31 490 Vernieuwing van de rijksdienst

Nr. 203 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 april 2016

In deze brief bericht ik u over de voortgang met betrekking tot het uitvoeren van de moties met Kamerstuk 31 490, nrs. 185 en 186 van het lid Ziengs. Deze moties gaan over de werkzaamheden van digitalisering van de collecties van het Nationaal Archief, een marktconsultatie en het openbaar aanbesteden na afloop van de bestaande raamcontracten.1 Deze werkzaamheden worden tot op heden uitgevoerd door de Belastingdienst.

Na het aannemen van de moties op 22 september 2015 (Handelingen II 2015/16, nr. 4, item 16) heeft het Nationaal Archief ten behoeve van de uitvoering hiervan gezorgd voor nadere expertise in huis op het vlak van Europese aanbestedingen. Met behulp hiervan konden eind 2015 de eisen, wensen en behoeften voor het digitaliseren van de archiefcollecties verder in kaart worden gebracht. Dit werk heeft een aantal maanden tijd gevergd, gezien de vereiste kwaliteit en de noodzakelijke zorgvuldigheid, mede gelet op de soms kwetsbare collecties.

Op 6 april is de marktconsultatie op TenderNed gepubliceerd met als sluitingsdatum 17 mei, waarmee inzichtelijk wordt welke vraag door Europese aanbesteding aan de markt kan worden gesteld. Hierna vergt het ongeveer twee maanden om het aanbestedingsdocument gereed te maken. Op 29 juli kan naar verwachting publicatie van de aanbesteding op TenderNed plaatsvinden.

Met inachtneming van de wettelijke termijnen bij Europese aanbesteding betekent dit, dat voorlopige gunning te verwachten is in de laatste week van oktober. Definitieve gunning volgt na afloop van de standstill-termijn van 20 kalenderdagen, indien binnen deze periode door inschrijvers geen dagvaardingen zijn uitgebracht tegen het voornemen tot gunnen.

In het debat met uw Kamer in september 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 110, item 7) was de verwachting dat een marktconsultatie en Europese aanbesteding voor 1 juli dit jaar konden zijn afgerond. Dit is tevens het moment dat de bestaande raamcontracten met marktpartijen aflopen. Het voorgaande overzicht betekent dat, gegeven de benodigde tijd voor de voorbereidingen en de aanbestedingsprocedure, deze verwachting en planning ten opzichte van de datum van 1 juli met iets meer dan drie maanden moeten worden bijgesteld.

Deze stand van zaken houdt tevens in dat het werk, dat momenteel wordt uitgevoerd door en bij de Belastingdienst, in beginsel tot dit najaar bij de Belastingdienst zou kunnen worden voortgezet. Een dergelijke gang van zaken zou de continuïteit van het werk zonder meer ten goede komen.

Gelet echter op de strekking van de moties, het gevoerde debat en de brede steun die uw Kamer aan de moties heeft gegeven, ben ik voornemens om deze werkzaamheden voor het Nationaal Archief bij de Belastingdienst na 1 juli te doen stilleggen. Dat hierdoor tevens de contracten van ongeveer 70 flexwerkers die momenteel bij de Belastingdienst in Heerlen zijn ingeschakeld bij deze werkzaamheden per deze datum zullen worden beëindigd, betreur ik ten zeerste. Het gevolg geven aan de moties en wens van uw Kamer laat mij echter in deze zaak in mijn ogen geen andere keus.

Van de uitvoering van de moties in verband met de digitalisering van de rijkscollectie zal ik uw Kamer op de hoogte houden.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Kamerstuk 31 490, nrs. 185 en 186.

Naar boven