31 482 Cultuursubsidies 2009–2012

Nr. 71 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2010

Tweemaal per jaar ontvangt u een bericht over de voortgang van de verbouwing van het Rijksmuseum te Amsterdam, zoals op 2 juli 2009 aan u is toegezegd (31 482, nr. 44). Met deze brief krijgt u het voortgangsbericht over de tweede helft van 2010.

Planning

In het vorige voortgangsbericht zijn u enkele zaken over de voortgang van de bouw gemeld, onder andere het onverwacht tegenkomen van ondergrondse objecten en de direct daarmee samenhangende waterhuishoudings- en funderingsconsequenties. Dit heeft gevolgen voor de planning, waardoor het er nu naar uitziet dat de bouwkundige oplevering van het Hoofdgebouw doorschuift naar begin 2012 (gepland was: eind 2011). In de totale planning is evenwel voorzien in een marge, waarmee deze uitloop naar verwachting wordt opgevangen. De opening van het museum staat nog steeds gepland voor de eerste helft van 2013.

Voortgang van de bouw

De ondergrondse werkzaamheden zijn nagenoeg voltooid en worden in december 2010 afgerond. Voor het Aziatisch Paviljoen en het Studiecentrum is de ruwbouw nu in uitvoering.

In het hoofdgebouw is het leidingwerk in de vloeren gereed en is het leidingwerk in wanden en plafonds in volle gang. De werkzaamheden aan de glazen kappen, de beglazing en de gevels zijn zo goed als gereed. In de grote open binnenhoven zijn de steigers weggehaald en is begonnen met het monteren van de chandeliers (kroonluchters). Grote delen van de buitengevels zijn inmiddels hersteld, schoongemaakt en steigervrij.

De aanbesteding van perceel 7 (de restauratie van Villa en Teekenschool) is, zoals aan u gemeld per brief (31 482, nr. 67), binnen de financiële kaders afgerond. De werkzaamheden voor perceel 7 zijn in december 2010 begonnen.

Voortgang inrichting van het museum

De hoofdroute door het museum en de inrichting met de plaatsing van de (kunst-) objecten, is uitgewerkt in een Definitief Ontwerp (DO). Dit DO past binnen de inhoudelijke, technische en financiële kaders. Per eeuw wordt aan de hand van de eigen collectie een doorlopend verhaal over de Nederlandse kunst en geschiedenis verteld, met «excursies» naar het buitenland. Topstukken krijgen volle aandacht en de presentatie zal de bezoeker ten volle laten genieten van de werken. De komende periode wordt met de Europese aanbesteding van de inrichting gestart. Dit onderdeel verloopt volgens planning.

Voortgang financiën

De onverwachte objecten in de grond hebben geleid tot meerwerk en extra kosten als gevolg van de consequenties voor de waterhuishouding en het fundament. De verscherpte meerwerkprocedures werpen hun vruchten af. Echter, gelet op de omvang van het meerwerk, kunnen de financiële gevolgen daarvan niet volledig worden opgevangen binnen het totale projectbudget van € 366 mln.

In juli 2009 is per brief (31 482, nr. 44) de ontwikkeling van het financiële kader van het project Het Nieuwe Rijksmuseum toegelicht. In die brief stond dat in 2003 bij de vaststelling van het kader voor de investeringen, een deel van de beschikbare middelen niet is ingezet, maar als buffer voor risico’s is aangehouden, omdat bij de renovatie van een groot historisch gebouw, onverwachte problemen kunnen opduiken. Deze buffer is, zoals in juli 2009 aangegeven, voor een deel benut voor bijstellingen van het financiële kader in voorgaande jaren. Nu wordt het financiële kader bijgesteld van € 366 mln. naar € 375 mln. Dit wordt opgevangen door een belangrijk deel van het restant van de buffer aan te spreken. Dat is dus binnen de beschikbare middelen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra

Naar boven