nr. 263
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 oktober 2009
U heeft mij verzocht om u bij brief te informeren over drie onderling
samenhangende onderwerpen. Allereerst heeft u mij verzocht in te gaan op de
stand van zaken ten aanzien van geschillen tussen de DSB bank en een grote
groep consumenten zoals geschetst in een aantal televisieprogramma’s
op maandag 5 oktober en mijn rol als minister van Financiën in dezen.
Ten tweede heeft u mij gevraagd in te gaan op de berichten dat de Nederlandsche
Bank (hierna DNB) een rol zou hebben gespeeld in de kwestie van het niet doorgaan
van het ondertekenen van een convenant tussen de DSB bank en de stichting
Steunfonds Probleemhypotheken (hierna SSP). Ten derde heeft u om meer informatie
verzocht over het onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (hierna
AFM) waarover tijdens de algemene financiële beschouwingen is gesproken.
Tijdens de televisieuitzendingen op maandag 5 oktober stond centraal
dat de DSB bank en een woordvoerder van de SSP elkaar weliswaar dicht genaderd
waren maar nog niet tot overeenstemming waren gekomen. Laat ik vooropstellen
dat ik sympathie heb voor de positie van de consumenten. Het is in hun belang
dat er in dit soort zaken snel een oplossing komt. Tegelijkertijd past hierbij
de kanttekening dat de minister van Financiën een beperkte rol heeft
in deze. Mijn verantwoordelijkheid hierbij is primair één van
systeemverantwoordelijke. Hier versta ik ook onder een verantwoordelijkheid,
die ik met de minister van Justitie deel, om waar mogelijk bij te dragen aan
een efficiënt proces voor de afwikkeling van geschillen wanneer deze
het vertrouwen in het financiële systeem kunnen aantasten. De minister
van Financiën is zelf geen directe partij bij de afhandeling van geschillen
tussen polishouders en financiële adviseurs of aanbieders.
Gegeven die beperkte rol is het noodzakelijk om mij terughoudend op te
stellen in mijn oordeel over het recente verloop van de discussie tussen de
DSB bank en de SSP, zeker zolang die discussie nog niet is afgerond. Ik ken
de redenen waarom de partijen maandag nog niet tot overeenstemming waren gekomen
niet en heb ook geen instrumenten om de partijen alsnog bij elkaar
te brengen. Gezien het feit dat de DSB bank en gedupeerden elkaar de afgelopen
dagen zeer dicht genaderd waren is het denkbaar dat de partijen alsnog tot
overeenstemming kunnen komen. Volgens recente uitlatingen in de pers streeft
de DSB bank er nog steeds naar om op zeer korte termijn tot overeenstemming
te komen met de SSP en gisteren gaf de vertegenwoordiger van de SSP in NOVA
ook aan de tijd en ruimte te wensen om een oplossing te zoeken.
Mocht onverhoopt blijken dat beide partijen toch niet tot overeenstemming
kunnen komen, dan kunnen gedupeerden via de Ombudsman Financiële Dienstverlening
en het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening of via de rechter
proberen hun klacht op te lossen. De Ombudsman heeft de afgelopen jaren al
vaker bemiddeld in geschillen als deze en ook bij deze bank. Ik heb daar ook
reeds met hem over gesproken.
Ondanks de beperkte rol die de minister van Financiën formeel heeft
bij geschillenbeslechting sluit ik op voorhand ook niet uit dat het ministerie
van Financiën in de toekomst een actievere rol zal spelen zoals het geval
was bij de aandelenleasegeschillen en de klachten over beleggingsverzekeringen.
Daarvoor moet evenwel eerst duidelijk zijn dat de reguliere procedures niet
tot bevredigende oplossingen leiden. Thans is dat niet aan de orde.
Voor wat betreft uw vragen over de rol en activiteiten van de toezichthouders
wil ik een algemene opmerking maken. Noch ik noch de toezichthouders kunnen
ingaan op de situatie bij individuele onder toezicht staande instellingen.
Dit stelt duidelijke grenzen aan de mate waarin ik aan uw verzoeken tegemoet
kan komen.
Wat betreft de berichten over de rol van DNB bij het niet tot stand komen
van een overeenkomst op 5 oktober jongstleden, kan ik u dan ook alleen
het volgende melden. Zoals hierboven al aangegeven ken ik de redenen niet
waarom maandag de partijen nog niet tot overeenstemming zijn gekomen. Ik kan
u daarover dan ook geen nadere informatie verstrekken. Ik verwijs overigens
nog naar de uitspraak van de vertegenwoordiger van SSP gisteren dat zijns
inziens DSB bank laat zien bereid te zijn haar verantwoordelijkheid te nemen.
Tot slot zal ik ingaan op het onderzoek van de AFM. De toezichthouders
kunnen in het algemeen zelf besluiten om een onderzoek te doen naar financiële
ondernemingen en hun bestuurders. Dat kunnen zij bijvoorbeeld doen naar aanleiding
van signalen die zij ontvangen uit de praktijk of de media. De minister kan
onderwerpen onder de aandacht van de toezichthouder brengen. Zoals toegezegd
tijdens de algemene financiële beschouwingen heb ik de problemen die
zich onder meer bij koopsompolissen voordoen onder de aandacht van de AFM
gebracht. Ik kan u melden dat in geval van koopsompolissen de AFM reeds enige
tijd actief is.
Dat betekent echter niet dat ik u daarover uitgebreid op de hoogte kan
stellen. Zoals aangegeven staat het de toezichthouders in beginsel niet vrij
om vertrouwelijke informatie vrij te geven over individuele onder toezicht
staande ondernemingen. De wet staat niet toe dat de AFM de stand van zaken
rond onderzoeken naar individuele ondernemingen publiceert. Conform het verzoek
van het lid Weekers en het lid Sap tijdens de financiële beschouwingen
betracht de AFM wel maximale openheid binnen de grenzen van de wet. Indien
een onderzoek leidt tot een boete wordt dit in beginsel wel gepubliceerd.
De activiteiten die de AFM op dit vlak ontplooit of heeft ontplooid zijn
de volgende. Om te beginnen heeft de AFM eerder al onderzoek gedaan naar de hoge provisies bij o.a. koopsompolissen en die onder mijn aandacht
gebracht. Dat heeft mij ertoe doen besluiten om extra eisen te stellen aan
dergelijke producten en de AFM extra instrumenten te geven om hiernaar te
kijken. U bent hierover bij brief van 16 juni geïnformeerd.
Daarnaast heeft de AFM in het afgelopen jaar al onderzoek gedaan naar
overtreding van de kredietregels (overkreditering) en heeft zij in het kader
daarvan bij diverse banken, waaronder de DSB bank, boetes opgelegd welke ook
zijn gepubliceerd. Hieruit blijkt dat de AFM ook naar deze regels onderzoek
heeft gedaan.
Een laatste element waar de AFM momenteel intensief aandacht voor heeft
is de advisering bij betalingbeschermers. Dergelijke verzekeringen vielen
tot 1 juli 2008 niet onder de reikwijdte van de adviesregels indien zij
in combinatie met een krediet werden afgesloten. Sinds 1 juli 2008 gelden
de strengere eisen voor advies ook voor dit soort verzekeringen. Controle
op de naleving van deze nieuwe regels is een speerpunt in het toezicht van
de AFM in 2009.
Op basis van een risicoanalyse lopen er dan ook onderzoeken op dit vlak
bij meerdere ondernemingen. Ik wil u graag toezeggen dat indien de onderzoeken
van de AFM gepubliceerd kunnen worden dat ik u dan die informatie niet zal
onthouden.
De minister van Financiën,
W. J. Bos