Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 november 2023
Tijdens het commissiedebat «Functioneren Rijksdienst» op 8 juni 2023 (Kamerstuk 31 490, nr. 330) is toegezegd op te halen wat het algemene beeld is uit de exitgesprekken die worden
gevoerd bij de ministeries, specifiek ten aanzien van de vertrekredenen. In deze brief
informeer ik uw Kamer hierover.
Exitgesprekken behoren tot de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke ministeries,
zodat zij ook zelf aan de slag kunnen met de specifieke uitkomsten voor hun organisatie.
Het algemene beeld is dat op de meeste plekken binnen het Rijk aandacht is voor het
voeren van exitgesprekken. De invulling daarvan en of (en op welke wijze) registratie
plaatsvindt, verschilt, passend bij de context van de organisatie. Er is dan ook geen
rijksbreed beeld van de opbrengsten van de gevoerde exitgesprekken.
Er is in de afgelopen jaren instrumentarium ontwikkeld ten behoeve van het verbeteren
van inzicht in vertrekredenen en beleving. Voor gestructureerde informatie over welke
factoren bijdragen aan het vertrek van medewerkers is primair de Exitmonitor beschikbaar.
Het exitgesprek is gericht op verdieping, een warm vertrek en het geven van feedback.
De Exitmonitor betreft een vragenlijst die vrijwillig kan worden ingevuld door de
vertrekkende medewerker, waarin onder andere wordt gevraagd naar vertrekredenen. De
Exitmonitor (vooral kwantitatief van aard) maakt onderdeel uit van de totale set medewerkeronderzoeken
die rijksbreed beschikbaar is, ministeries maken zelf de keuze of deze wordt ingezet.
Diverse rijksorganisaties zetten de Exitmonitor inmiddels in en ontvangen de eigen
resultaten. De resultaten, die na een bepaalde doorlooptijd beschikbaar zijn, kunnen
worden benut om van te leren.
Het voeren van exitgesprekken wordt zowel bij de ministeries als door mij aangemoedigd.
Er is een rijksbrede handreiking voor het voeren van het exitgesprek beschikbaar;
daarin staan onder andere gespreksthema’s en voorbeeldvragen. Het exitgesprek (vooral
kwalitatief van aard) is het laatste (formele) gesprek met een vertrekkende medewerker
en is gericht op het zorgvuldig afsluiten van de tijd bij de organisatie.
Om inzicht te krijgen in de aantrekkelijkheid van het werk bij de overheid, voert
het Ministerie van BZK in samenwerking met CBS en ICTU periodiek een groot enquêteonderzoek
uit: het Werkonderzoek. Het Werkonderzoek is gericht op de werkbeleving van werknemers
(leidinggevenden en medewerkers) in het openbaar bestuur en het onderwijs. In dit
onderzoek wordt ook gevraagd naar vertrekmotieven, indien medewerkers van werkgever
zijn gewisseld. En als medewerkers op zoek zijn naar een andere baan, wordt gevraagd
naar de belangrijkste redenen daarvoor.
Nadere analyse van de resultaten van het Werkonderzoek 2022, specifiek voor de sector
Rijk (niet uitgesplitst naar rijksorganisaties), laat zien dat de meest genoemde redenen
voor vertrek uit de sector Rijk zijn: de inhoud van het werk, dat men iets nieuws
of anders wilde gaan doen, de werkwijze en cultuur in de organisatie en de loopbaanmogelijkheden.
De eerste drie genoemde redenen zijn ook de belangrijkste redenen voor het op zoek
zijn naar een nieuwe baan (hetzij bij dezelfde, hetzij bij een andere werkgever).
Ten behoeve van de continuïteit van de organisatie en het borgen van kennis in de
organisatie, blijf ik mij samen met de andere ministeries inspannen voor het werven
en behouden van medewerkers voor de sector Rijk. De inzichten van vertrekkende medewerkers
zijn hiervoor betekenisvol.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen