31 500
Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid

nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2009

Op 30 maart jl. heb ik met u overleg gevoerd (Kamerstuk 31 500, nr. 13) over de structuurvisie Zicht op mooi Nederland (31 500). In het overleg is mij gebleken dat er binnen uw Kamer brede steun bestaat om de ruimtelijke kwaliteit van de snelwegomgeving te verbeteren. Ik ben hier blij mee, want dit betreft de hoofddoelstelling van mijn structuurvisie Zicht op mooi Nederland. Daarnaast zijn mij de zorgen niet ontgaan die u heeft geuit over de betekenis van de negen Nationale Snelwegpanorama’s en van de snelwegomgeving buiten deze negen snelwegpanorama’s. Tijdens het overleg hebben we hier intensief over gesproken. De moties die uw leden hebben ingediend hebben veelal hierop betrekking. Ik heb mijn reactie op deze moties gegeven en daarbij aangegeven op een aantal punten specifiek terug te zullen komen in een brief. Dit betreft:

1. de juridische mogelijkheden om een algemene passage over de bescherming van panorama’s, buiten de negen Nationale Snelwegpanorama’s, op te nemen in de Amvb Ruimte, naar aanleiding van motie Wiegman-Van Meppelen-Scheppink c.s. (31 500, nr. 10);

2. de vertaling van het Nota Ruimte beleid voor nieuwe grootschalige infrastructurele projecten binnen de Nationale Landschappen (naar aanleiding van motie Van Gent (31 500, nr. 11);

3. stand van zaken van de besluitvorming over de Rijnlandroute en de relatie van de Rijnlandroute met het Nationaal Landschap Groene Hart en het Nationale Snelwegpanorama Wijk en Wouden (naar aanleiding van motie Van Gent (31 500, nr. 12).

1. juridische mogelijkheden van een algemene passage over panorama’s

Er bestaat binnen uw Kamer brede steun voor verbetering van de kwaliteit van de snelwegomgeving. Over het benodigde beleidsinstrumentarium lopen de gedachten uiteen. De motie Wiegman-Van Meppelen Scheppink c.s. verzoekt de regering om in overleg met provincies te komen tot een algemene passage over de bescherming van panorama’s. Op basis van de overwegingen in deze motie en het gevoerde overleg interpreteer ik dit verzoek breed: een passage die recht doet aan het feit dat er méér waardevolle panorama’s bestaan, ook buiten de Nationale Landschappen en ook langs andere infrastructuur, zoals provinciale wegen en spoorwegen. Daarbij kunnen niet alleen de vergezichten op open ruimten waardevol zijn, maar bijvoorbeeld ook de uitzichten op stedelijke landschappen. Kortom het vastleggen van de provinciale zorg voor de ruimtelijke kwaliteit van de snelwegomgeving.

Ik heb aangegeven dat de gedachte achter de motie mij aanspreekt, maar dat ik de juridische implicaties nog nader wilde onderzoeken.

In de Amvb Ruimte is het mogelijk om de provincies te verplichten in een verordening regels te stellen omtrent de zorg voor de beleving van het landschap vanaf infrastructuur. Voor een dergelijke regel in de Amvb Ruimte kan zowel Zicht op mooi Nederland als de Nota Ruimte als beleidsmatige basis dienen. Concreet worden de provincies dan verplicht om op basis van in de Amvb op te nemen criteria, waardevolle uitzichten vanaf infrastructuur in een verordening vast te leggen en zodanig uit te werken, zodat gemeenten hier in hun bestemmingsplan uitvoering aan moeten geven. Gezien het algemene karakter van de in de Amvb op te nemen criteria is de effectiviteit en juridische hardheid van een dergelijke tekst een punt van zorg, aangezien de te beschermen objecten niet in bestaande beleidsdocumenten geometrisch zijn bepaald of bepaald kunnen worden door het rijk. Ook is van belang dat opname van een dergelijke regel in de Amvb leidt tot meer bestuurlijke en administratieve lasten voor provincies en gemeenten. Tenslotte is het een politieke afweging of hier sprake is van «rijksbelang» en regulering via de Amvb Ruimte daarmee voor de hand ligt.

