Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031409 nr. 255

31 409 Zee- en binnenvaart

Nr. 255 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2019

Hierbij bied ik u het Jaarverslag 2018 aan van het Paris Memorandum of Understanding (MoU) on Port State Control1. Het jaarverslag is ook te vinden op de website https://parismou.org.

Het Paris MoU is een samenwerkingsverband van 27 kuststaten voor het inspecteren van buitenlandse zeeschepen (havenstaatcontrole) in de havens van die landen. Het doel van deze samenwerking is om door middel van een geharmoniseerd inspectieregime de veilige en milieuverantwoorde vaart door zeeschepen te bevorderen en ook de werk- en leefomstandigheden van de bemanning aan boord te verbeteren.

Het Secretariaat van het Paris MoU is ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Door vanaf de oprichting van het Paris MoU in 1982 te voorzien in het Secretariaat heeft Nederland een internationaal belangrijke rol op zich genomen om ondermaats presterende schepen in de wateren van de bij de Paris MoU aangesloten landen (waaronder ook 23 EU-kuststaten) uit te bannen. Alhoewel het jaarlijkse Comité van de Paris MoU lidstaten sturing geeft aan de Paris MoU heeft de faciliterende rol van het Secretariaat een grote rol gespeeld in de verdere professionalisering van het Paris MoU in de afgelopen decennia.

Het Paris MoU Secretariaat brengt jaarlijks een verslag uit waarin de resultaten van de havenstaatcontroles staan weergegeven. In het jaarverslag is onder meer de «White, Grey and Black List» van vlaggenstaten opgenomen. Nederland neemt momenteel op de White List de zesde plaats in en bestendigt daarmee zijn positie in de bovenste regionen van de White List.

De positie van de vloot onder Nederlandse vlag op de Paris MoU White List is relatief ten opzichte van andere vlaggenstaten. Alhoewel Nederland in 2017 nog op de 3e plek van de White List stond is dit verschil statistisch gezien verwaarloosbaar en kan op basis daarvan niet geconcludeerd worden dat schepen onder Nederlandse vlag minder zijn gaan presteren. Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat andere vlaggenstaten een fractie beter zijn gaan presteren. Mede om deze reden is er reeds een traject ingezet waarbij er overgestapt gaat worden naar een systeem waarbij de vlaggenstaten op alfabetische volgorde zullen worden gerangschikt in 3 verschillende categorieën: high performance (nu de «White List»), medium performance (nu de «Grey List») en low performance (nu de «Black List»).

Het resultaat en de implementatie van dit traject zal als gevolg van internationale besluitvorming nog enkele jaren duren.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl