Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831490 nr. 238

31 490 Vernieuwing van de rijksdienst

Nr. 238 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2018

Tijdens het mondelinge vragenuur op 30 januari 2018 heb ik met de Kamer gesproken over het bericht dat het ABP de Anw-compensatieregeling verlengt tot 1 mei 2018 (Handelingen II 2017/18, nr. 45, mondelinge vragen van het lid van Rooijen over het bericht dat pensioenfonds ABP de ANW-compensatie verlengt tot 1 mei 2018). Hierbij vroeg het lid Omtzigt, met verwijzing naar artikel 7:977, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, of de Anw-compensatieregeling een risicoverzekering is, en of het ABP deze eenzijdig mag opzeggen.

De Anw-compensatieregeling bij het ABP is geen risicoverzekering in de zin van artikel 7:977, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel gaat over levensverzekeringen, afgesloten bij een commerciële verzekeraar.

De Anw-compensatieregeling bij het ABP is een arbeidsvoorwaarde. Zoals ik heb aangegeven in het mondelinge vragenuur is het de verantwoordelijkheid van sociale partners om hier afspraken over te maken. De beëindiging van de Anw-compensatieregeling, zoals overeengekomen in het akkoord tussen werknemers en werkgevers van juli 2017, is dan ook niet in strijd met artikel 7:977, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Ik vertrouw erop uw vraag hiermee te hebben beantwoord.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren