31 371
Kredietcrisis

nr. 273
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 november 2009

In deze brief informeer ik u nader over de additionele betalingsovereenkomst tussen ING Groep (ING) en de Nederlandse Staat ten aanzien van de Illiquid Assets Back-up Facility, in relatie tot de gesprekken met de Europese Commissie (EC).

Graag informeer ik u op basis van een chronologische samenvatting, een toelichting op de additionele betalingsovereenkomst en een korte terug- en vooruitblik.

Chronologische samenvatting

• In mijn brief aan de Kamer van 27 januari 2009 (Kamerstuk 2008–2009, 31 371, nr. 95) informeerde ik u over de transactie zoals deze op 26 januari is overeengekomen tussen ING en de Nederlandse Staat. In de maanden daarna is de transactie in meer detail uitgewerkt en in juridische documentatie vastgelegd.

• Op 25 februari 2009 heeft de EC de «Impaired Assets Communication» uitgevaardigd: de benadering van de EC bij beoordeling van staatssteun door middel van «asset relief schemes». Met andere woorden, de EC heeft in februari richtlijnen uitgevaardigd voor de inrichting van staatssteuntransacties, waarbij een Staat tegen vergoeding risico’s overneemt met betrekking tot activa op de balans van een bank.

• Op 31 maart 2009 heeft de EC de transactie voorlopig goedgekeurd voor de duur van zes maanden en heeft zij een meer diepgaand onderzoek aangekondigd om vast te stellen of de transactie in overeenstemming is met de recent uitgevaardigde «Impaired Assets Communication».

– Als onderdeel van de voorlopige goedkeuring per 31 maart wenste de EC een verhoging van de garantiefee en een verlaging van de management fee ten opzichte van de in januari overeengekomen fees.

– Om deze verhoging te compenseren in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek van de EC, is destijds de funding fee, die de Staat betaalt aan ING, met 50 basis punten verhoogd. Over deze wijzigingen heb ik u op 11 mei 2009 per brief geïnformeerd (Kamervragen met antwoord 2008–2009, nr. 2700)

• Gedurende de voorbije maanden, april tot september 2009, zijn uitgebreide datasets over de transactie aan de EC overhandigd en hebben gesprekken plaatsgevonden over de details van de transactie tussen de EC, ING, DNB en Financiën. Op basis daarvan heeft de EC de transactie geanalyseerd in het licht van haar recent gepubliceerde communicatie.

• In september heeft Commissaris Kroes de voorlopige goedkeuring verlengd. In oktober zijn de gesprekken met Commissaris Kroes en haar diensten afgerond.

Additionele betalingsovereenkomst

De oorspronkelijk transactie blijft in stand. Daarnaast is een additionele betaling overeengekomen tussen ING en de Nederlands Staat met het doel algehele goedkeuring te krijgen op alle elementen van het herstructureringsplan van ING. Dit betreft een betaling van ING aan de Staat die overeenkomt met een verlaging van de funding fee met 0,5 procentpunt en een verhoging van garantiefee met 0,826 procentpunt.

Deze additionele betalingsstromen van ING aan de Staat vinden plaats gedurende de looptijd van de transactie. De netto contante waarde van deze afspraken bedraagt naar verwachting circa EUR 1.3 miljard. Ik verwijs u naar de bijlage voor een overzicht van de verwachte kasstromen voor de Nederlandse Staat, aangepast voor bovengenoemde betaling.

Deze overeenkomst brengt de funding fee weer in overeenstemming met de oorspronkelijk met ING afgesproken funding fee van 3% over het vastrentend deel van de portefeuille en Libor over het variabel rentend deel van de portefeuille.

Daarnaast is een additionele garantiefee overeengekomen. De extra betalingen zijn voor de Europese Commissie noodzakelijk om de back-up faciliteit onder de «impaired asset communication» te laten vallen. De EC zal haar overwegingen in detail in haar beslissing toelichten. Daar wil ik niet al te zeer op vooruit lopen. Na publicatie door de EC ga ik graag met u in debat over de details van de waarderingsbenadering ten tijde van transactie en de recente EC benadering.

In de kern gaat de EC in de «Impaired Assets Communication» uit van dezelfde benadering als de Nederlandse Staat ten tijde van de transactie:

De marktwaarde op het moment van de transactie, circa 70% van de boekwaarde, reflecteerde niet de fundamentele waarde van de portefeuille. Beprijzen van de transactie op marktwaarde zou niet het beoogde «asset relief» effect voor ING bereiken. De transactie dient daartoe geprijsd te worden op de «echte» economische waarde, «real economic value», van de portefeuille.

De oorspronkelijke transactie is gebaseerd op een waardering van de portefeuille van 90%, waar de marktwaarde op 70% lag.

De bovengenoemde betaling, die overeenkomt met een verhoging van de garantie fee met 0 826 procent punt, reflecteert voor de EC een iets lagere waardering van de portefeuille op 87%. Daarnaast reflecteert deze additionele garantiefee een verlaging van de management fee met 0.15 procentpunt.

Gegeven de afronding van de gesprekken met de DG Mededinging verwacht ik, op basis van deze additionele betalingsovereenkomst, in combinatie met de andere door ING aangekondigde maatregelen, dat de transactie door de Europese Commissie op korte termijn kan worden gekwalificeerd als toelaatbare staatssteun.

Terug- en vooruitblik

De gesprekken met de Europese Commissie over goedkeuring van «activa gerelateerde» transacties, zoals deze faciliteit, zijn een stuk complexer gebleken dan de discussies ten aanzien van kapitaalinjecties.

De activa gerelateerde transacties zijn maatwerk per instelling en zijn daardoor allerminst uniform. Toepassen van de Europese standaarden hierop, met name als deze na de transactie gepubliceerd worden, is daarmee geen sinecure.

Ik verwacht dat de combinatie van deze overeenkomst en de andere recent door ING aangekondigde maatregelen, spoedig zullen leiden tot formele instemming van de Europese Commissie ten aanzien van beide ING staatssteuntransacties.

Helderheid uit Brussel stelt ING in staat om haar blik weer vooruit te richten: op terugbetaling aan de Staat en uitvoering van de nieuwe strategie van ING.

De minister van Financiën,

W. J. Bos

Annex 1: Bijgewerkte verwachte kasstromen

KST136564-1.png
Naar boven