Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031409 nr. 263

31 409 Zee- en binnenvaart

Nr. 263 MOTIE VAN HET LID LAÇIN C.S.

Voorgesteld 11 december 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Minister eerder heeft toegezegd dat het internationale verdrag voor een verbod op het varend ontgassen eind 2019 geratificeerd zou worden en medio 2020 zou ingaan;

constaterende dat de Minister te kennen heeft gegeven dat haar eerdere toezegging niet haalbaar blijkt te zijn en dat ratificatie van het verdrag eind 2020 verwacht wordt;

overwegende dat uitstel van een jaar voor een landelijk verbod op varend ontgassen onwenselijk en onacceptabel is;

van mening dat een landelijk verbod niet afhankelijk mag zijn van andere landen;

verzoekt de regering, alles op alles te zetten om een landelijk verbod op het varend ontgassen van kracht te laten worden op uiterlijk 1 juli 2020, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Laçin

Van Esch

Kröger