Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 april 2012
Op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie stuur
ik u hierbij de stand van zaken met betrekking tot de olifantenjacht, trophy hunting
en handel in ivoor.
In het kader van CITES1 is in 1989 een verbod gesteld op de internationale handel in ivoor. Dat verbod gold
voor 10 jaar. In die periode hebben diverse olifantenpopulaties in Afrika zich hersteld
en bleek het in 1999 weer mogelijk om onder strikte voorwaarden een beperkte hoeveelheid
ivoor te kunnen verhandelen aan Japan, onder toezicht van het CITES-Secretariaat.
Dit ivoor was beschikbaar gekomen uit natuurlijke sterfte onder olifanten die in beschermde
gebieden leefden. In 2008 heeft nogmaals een dergelijke verkoop plaatsgevonden. Eén
van de voorwaarden bij deze verkopen is dat de landen van herkomst de opbrengst van
de verkoop gebruiken voor het beschermen en beheren van hun olifantenpopulaties. Het
CITES-Secretariaat ziet scherp toe op het naleven van deze voorwaarden. Nederland
heeft zich indertijd sterk gemaakt voor deze aanpak.
Inmiddels is de situatie in Afrika in veel landen veranderd onder invloed van burgeroorlogen
en armoede. Zo is bekend dat stropers afkomstig uit Soedan en Tsjaad begin dit jaar
in Kameroen een grote hoeveelheid olifanten hebben gedood, vanwege het ivoor van hun
slagtanden, dat veel geld opbrengt op de illegale markten in Azië. Dit ivoor wordt
gebruikt voor de productie van traditionele medicijnen.
Illegale jacht op olifanten heeft ook tot gevolg dat er een groeiende illegale markt
voor ivoor ontstaat. Het blijkt zeer moeilijk te zijn om de olifantenpopulaties effectief
te beschermen. De stropers gaan ook zeer rigoureus te werk. Er zijn inmiddels diverse
parkwachters gedood door stropers.
Als bewijs van illegale handelspraktijken noem ik hier als voorbeeld de grote inbeslagname
die begin maart dit jaar plaatsvond op Schiphol.
De douane heeft toen een zending van 50 slagtanden van olifanten onderschept. Dergelijke
grote inbeslagnames waren tot nu toe zeldzaam.
In andere Afrikaanse landen zijn de olifantenpopulaties sterk toegenomen en vormt
het beheer daarvan door conflicten met lokale gemeenschappen soms een probleem.
Bij de komende CITES Conferentie van Partijen in Thailand in maart 2013 staat het
onderwerp «beheer van olifantenpopulaties en eventuele verkoop van ivoor» opnieuw
op de agenda. In de aanloop naar de CITES Conferentie zal hierover in de Europese
Unie ook nog nieuwe informatie op tafel komen en op basis daarvan zal een uitgebreide
discussie plaatsvinden. Daarbij zal getracht worden om een gezamenlijk EU-standpunt
te formuleren en dat naar voren te brengen in Bangkok.
Daarnaast speelt een andere ontwikkeling: trophy hunting. Landen met grote populaties van diersoorten die interessant zijn voor de trofeeënjacht
(de zg. big five: leeuw, olifant, neushoorn, buffel en luipaard) gaan er steeds meer toe over om per
diersoort een jachtvergunning aan kapitaalkrachtige buitenlanders te verlenen om op
deze diersoorten te jagen. Voor dergelijke vergunningen worden grote bedragen gevraagd;
voor een olifant kan dit naar verluid oplopen tot 9 000 dollar en voor een neushoorn
25 000 tot 45 000 dollar. De opbrengst van de jachtvergunningen kunnen de landen van
herkomst besteden aan een betere bescherming en beheersmaatregelen voor de betreffende
soorten. Over dergelijke nationale maatregelen gaat het CITES-verdrag niet; dat stelt
alleen regels aan de internationale handel. Legaal verkregen jachttrofeeën mogen in
andere landen worden ingevoerd met een speciale vergunning (code H = Hunting trophy).
Tot nu toe zijn nog geen documenten beschikbaar voor bespreking tijdens de CITES Conferentie
in maart 2013. Binnen de EU zal een gezamenlijk standpunt worden geformuleerd in aanloop
naar deze conferentie. Mijn inzet bij de jacht op olifanten, trophy hunting en handel
in ivoor, zal zich daarbij richten op het uitsluitend toestaan van jacht wanneer het
gaat om beheer van populaties. De inkomsten uit dit type jacht moeten ingezet worden
voor een betere bescherming en beheersmaatregelen voor de betreffende soorten. Daarnaast
zal ik aandringen op internationaal onderzoek naar het een beter toezicht op het besteden
van deze inkomsten en op hoe het gaat met de populaties. Het zou zo moeten zijn dat
regimes die geen greep hebben op of onvoldoende inzet plegen tegen de illegale jacht,
worden uitgesloten van hulp die gericht is op duurzaamheid en natuurlijke hulpbronnen.
Ik zal het Nederlandse standpunt over olifantenjacht, trophy hunting en handel in ivoor bespreken met uw Kamer. In het Nederlandse standpunt worden de
meningen van de betrokken NGO’s meegewogen.
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker