Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331409 nr. 53

31 409 Zeevaartbeleid

Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2013

Op 9 april jl. stelde het lid van Uw Kamer Van Oosten (VVD-fractie) mij de mondelinge vraag naar de stand van zaken van het verdrag «Rotterdam Rules» (Handelingen II 2012/13, nr. 72). Met de Rotterdam Rules wordt gedoeld op het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee (Trb. 2011,222). De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft Uw Kamer toen mede namens mij toegezegd dat Nederland met een aantal grote zeevervoerslanden die nog niet hebben geratificeerd in contact zal treden om te weten te komen wanneer we de ratificatie kunnen verwachten. In deze brief bericht ik u welke inspanningen wij inmiddels op dit punt hebben verricht.

Tijdens de vergadering van het juridisch comité van de International Maritime Organization (IMO) van 15 tot en met 19 april jl. in Londen heeft Nederland als mede-initiator van de Rotterdam Rules plenair gevraagd welke landen van plan zijn te ondertekenen of te ratificeren. Op die vraag is alleen door Denemarken gereageerd. Denemarken heeft toen aangegeven te werken aan wetsvoorstellen betreffende ratificatie en implementatie van de Rotterdam Rules.

Vervolgens hebben wij op 24 april jl. ambtelijk contact opgenomen met de ons omringende landen Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om te weten te komen of en wanneer zij de Rotterdam Rules zullen ratificeren. België heeft aangegeven niet te verwachten dat België een voortrekkersrol gaat spelen. Frankrijk heeft geantwoord dat zij op dit moment niet bezig zijn met een proces van ratificatie van de Rotterdam Rules. Het proces is in Frankrijk opgeschort vanwege controverses tussen de betrokken partijen. Het Verenigd Koninkrijk heeft ons gezegd dat zijn positie ten aanzien van de Rotterdam Rules helder is. Een werkgroep van belanghebbenden uit de Britse maritieme industrie is opgesteld om de Britse regering te adviseren ten aanzien van ratificatie van de Rotterdam Rules. Deze werkgroep kon geen consensus bereiken. Om die reden is besloten dat het Verenigd Koninkrijk de internationale reacties op het verdrag zal monitoren en dat het de Britse positie zal herzien als en wanneer andere grote maritieme en handelsnaties het verdrag daadwerkelijk gaan ratificeren. Duitsland heeft naar eigen zeggen op dit moment nog geen concrete plannen. De reden hiervoor is dat Duitsland sinds zeer kort een eigen nieuw zeehandelsrecht heeft dat is gebaseerd op de Visby regels.

De Rotterdam Rules zijn nog niet in werking getreden omdat op dit moment slechts twee landen hebben geratificeerd, te weten Spanje en Togo. De Rotterdam Rules treden pas in werking nadat 20 landen hebben geratificeerd. Voor de concurrentiepositie van de Nederlandse havens en Nederlandse vervoerders en verladers is van belang dat Nederland niet in een uitzonderingspositie komt. Voorwaarde voor ratificatie is daarom dat de ons omringende landen ook ratificeren. Uit de bovengenoemde reacties blijkt dat de ons omringende landen nog ver weg zijn van ratificatie van de Rotterdam Rules. Onze inspanningen zullen daarom in de komende periode nog niet gericht zijn op daadwerkelijke ratificatie. Wij zullen wel in gesprek blijven met de ons omringende landen over de Rotterdam Rules.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten