuw) wordt «of tweede» vervangen door: tot en met derde.

3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «derde» vervangen door: vierde.

4. In het zesde lid (nieuw) wordt «of tweede» vervangen door: tot en met derde.

E

Artikel I, onderdeel H komt te luiden:

H

In artikel 15.20, eerste lid, vervalt onderdeel c, onder verlettering van de onderdelen d en e tot c en d.

F

In artikel I, onderdeel N, wordt in artikel 22.1, tiende lid (nieuw) «Hoofdstuk 10, met uitzondering van titel 10.7, is niet van toepassing» vervangen door: Artikel 9.5.2 en hoofdstuk 10, met uitzondering van titel 10.7, zijn niet van toepassing.

G

Aan artikel VI wordt een lid toegevoegd, luidende:

5. Een aanwijzing van een instantie die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, heeft plaatsgevonden krachtens artikel 6 van de Wet geluidhinder of artikel 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, wordt gelijkgesteld met een aanwijzing krachtens artikel 9.5.1, zevende lid, van de Wet milieubeheer.

H

De artikelen VII tot en met IX vervallen.

Toelichting

Onderdeel A

De inhoud van de artikelen 6 van de Wet geluidhinder en 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging is in het wetsvoorstel opgenomen in het nieuwe artikel 9.5.1, zevende lid, van de Wet milieubeheer. In geen van die artikelen is voorzien in criteria op basis waarvan keuringsinstanties kunnen worden aangewezen, dan wel op grond waarvan de aanwijzing kan worden geschorst of ingetrokken. Op grond van richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEG L 376/36) dienen aanwijzingscriteria wettelijk te worden vastgelegd om willekeur te voorkomen. Het voorgestelde gewijzigde zevende lid van artikel 9.5.1 voorziet in een wettelijke basis voor het vaststellen van die criteria bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Bij of krachtens die maatregel zal ook een regeling ten behoeve van de wederzijdse erkenning van buitenlandse keuringsinstanties worden opgenomen.

Onderdeel B en C

Deze wijziging vloeit voort uit de voorgenomen wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312) (Implementatiewet EG-kaderrichtlijn afvalstoffen) (Stb. 2010 770) waarvan het voornemen is dat deze eerder in werking zal treden dan het voorliggende wetsvoorstel.

Onderdeel D

Het voorgestelde nieuwe derde lid van artikel 9.5.5 van de Wet milieubeheer voorziet in de wettelijke basis om bij algemene maatregel van bestuur het verlenen van bepaalde ontheffingen bij een ander bestuursorgaan dan de minister neer te kunnen leggen indien dat logischer zou zijn. Dit is bovendien in lijn met het regeerakkoord waarin is bepaald dat overheidstaken zoveel mogelijk worden neergelegd op een zo dicht mogelijk bij de burger gelegen bestuursniveau. Concreet voor het Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder wordt overwogen de ontheffingsbevoegdheid te decentraliseren bij de omzetting van het huidige besluit naar een besluit op grond van hoofdstuk 9 van de Wm.

Onderdeel E

De wet tot vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) (Stb. 2010 144) heeft in Hoofdstuk 9, artikel 9.10, onderdeel GG, artikel 15.20, eerste lid, van de Wet milieubeheer gewijzigd. Als gevolg daarvan dient artikel I, onderdeel H van het onderhavige voorstel van wet, dat eveneens artikel 15.20, eerste lid, van de Wet milieubeheer wijzigt, aangepast te worden.

Onderdeel F

Deze wijziging is noodzakelijke vanwege de Wet van 24 oktober 2008 tot wijziging van de wet milieubeheer (enkele wijzigingen betreffende afvalstoffen) (Stb. 2008 478) die artikel 22.1, negende lid Wm heeft gewijzigd.

Onderdeel G

De overgangsbepaling in het nieuwe vijfde lid van artikel VI is bedoeld om te voorkomen dat reeds aangewezen keuringsinstanties opnieuw zouden moeten worden aangewezen na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, waaronder het voorgestelde artikel 9.5.1, zevende lid van de Wet milieubeheer, valt.

Onderdeel H

De overgangsbepalingen in artikel VII zijn niet meer opportuun vanwege de onzekerheid met betrekking tot de verdere voortgang van het bij Koninklijke boodschap van 15 januari 2007 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse wetten in verband met vereenvoudiging en harmonisatie van de totstandkomingsprocedures voor algemene maatregelen van bestuur op het gebied van wonen, ruimte en milieu (voor- en nahangprocedures) (Stb. 2009 324).

De overgangsbepalingen in de artikelen VIII tot en met IX kunnen vervallen omdat deze betrekking hebben op de destijds nog voorgenomen wijziging van de Wet milieubeheer (enkele wijzigingen betreffende afvalstoffen) (Stb. 2008 478) welke inmiddels tot wet is verheven en in werking is getreden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J. J.Atsma