31 405
Wijziging van diverse wetten op of in verband met het terrein van VWS, ten einde wetstechnische gebreken te herstellen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen (Reparatiewet VWS 2008)

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

A. Algemeen

In diverse wetten op of in verband met het terrein van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ook op het terrein van Jeugd en Gezin zijn enkele onvolkomenheden gebleken. Soms werden verouderde verwijzingen over het hoofd gezien of zijn wijzigingen vastgesteld van artikelleden die ten gevolge van een kort daarvoor doorgevoerde wijziging in een andere wet, niet meer bestaan. Deze onvolkomenheden worden in voorliggend wetsvoorstel hersteld.

In het hiernavolgende worden de wijzigingen, met uitzondering van herstel van evidente redactionele misslagen (typefouten, verkeerd geplaatste komma’s, en dergelijke) kort toegelicht.

B. Artikelsgewijs

Artikel I (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten)

A

Met de Wet van 6 oktober 2005, tot aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden) werden diverse wetten aan de Wet dualisering gemeentebestuur aangepast. Zo werd onder meer artikel 56, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) gewijzigd. In dat artikellid stond dat een ieder desgevraagd voor de uitvoering van de AWBZ noodzakelijke gegevens aan – onder meer – het gemeentebestuur diende te leveren. Beoogd werd de verwijzing naar «het gemeentebestuur» te vervangen door een verwijzing naar «het college van burgemeester en wethouders». De wet trad echter pas op 8 maart 2006 in werking, dat wil zeggen nadat de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (Stb. 2005, 525), die op 1 januari 2006 in werking trad, voor een hernummering van de AWBZ (artikel 56 werd artikel 54) had gezorgd. Het gevolg is, dat de wijziging niet kon worden doorgevoerd. Met onderdeel A geschiedt dit alsnog.

B

Met de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) is het College tarieven gezondheidszorg opgegaan in de zorgautoriteit en is de Wet tarieven gezondheidszorg ingetrokken. Dit heeft diverse wijzigingen in artikelen van andere wetten met zich gebracht, waaronder een in artikel 109, onderdeel F, onder 1, Wmg opgenomen technische wijziging van artikel 57, eerste lid, van de AWBZ. De zinsnede die ingevolge dat onderdeel uit artikel 57, eerste lid, AWBZ moest worden geschrapt, is echter onjuist weergegeven, waardoor dit onderdeel van de wijziging niet kon worden verwerkt. Voorliggende wijziging stelt artikel 57, eerste lid, AWBZ alsnog in de beoogde redactie vast.

C (en Artikel IX)

Artikel 63, eerste lid, AWBZ stelt beroep open tegen beschikkingen van de Minister van VWS of het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij de herformulering van artikel 62 oud AWBZ, thans artikel 63 AWBZ, bij gelegenheid van de Invoerings- en Aanpassingswet Zorgverzekeringswet, is in het tweede lid van artikel 63 abusievelijk niet de uitzondering opgenomen voor een besluit als bedoeld in artikel 5, derde lid, AWBZ. Met deze wijziging wordt deze omissie hersteld.

Er is al eerder getracht deze omissie te herstellen, maar door de samenloop van twee wetten was deze wijziging technisch niet meer mogelijk. In de op 1 januari 2007 in werking getreden Reparatiewet VWS 2006 werd, om de omissie te herstellen, aan het tweede lid van artikel 63 van de AWBZ een onderdeel c toegevoegd. Dit gebeurde in artikel II, onderdeel F, van de Reparatiewet VWS 2006. Hierbij werd echter geen rekening gehouden met de wijziging van artikel 63 AWBZ in de op 1 oktober 2006 in werking getreden Wet marktordening gezondheidszorg. Door deze wijziging kent artikel 63, tweede lid, van de AWBZ geen onderdelen a en b meer. Daarom kon geen onderdeel c worden toegevoegd. Het gevolg was dat de wijziging in artikel 63, tweede lid, van de AWBZ door de Reparatiewet VWS 2006 geen doel trof. In artikel IX van dit wetsvoorstel komt die bepaling van artikel II, onderdeel F, van de Reparatiewet 2006 dan ook te vervallen.

Artikel II (Warenwet)

Bij de Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de Warenwet met het oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen, zulks onder intrekking van deze wet en de Stoomwet (Stb. 557), is aan artikel 8 van de Warenwet een tweede lid toegevoegd. In artikel 20 van de Warenwet staat een verwijzing naar artikel 8. Destijds is verzuimd die verwijzing aan te passen.

Artikel III (Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden)

Dit artikel hangt samen met artikel I, onder A, waarin een wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt voorgesteld. Die wijziging voert de wijziging die werd beoogd met artikel LXIII van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden alsnog uit. Daarom dient dat artikel nu te worden geschrapt.

Artikel IV (Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg)

Artikel 21, onderdeel C, van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Kamerstukken I 2006/07, 30 380, A) voegt een vijfde lid toe aan artikel 14 van de Zorgverzekeringswet. Als gevolg van de Wet van 22 november 2006 tot wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met stroomlijning van de bepalingen inzake opzegging van de zorgverzekering bij wijziging van de grondslag van de premie (Stb. 2006, 629) kent artikel 14 van de Zorgverzekeringswet echter reeds een vijfde lid. Het laatstbedoelde lid wordt vernummerd tot het zesde lid.

Voorts wordt in het (nieuwe) vijfde lid het lidwoord «de» voor de vermelding van de stichting die ten aanzien van jeugdigen een indicatie afgeeft voor het verstrekken van bepaalde vormen van zorg, gewijzigd in «een». Dit sluit beter aan op de redactie van artikel 14, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 21, onderdeel C, van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg treedt niet in werking voordat artikel 14, derde en vierde lid, van de Zorgverzekeringswet in werking treedt. In de Wet van 22 november 2006 tot wijziging van het tijdstip waarop de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Stb. 2006, 630) wordt het moment van inwerkingtreding van artikel 14, derde en vierde lid, van de Zorgverzekeringswet bepaald op 1 januari 2008. In de formulering is rekening gehouden met de verschillende mogelijke tijdstippen waarop de te wijzigen onderdelen van artikel 14 van de Zorgverzekeringswet in werking treden ten opzichte van het moment waarop het onderhavige wetsvoorstel in werking treedt.

Artikel V (Wet marktordening gezondheidszorg)

A

Dit artikel bepaalt dat de volgende artikelen van de onderhavige paragraaf zonder uitzondering van toepassing zijn op de gehele reikwijdte van de wet. Maar aangezien dit reeds uit de wetsystematiek zelf en uit het opschrift van de paragraaf voortvloeit, is dit artikel overbodig.

B

Met deze wijziging wordt conform het advies van het College Bescherming Persoonsgegevens inzake de Tijdelijke regeling categorieën persoonsgegevens Wmg, verduidelijkt dat de verplichting tot verstrekken van de bedoelde gegevens slechts bestaat wanneer dat de Nederlandse Zorgautoriteit dan wel de FIOD-ECD daartoe een verzoek hebben gedaan.

Artikel VI (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen)

De Wet op de Geneesmiddelenvoorziening is ingetrokken per 1 juli 2007 en vervangen door de Geneesmiddelenwet (Stb. 2007, 93 en 227). Hierbij is verzuimd de verwijzing naar het College ter beoordeling van geneesmiddelen in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen aan te passen. Dat wordt met dit artikel alsnog gedaan.

Artikel VII (Wet op de jeugdzorg)

A

Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) wordt meerdere malen genoemd in de Wet op de jeugdzorg, maar het gebruik van hoofdletters is niet consequent. De Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen hanteert een schrijfwijze met hoofdletters en met deze voorgestelde wijziging vindt dit in de gehele Wet op de jeugdzorg navolging.

B

Het is belangrijk dat het LBIO alle relevante informatie ontvangt ten behoeve van zijn taakuitoefening. Hiertoe heeft het LBIO tevens informatie nodig over bijvoorbeeld een wijziging van het aantal dagen dat het kind geplaatst is. De voorgestelde wijzing verduidelijkt dat deze informatie ook verstrekt dient te worden om de hoogte van de ouderbijdrage correct te kunnen vaststellen.

D

Bij wet van 22 december 2005 tot wijziging van enige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek omtrent de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling en van artikel IV van de wet van 17 november 1994, Stb. 837 (Stb. 2006, 29) is voor de medisch hulpverlener in artikel 7:454, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek de bewaartermijn van de gegevens die zich in zijn dossier met betrekking tot de behandeling van een patiënt bevinden, verlengd van tien naar vijftien jaren. Aangezien de bewaartermijn van de Wet op de jeugdzorg aan dit artikel is ontleend, wordt voorgesteld ook in de Wet op de jeugdzorig de bewaartermijn op vijftien jaar te stellen.

Ten onrechte wordt in artikel 74, eerste lid, gesteld dat een bijdrageplichtige desgevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor de vaststelling en inning van de ouderbijdrage moet geven aan de betrokken stichting, dat wil zeggen: het betrokken bureau jeugdzorg. De vaststelling van de ouderbijdrage gebeurt echter door het LBIO, dat dan ook over de daarvoor benodigde gegevens moet beschikken en niet het bureau jeugdzorg. Dit wordt met de voorgestelde wijziging rechtgezet.

Artikel VIII (Zorgverzekeringswet)

A

In artikel 7, derde lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is geregeld dat een verzekeringnemer de zorgverzekering niet kan opzeggen indien een polisverslechtering louter het gevolg is van door de wetgever opgelegde wijzigingen in de te verzekeren prestaties. De regels inzake de te verzekeren prestaties zijn neergelegd in de artikelen 11 tot en met 14a Zvw. Ten onrechte wordt in artikel 7, derde lid, Zvw, nog niet naar artikel 14a Zvw verwezen. Dat wordt met dit onderdeel hersteld.

C

In artikel 88, eerste lid, van de Zvw is ten onrechte nog geen rekening gehouden met de dualisering. (Zie ook de toelichting bij artikel I, onder A) Met de voorliggende wijziging zal ook in de Zvw komen te staan dat gegevens, noodzakelijk voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of de Zvw, desgevraagd aan – onder meer – het college van burgemeester en wethouders worden geleverd, in plaats van aan het gemeentebestuur.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

De minister voor Jeugd en Gezin,

A. Rouvoet

Naar boven