Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931439 nr. 10

31 439
Regels met betrekking tot voorzieningen op gemeentelijk niveau voor de behandeling en registratie van klachten over discriminatie (Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen)

nr. 10
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 januari 2009

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2 wordt onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld in artikel 1, en de uitvoering door die voorziening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.

B

Het derde lid van artikel 2 komt te luiden:

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan de inrichting van de antidiscriminatievoorziening en de uitvoering door die voorziening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.

Toelichting

 Door deze nota van wijziging wordt een grondslag in het wetsvoorstel gecreëerd voor de opdracht aan de gemeenteraad om bij verordening regels vast te stellen over de inrichting van de antidiscriminatievoorziening en uitvoering van de taken klachtbehandeling en registratie.

Zoals in de nota naar aanleiding van het verslag (blz. 8) is aangegeven, gaan wij uit van vertrouwen in de eigen verantwoordelijkheid van de decentrale overheden. Daarom worden bij algemene maatregel van bestuur de kaders aangegeven waarbinnen de gemeenteraden ruimte krijgen voor maatwerk. Dit past naar ons oordeel uitstekend in de filosofie «decentraal wat decentraal kan». Het Rijk streeft er naar de decentrale overheden zoveel mogelijk ruimte te geven voor maatwerk.

 Daarom zullen wij in de algemene maatregel van bestuur alleen de minimale randvoorwaarden voor een antidiscriminatievoorziening neerleggen. De gemeenteraad kan dan binnen deze randvoorwaarden bij verordening regels stellen over de nadere invulling van de antidiscriminatievoorzieningen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. Ter Horst

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E. E. Van der Laan