Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202131409 nr. 303

31 409 Zee- en binnenvaart

Nr. 303 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 november

In mijn brief van 26 maart 2019 (Kamerstuk 31 409, nr. 219) heb ik de start van het programma Beter Bediend aangekondigd. Het gaat om een programma uit het regeerakkoord, bedoeld als impuls om de bedientijden van sluizen en bruggen te verbeteren. Met deze brief informeer ik u over de voortgang en de vervolgstappen die ik zal uitvoeren.

Voortgang

De uitvoering van het programma Beter Bediend loopt nu ruim één jaar en heeft een totale looptijd van vijf jaar. Het betreft een eenmalige, gerichte impuls van € 5 mln. In samenspraak met de brancheverenigingen is het programma gebaseerd op de volgende drie uitgangspunten:

  • I. efficiëntere afstemming van bedientijden van sluizen en bruggen;

  • II. vlottere en veiligere afhandeling van het scheepvaartverkeer;

  • III. actuelere en uniformere informatievoorziening.

Op basis van deze drie uitgangspunten zijn vijf maatregelen geselecteerd om de door de sector ervaren knelpunten op te lossen en daarmee blijvend bij te dragen aan een robuust bediend vaarwegennet. Per maatregel schets ik hierbij de voortgang.

1. Uitbreiding bedientijden

De uitbreiding van de bedientijden is voor het grootste deel (70%) gerealiseerd. Met deze uitbreiding sluiten de bedientijden op een vaarweg beter op elkaar aan zodat een schipper efficiënter zijn reis kan plannen. In 2020 zijn de volgende verruimingen gerealiseerd:

  • de Brabantse kanalen: 24-uurs bediening op afroep voor alle objecten.

  • het traject Roggebotsluis–Nijkerkersluis: bediening van 9.00–20.00 uur.

  • het Friese deel van de Hoofdvaarweg Lemmer–Delfzijl: ma-vr: 24-uurs bediening, za-zo bediening van 6.00–22.00 uur.

  • de Algerabrug: verkorting van de aanmeldtijd voor bediening van 4 naar 2 uur.

In 2021 volgen de resterende twee trajecten: Den Oever–Enkhuizen en het Groningse deel van de Hoofdvaarweg Lemmer–Delfzijl.

2. Verbetering camera’s en marifonie

Op de sluizen Sambeek, Lith, Weurt en Heumen worden de camera’s en marifonie verbeterd. Het resultaat hiervan is dat er door betere communicatie en beter zicht efficiënter kan worden geschut. De vervanging van de camera’s op sluis Sambeek is gerealiseerd. De overige projecten zijn in de voorbereidende fase en worden in 2021 gerealiseerd.

3. Aanmeldplatform voor bediening op afroep

In overeenstemming met de wens van vaarweggebruikers wordt de aanmeldprocedure voor bediening op afroep uniform gemaakt. Dit geeft duidelijkheid aan schippers en voorkomt verwarring bij het aanvragen van bediening. De basisversie van dit nieuwe systeem is momenteel in realisatie. Begin 2021 wordt een pilot uitgevoerd bij de Prinses Margrietsluizen in Lemmer. Met behulp van de opgedane ervaringen wordt het systeem, eventueel na bijstellingen, landelijk geïmplementeerd.

4. Impuls voor de Minder Hinder aanpak

Vaarweggebruikers zijn geholpen met duidelijke en betrouwbare informatie over stremmingen als gevolg van werkzaamheden. De Minder Hinder aanpak zorgt hiervoor. Deze heeft in het afgelopen jaar binnen Rijkswaterstaat een impuls gekregen en wordt een vast onderdeel van vervangings- en renovatieprojecten.

5. Uitbreiding van sluisplanning.nl

Het doel van sluisplanning.nl is het informeren van vaarweggebruikers over geplande schuttingen, de volgorde van aankomst en de bezetting van wachtplaatsen bij de sluis. De uitbreiding van dit systeem bevindt zich momenteel in de verkennende fase, waarin wordt vastgesteld hoe deze informatievoorziening er uit gaat zien. Het streven is om in de tweede helft van 2021 een verbeterde versie op te leveren.

Tot slot

Met bovengenoemde maatregelen worden de bedientijden van sluizen en bruggen beter afgestemd, wordt de bediening efficiënter door beter zicht en worden reistijden inzichtelijker en betrouwbaarder. Volgend jaar zult u rond deze tijd opnieuw geïnformeerd worden over de voortgang van dit programma.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga