Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031409 nr. 279

31 409 Zee- en binnenvaart

Nr. 279 MOTIE VAN HET LID VAN DER GRAAF C.S.

Voorgesteld 23 juni 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland de interventiebevoegdheid om maatregelen te nemen wanneer een schip een onmiddellijk en dreigend ernstig gevaar voor het milieu van de kuststaat vormt, heeft uitgewerkt in de Wet bestrijding maritieme ongevallen van 2015 (artikel 18);

overwegende dat deze wet onvoldoende voorziet in de mogelijkheid om tijdelijke maatregelen te treffen wanneer zich een concreet geval van een gevaarlijke situatie voor het milieu van de kuststaat voordoet, zoals bijvoorbeeld het geval is wanneer een groot containerschip met slecht weer gebruik wil maken van de Waddenzeeroute;

verzoekt de regering, de Kamer voor 1 september 2020 te informeren over hoe de Wet bestrijding maritieme ongevallen kan worden herzien, zodat deze wet de internationaal geboden mogelijkheid om tijdelijke maatregelen te treffen volledig en maximaal implementeert,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Graaf

Schonis

Kröger

Postma

Van Esch

Laçin

Remco Dijkstra