Daarom laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

2. Grootschalige infrastructuur binnen Nationale Landschappen

Over de Amvb Ruimte heb ik met u afgesproken dat hierin de rijksbelangen volgens het vigerende beleid op een beleidsneutrale wijze juridisch worden vertaald. Voor wat betreft de motie Van Gent (31 500, nr. 11), die u verzoekt in de AMvB Ruimte vast te leggen hoe Nationale Landschappen bij de aanleg van nieuwe snelwegen ontzien worden, verwijs ik naar het vigerende beleid voor grootschalige infrastructuur. In de Nota Ruimte staat de volgende passage over infrastructuur binnen Nationale Landschappen opgenomen: «... Maatvoering, schaal en ontwerp zijn bepalend voor behoud van de kwaliteiten van deze landschappen. Om die reden zijn grootschalige verstedelijkingslocaties en bedrijventerreinen, nieuwe grootschalige glastuinbouwlocaties en nieuwe grootschalige infrastructurele projecten niet toegestaan. Waar deze ingrepen redelijkerwijs, vanwege een groot openbaar belang onvermijdelijk zijn, dienen mitigerende en compenserende maatregelen – zoals inpassing en grote aandacht voor de ontwerpkwaliteit – te worden getroffen.» En in een toelichtende tekst die hierop volgt: «Het begrip «grootschalig» moet gerelateerd worden aan de aanwezige kernkwaliteiten en het reeds aanwezige verstedelijkingspatroon en -volume. ...», en «Provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor nationale landschappen.»

3. Rijnlandroute

De Rijnlandroute beoogt de bereikbaarheid in de regio Holland Rijnland te verbeteren. De Rijnlandroute is daarbij bedoeld voor regionaal verkeer en zal naar verwachting geen snelweg worden. Op dit moment maakt de Rijnlandroute deel uit van een integrale verkenning naar projecten in de regio Holland Rijnland, het tracé is daarbij nog onderwerp van studie. Voor de volledigheid wijs ik u op de recente beantwoording van kamervragen van de leden Aptroot en Neppérus inzake de Rijnlandroute en de integrale verkenning. De Rijnlandroute komt vanaf de westkant aan op de A4 (zie kaart in bijlage)1. In het zoekgebied voor deze aansluiting vormt de A4 de grens van het Nationale Landschap Groene Hart, dat zich aan de oostkant van de snelweg bevindt. Het Nationale Snelwegpanorama Wijk en Wouden langs de A4 bevindt zich ook aan de oostkant van de A4, binnen het Groene Hart en in een waardevol en open (zichtbaar) gebied (zie kaart in bijlage)1. Overigens is de provincie vrij om een ruimer gebied te betrekken bij het panorama.

Aan de westkant van de A4 is naast de Rijnlandroute ook de ontwikkeling van het bedrijventerrein Oostvlietpolder voorzien. De besluitvorming over dit bedrijventerrein kent een lange geschiedenis en er is in het verleden mee ingestemd door de minister van VROM. Op dat besluit kom ik niet meer terug.

Bovenstaande betekent niet dat ik uw zorg niet deel over de landschappelijke gevolgen van de Rijnlandroute. Een optimaal tracé, inpassing en ontwerp zijn zeer van belang. Hierbij vormt het omliggende landschap een belangrijk uitgangspunt. Als beoordelingscriterium voor de integrale verkenning zijn het behoud van de landschappelijke kwaliteiten en het voorkomen van aantasting van de rijksbufferzone en de Ecologische Hoofdstructuur dan ook nadrukkelijk opgenomen in het beoordelingskader.

Tot slot wil ik nog verwijzen naar de brief die ik u recent heb gestuurd naar aanleiding van de eerste termijn van het Nota Overleg over de Structuurvisie Randstad 2040 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 089, nr. 29). Hierin heb ik toegelicht dat ik bij een structuurvisie na het overleg met de Kamer schriftelijk zal aangeven welke gevolgen ik aan het debat, inclusief de aangenomen moties, verbindt en niet automatisch tot een herdruk besluit. Indien u hierover nader met mij wilt overleggen ben ik daartoe graag bereid.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven