31 385
Wijziging van de Advocatenwet en de Wet op het notarisambt in verband met het verruimen van de mogelijkheden tot het spoedshalve tuchtrechtelijk optreden tegen advocaten en notarissen

nr. 4
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD

Voorstel van wet

Enkele redactionele verbeteringen zijn aangebracht.

Artikel I

– In onderdeel A luidde artikel 46d, vijfde lid, van de Advocatenwet:

Bij het ter kennis brengen aan de raad van discipline van de in het vierde lid bedoelde klacht, legt de deken een verklaring over waaruit blijkt of de advocaat tegen wie de klacht is ingediend tuchtrechtelijk is veroordeeld, onder vermelding van de maatregel die is opgelegd.

– In onderdeel D luidde het slot van artikel 56, derde lid, van de Advocatenwet:

Op verzoek van het hof van discipline legt de deken een verklaring over waaruit blijkt of de advocaat tegen wie de klacht is ingediend tuchtrechtelijk is veroordeeld, onder vermelding van de maatregel die is opgelegd.

– In onderdeel E luidde artikel 60ab, derde lid, van de Advocatenwet:

Indien de klacht of het bezwaar tegen de advocaat op grond waarvan het ernstige vermoeden is gerezen niet reeds schriftelijk ter kennis is gebracht van de raad van discipline, bepaalt de raad van discipline bij zijn beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek tevens een redelijke termijn waarbinnen de deken de klacht of het bezwaar schriftelijk ter kennis van de raad van discipline brengt. Bij overschrijding van deze termijn vervalt de beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek van rechtswege. De raad van discipline kan op schriftelijk verzoek van de deken de termijn ten hoogste eenmaal verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn. De artikelen 46c, eerste lid, en 46d, eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing..

Artikel II

In onderdeel C was een wijziging opgenomen van artikel 106, tweede lid, van de Wet op het notarisambt, luidende:

In het tweede lid wordt «of een andere maatregel dan schorsing» vervangen door: of een maatregel.

Artikel IV

Artikel IV luidde:

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Memorie van toelichting

Enkele redactionele wijzigingen zijn aangebracht.

Artikelen

– In de toelichting op artikel I, onderdelen A tot en met D, was de laatste volzin van de eerste alinea niet opgenomen.

– In de toelichting op artikel I, onderdeel E, waren de laatste drie volzinnen van de eerste alinea niet opgenomen.

– In de toelichting op artikel I, onderdeel E, luidde de tweede alinea:

In de huidige paragraaf 4a (paragraaf 4b nieuw) is voorzien in de mogelijkheid om met spoed voorlopige voorzieningen te treffen tegen een advocaat, indien het belang van het onderzoek het treffen van de voorziening vereist, of indien de voorziening noodzakelijk wordt geacht in verband met de toestand van de praktijk. Voor het tuchtrechtelijk aanpakken van advocaten kent de Advocatenwet op dit moment feitelijk niet de mogelijkheid tot het spoedshalve treffen van maatregelen en voorzieningen. Voordat tegen advocaten maatregelen op grond van paragraaf 4 getroffen kunnen worden, moet de gebruikelijke tuchtprocedure worden doorlopen. Tot de tenuitvoerlegging van de maatregelen kan bovendien pas worden overgegaan zodra zij in kracht van gewijsde zijn gegaan (artikel 48, vierde lid). Hoger beroep tegen beslissingen van de tuchtrechter in eerste aanleg (de raad van discipline) heeft schorsende werking.

– In de toelichting op artikel I, onderdeel E, zesde alinea, waren de derde en zesde volzin niet opgenomen.

– De toelichting op artikel IV luidde:

Voorzien is in een uitgestelde inwerkingtreding van deze wet, om (in het geval van tuchtzaken tegen advocaten) de dekens en de raden van discipline en (in het geval van tuchtzaken tegen notarissen) de kamers van toezicht voldoende gelegenheid te bieden zich voor te bereiden op de nieuwe procedures.

Naar boven