Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831378 nr. 3

31 378
Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 in verband met het beëindigen van de taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tot verstrekking van subsidie ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie alsmede ter bevordering van een doelmatig gebruik van warmte

nr. 3
Memorie van toelichting

I. ALGEMEEN

1. Doel en aanleiding van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel heeft ten doel om de in de Elektriciteitswet 1998 opgedragen taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om subsidie te verstrekken ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (MEP) alsmede ter bevordering van een doelmatig gebruik van warmte, te beëindigen. Deze taak zal worden overgenomen door de minister van Economische Zaken. Het gaat daarbij niet om de verstrekking van nieuwe MEP-subsidies, maar om het afwikkelen van de reeds afgegeven beschikkingen. De beoogde datum van overdracht van de taak tot uitvoering van de MEP-subsidie is 1 januari 2009.

Sinds 1 juli 2003 is in de Elektriciteitswet 1998 een systeem van subsidieverstrekking ten behoeve van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie opgenomen en ligt de uitvoering daarvan in handen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet (Kamerstukken II 2002/03, 28 665, nr. 3). Maar inmiddels hebben er enkele belangrijke veranderingen plaatsgevonden.

Met de brief van de minister van Economische Zaken van 18 augustus 2006 (Kamerstukken II 2005/06, 28 665, nr. 69) is aangegeven dat er geen subsidie meer wordt verstrekt aan nieuwe projecten voor duurzame elektriciteitsproductie in het kader van de MEP. In het verlengde van dat besluit is het afnemerstarief inmiddels afgebouwd tot 0 en vindt financiering van de lopende meerjarige verplichtingen uit de MEP plaats binnen begrotingsverband. En ten slotte wordt een nieuwe regeling als opvolger van de MEP voorbereid, ingevolge waarvan het mogelijk zal worden om subsidie te verlenen voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en voor de productie van hernieuwbaar gas. Deze nieuwe regeling zal worden uitgevoerd door SenterNovem, een agentschap van het ministerie van Economische Zaken. Hiermee worden synergie-effecten bereikt in de uitvoering van ook andere regelingen die reeds eerder bij SenterNovem waren belegd.

Vanuit de «één loket-gedachte» zal ingevolge onderhavig wetsvoorstel nu ook de uitvoering van de nog lopende subsidie-beschikkingen bij SenterNovem komen te liggen. SenterNovem voert daarmee alle EZ-regelingen uit op het gebied van energie.

2. Inhoud van het wetsvoorstel

De nu voorgestane wijziging van de Elektriciteitswet 1998 beoogt aan het bovenstaande vorm te geven door alle bepalingen die betrekking hebben op het afnemerstarief en het innen van dat tarief van de MEP (artikel I, onderdelen B t/m E, G en H), alsmede de in de Elektriciteitswet 1998 opgedragen taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om MEP-subsidie te verstrekken (artikel I, onderdelen A, F, en I t/m K), te schrappen. Hiermee vervalt ook de basis in de Elektriciteitswet 1998 om op grond hiervan subsidie te verstrekken.

Naast de wijziging van de Elektriciteitswet 1998, in de zin dat meerdere artikelen worden geschrapt, wordt in artikel II van onderhavig wetsvoorstel bepaald dat de minister van Economische Zaken de taak tot subsidieverstrekking krijgt toebedeeld.

In aansluiting hierop zijn nog enkele specifieke bepalingen opgenomen in het kader van de taakoverdracht, zoals het overnemen van de behandeling van de bezwaar- en beroepschriften (artikel III), de verplichting van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om over het jaar 2008 nog een jaarverslag en jaarrekening op te stellen (artikel IV), een regeling met betrekking tot de overdracht van archiefbescheiden (artikel V), de verplichting van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om op verzoek van de minister van Economische Zaken dossiergegevens ter beschikking te stellen (artikel VI) en een bepaling met betrekking tot de egalisatiereserve (artikel VII).

Ten slotte is in artikel VIII een samenloopbepaling opgenomen en in artikel IX een inwerkingtredingsbepaling.

3. Administratieve lasten

De administratieve lasten ten gevolge van dit wetsvoorstel bestaan uit het éénmalig in de administratie wijzigen van het bestaande correspondentie en factuur adres van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in het nieuwe correspondentie en factuur adres van SenterNovem. Het gaat hier om ongeveer 2000 ontvangers van subsidie die dat zullen moeten doen. De administratieve lasten hiervan worden geraamd op in totaal € 12 000 voor alle ontvangers gezamenlijk. Op het totaal van de administratieve lasten van de MEP regeling van rond € 16 mln. (over een periode van tien jaar) gaat het dan om een verhoging van kleiner dan 0,1%.

II. ARTIKELEN

Artikel I, onderdelen F en J

Deze onderdelen vormen samen met artikel II de kern van onderhavig wetsvoorstel. Met onderdeel F wordt de in artikel 16, tweede lid, onder e, van de Elektriciteitswet 1998 opgenomen taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om de milieukwaliteit van de elektriciteitsvoorziening en het doelmatig gebruik van warmte te bevorderen, geschrapt. En met onderdeel J komt de gehele paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de Elektriciteitswet te vervallen. In deze paragraaf zijn in de eerste subparagraaf de artikelen 69 tot en met 72l de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de informatievoorziening, sturing en toezicht op de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. In de tweede subparagraaf staan in de artikelen 72m tot en met 72o de bepalingen die zien op de verstrekking van MEP-subsidie. Ten slotte staan in de derde subparagraaf in de artikelen 72aa tot en met 72ad de bepalingen met betrekking tot de tarieven voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsvoorziening.

Artikel II

Onderhavig artikel regelt in feite de overdracht van de taak tot uitvoering van de MEP van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet naar de minister van Economische Zaken. Het gaat daarbij niet om de verstrekking van nieuwe MEP-subsidies, maar om het afwikkelen van de reeds verleende beschikkingen, die immers een langjarige looptijd hebben. De uitvoering van de MEP door de minister van Economische Zaken beperkt zich in hoofdzaak tot de ambtshalve verstrekking van maandelijkse voorschotten en de vaststelling van de subsidie aan het eind van de subsidiabele periode.

Dit artikel is in twee leden uitgewerkt. In het eerste lid wordt de overdracht geregeld ten aanzien van subsidies die zijn verstrekt vóór 1 januari 2007, de datum waarop de Elektriciteitswet 1998 ten aanzien van de MEP ingrijpend is gewijzigd (Staatsblad 2006, 367). Het betreft zowel subsidies die zijn verstrekt ten behoeve van de productie van duurzame elektriciteit als voor subsidies voor de productie van elektriciteit die is opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (WKK). Het tweede lid heeft betrekking op de overdracht van de uitvoering van de MEP ten aanzien van subsidies die zijn verstrekt vanaf 1 januari 2007, overeenkomstig de dan geldende wet- en regelgeving. Aangezien sinds 18 augustus 2006 geen subsidie meer is verstrekt aan nieuwe projecten voor de productie van duurzame elektriciteit, ziet deze bepaling alleen op de sinds 1 januari 2007 verstrekte subsidies aan WKK-installaties (zie het Tijdelijk besluit subsidies milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie door middel van warmtekrachtkoppeling; Stb. 2007, 267).

Artikel III

Dit artikel is van uitvoerende aard en bepaald dat de behandeling van bezwaar- en beroepschriften met betrekking tot MEP-subsidies vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig wetsvoorstel wordt overgedragen aan de minister van Economische Zaken, in de staat waarin zij zich op dat moment bevinden. Dit betekent bijvoorbeeld dat indien de schriftelijke behandeling van een beroepschrift nog door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is uitgevoerd, de mondelinge behandeling na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt overgenomen door het agentschap SenterNovem namens de minister van Economische Zaken.

Artikel IV

Zoals eerder aangegeven wordt met dit wetsvoorstel de in de Elektriciteitswet 1998 opgedragen taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om MEP-subsidie te verstrekken overgedragen aan de minister van Economische Zaken. De beoogde datum van overdracht van de taak tot uitvoering van de MEP-subsidie is 1 januari 2009. Dit betekent echter niet dat vanaf deze datum ook alle overige ingevolge de Elektriciteitswet 1998 gestelde verplichtingen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet komen te vervallen. Ingevolge artikel IV is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gehouden om over het jaar 2008 nog een jaarverslag en een jaarrekening op te stellen. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening over 2008 behoeft de goedkeuring van de minister van Economische Zaken.

Artikel V

Met dit artikel wordt een voorziening getroffen omtrent de archiefbescheiden van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, overeenkomstig het gestelde in artikel 4 van de Archiefwet.

In het eerste lid is bepaald dat de subsidiedossiers, dat wil zeggen de dossiers waarin de documenten met betrekking tot de verlening, bevoorschotting en vaststelling van de MEP-subsidies zijn opgenomen, met ingang van het moment van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel worden overgedragen aan de minister van Economische Zaken.

Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor het opstellen van het jaarverslag en de jaarrekening over 2008 gebruik moet maken van de reeds formeel overgedragen subsidiedossiers, bepaald het tweede lid dat dergelijke documenten door de minister van Economische Zaken alsnog ter beschikking worden gesteld aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. In de praktijk is het voorstelbaar dat in een dergelijk geval ook kan worden volstaan met het leveren van specifieke gegevens aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

Artikel VI en IX, tweede lid

De minister van Economische Zaken is vanaf de datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel verantwoordelijk voor de uitvoering van de MEP-subsidiëring. Aangezien eerst vanaf deze datum de subsidiedossiers formeel worden overgedragen, maar het om redenen van een snelle en correcte uitvoering wenselijk is om reeds voor deze datum de digitale systemen van SenterNovem op basis van de actuele dossiergegevens te hebben ingericht, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op verzoek van de minister van Economische Zaken deze gegevens beschikbaar. Ingevolge artikel IX, tweede lid, van het wetsvoorstel treedt artikel VI in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Artikel VII

De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zal genoodzaakt zijn om kosten te maken in het kader van de afbouw en overdracht van de opgedragen taak tot verstrekking van MEP-subsidies. Ingevolge het eerste lid van dit artikel komen deze kosten ten laste van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 72h van de Elektriciteitswet 1998. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan kosten in verband met het opstellen van het jaarverslag en de jaarrekening over 2008 en de in de Uitvoeringsovereenkomst MEP van 19 december 2003 genoemde stakingskosten, zoals afvloeiingskosten van met de uitvoering belast personeel van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of kosten in verband met de versnelde afschrijving van specifiek voor de uitvoering van de taak in gebruik zijnde hard- en software, komen ten laste van de egalisatiereserve.

Blijkens het tweede lid heft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet twaalf maanden na inwerkingtreding van het wetsvoorstel de egalisatiereserve op, waarbij vereffening van het saldo plaatsvindt met de minister van Economische Zaken. Er zullen in het kader van de Uitvoeringsovereenkomst MEP nog nadere afspraken worden gemaakt over de financiële afwikkeling van de stakingskosten die na de vereffening van het saldo van de egalisatiereserve optreden.

Artikel VIII

Dit artikel regelt de samenloop van de inwerkingtreding van onderhavig wetsvoorstel met het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven