Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331409 nr. 41

31 409 Zeevaartbeleid

Nr. 41 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 november 2012

Graag bied ik u hierbij, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu, de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur & Milieu van 25 oktober 2012 inzake Eems-Dollard onderhandelingen tussen Nederland en Duitsland.

Op Nederlands initiatief wordt sinds medio 2012 met Duitsland onderhandeld over een territoriale bevoegdheidsverdeling tussen 3 en 12 zeemijlen in de territoriale zee ten noorden van de Eemsmonding. Duitsland toont zich ontvankelijk voor een dergelijke bevoegdheidsverdeling voor de meeste economische activiteiten en wil tegelijkertijd andere manieren om het gebied te beheren (bijvoorbeeld gezamenlijk scheepvaart management) niet uitsluiten. Hier staat Nederland op zijn beurt voor open.

De voorgestelde bevoegdheidsverdeling – dat wil zeggen Nederland bevoegd ten westen van de lijn, Duitsland ten oosten van de lijn – is er op gericht duidelijkheid te verschaffen aan alle actoren in het gebied over welk land en welke instantie waar bevoegd is. Met deze verdeling enerzijds en goed omschreven samenwerking anderzijds wordt efficiënte samenwerking tussen private partijen en (uitvoerende) overheidsdiensten in het gebied gefaciliteerd.

Tijdens de onderhandelingen is duidelijk geworden dat scheepvaart en aan scheepvaart gerelateerde zaken de belangrijkste thema's zijn; hierover moeten tussen Nederland en Duitsland goede afspraken worden gemaakt. De hoofdonderhandelaars hebben twee werkgroepen van experts ingesteld, één voor scheepvaart en één voor overige activiteiten, die zich verder in de materie gaan verdiepen en op korte termijn zullen rapporteren.

Het streven is om eind 2013 met Duitsland overeenstemming te hebben over een verdragstekst waarin het bovenstaande is vastgelegd.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans