Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331409 nr. 55

31 409 Zeevaartbeleid

Nr. 55 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 augustus 2013

Met genoegen, doe ik u hierbij ter informatie het jaarverslag toekomen van het «Paris Memorandum of Understanding on Port State Control»1.

Het «Paris Memorandum of Understanding on Port State Control» is een samenwerkingsverband tussen 27 landen met betrekking tot de inspectie van buitenlandse zeeschepen (havenstaatcontrole). Ook Nederland is aangesloten bij de overeenkomst. Het doel is om door middel van een geharmoniseerd inspectieregime milieuincidenten tegen te gaan en de veiligheid en werk- en leefomstandigheden van de bemanning aan boord te verbeteren.

Het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Milieu faciliteert een permanent secretariaat ten behoeve van de doelmatige werking van het Memorandum. In die zin publiceert het secretariaat een jaarverslag waarin onder andere een overzicht wordt gegeven van de resultaten van havenstaatcontrole. Het secretariaat is ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.

In de loop der jaren is het jaarverslag van het Memorandum uitgegroeid tot een gezaghebbend, veel geciteerd document in de scheepvaartwereld. Met name de in het jaarverslag opgenomen «White, Grey and Black List» van vlaggenstaten en de «RO List», een lijst van Erkende Klassenbureaus die als vertegenwoordiger van vlaggenstaten kunnen optreden, worden met grote belangstelling door het internationale maritieme bedrijfsleven en de vakpers ontvangen.

De lijsten worden door de Europese Commissie erkend als een maatstaf voor kwaliteit van het scheepsregister.

Nederland is in 2012 gezakt van plaats 4 naar plaats 15 van de White List. Hoewel Nederland daarmee nog steeds tot de groep van bovengemiddeld goed presterende landen behoort, is dit natuurlijk geen goede ontwikkeling. Mijn streven is en blijft om de Nederlandse vloot tot de veiligste vloten van de wereld te laten behoren. Naar aanleiding van de daling op de ranglijst heb ik een aantal maatregelen genomen, waaronder gesprekken met reders waarvan meerdere malen een schip is aangehouden alsmede het uitvoeren van thema-inspecties aan boord van Nederlandse schepen. Voorts is in samenwerking met de KVNR een seminar georganiseerd en is een brief naar alle Nederlandse reders gestuurd om hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid. De reders zijn immers primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun schepen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer