Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831360 nr. 4

31 360
Wijziging van de Wet financiering decentrale overheden en enkele andere wetten ten behoeve van een verbeterde werking van de financieringsfunctie van decentrale overheden

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 9 april 2008

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmaerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

1. Inleiding

Met belangstelling hebben de leden van de CDA-fractie kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel over de financiering van de decentrale overheden. Bij hen leeft echter nog een aantal vragen, dat zij graag beantwoord zien voordat zij instemmen met dit wetsvoorstel.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij hebben slechts enkele aanvullende vragen met betrekking tot de wijze waarop decentrale overheiden hun begroting opstellen en de gevolgen daarvan voor de berekening van het EMU-saldo.

De leden van de SP-fractie hebben met interesse, maar ook met enige verwondering kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Hun verwondering betreft de begrijpelijkheid van de memorie van toelichting.

2. De begrijpelijkheid van de memorie van toelichting

De leden van de SP-fractie wensen allereerst op te merken dat enkele passages in de memorie van toelichting naar hun mening niet te begrijpen zijn. Deze leden zien graag dat teksten op een zodanig manier worden aangeleverd dat zij hun controleren-de taak kunnen uitvoeren. Zij vragen een nadere uitleg bij de tekst onder het kopje «Renterisiconorm: Vaste schuld wordt begrotingstotaal» (blz. 3) en de tekst onder het kopje «2.4 De kasgeldlimiet variabel voor gemeenschappelijke regelingen» (blz. 3). Wat staat hier in begrijpelijke taal? Wat wordt met de voorgestelde maatregel beoogd? Deze leden ontvangen graag een nadere toelichting van de regering.

3. Hypotheekverstrekking aan eigen personeel

De leden van de CDA-fractie hebben met veel instemming kennisgenomen van het voorstel voor een uitdrukkelijk verbod in artikel 2 van de Wet fido om hypothecaire leningen te verstrekken aan personeel, met inbegrip van politieke ambtsdragers, van openbare lichamen. Deze leden zijn verheugd over dit voorstel van de kant van de regering, omdat zij dit voorstel in het verleden zelf reeds enkele malen naar voren hebben gebracht.

Ook naar de mening van de leden van de SP-fractie is de zogenoemde hypotheekverstrekking aan «eigen» personeel onwenselijk. Zij steunen het voornemen van de regering hieraan een einde te maken en een verbod op te nemen voor nieuwe hypotheken. Deze leden willen graag weten hoeveel leningen nu open staan en hoe lang deze nog lopen. Tevens willen zij weten hoeveel voordeel dit aan gebruikers oplevert in verhouding tot mensen met een «gewone» hypotheek.

4. De administratieve organisatie van de financieringsfunctie

De leden van de CDA-fractie vragen of het schrappen van artikel 212 Gemeentewet en artikel 216 Provinciewet daadwerkelijk betekent dat de gemeenteraad resp. Provinciale Staten geen enkele bevoegdheid meer hebben om globale kaders te stellen aan het beheer van de financiële functie. Zo ja, kunnen de gemeenteraad resp. Provinciale Staten over dat beheer dan nog het college van B&W resp. het college van GS ter verantwoording roepen? Dat zou toch mogelijk moeten zijn volgens deze leden. Zij ontvangen graag een reactie van de regering op dit punt.

5. Het EMU-saldo

De leden van de CDA-fractie vragen de regering aan te geven waarom niet altijd de voorgestelde maatregelen, genoemd op pagina 2 van de memorie van toelichting, worden genomen bij een Europese boete voor decentrale overheden naar aanleiding van overschrijding van het EMU-saldo. Zij stellen deze vraag mede vanuit de overweging dat kennelijk eerst de gegevens van alle decentrale overheden moeten worden meegeteld om te bepalen of deze maatregelen overwogen moeten worden. Zijn daarnaast de uit deze maatregelen voortvloeiende administratieve lasten berekend? En zo ja, welke administratieve lasten zijn dat? Het zou deze leden enigszins verbazen indien hier niet naar gekeken is. Zij ontvangen graag een toelichting op dit punt.

Voorts vragen zij wat, in verband met overschrijding van het EMU-saldo en Europese boetes, moet worden verstaan onder «provinciale investeringen voor rijksbeleid». Wie bepaalt welke investeringen daartoe gerekend moeten worden? De leden van de CDA-fractie vragen zo mogelijk concrete voorbeelden te geven. Wat wordt er in dit verband verstaan onder de regel dat «deze provinciale investeringen voor rijksbeleid in beginsel niet meetellen voor het bepalen van het provinciale aandeel in die Europese boete»?

De leden van de CDA-fractie begrijpen uit het gebruik van de term «dubbel gepakt» dat de regering ervan uitgaat dat bij overschrijding van het EMU-saldo de decentrale overheden in alle gevallen één keer meebetalen. Zou het dan niet wenselijk zijn om het huidige instrument te handhaven zodat niet ieder jaar uitgebreid gediscussieerd hoeft te worden welk instrument het meest effectief is, en of aan uitzonderingen danwel verschuivingen gedacht moet worden zoals op pagina 2 van de memorie van toelichting wordt aangegeven? Deze vraag stellen de leden van de CDA-fractie mede vanuit hun beduchtheid voor bestuurlijke drukte en hun streven naar een efficiënte overheid.

Bij de leden van de PvdA-fractie leven vragen met betrekking tot de wijze waarop decentrale overheiden hun begroting opstellen en de gevolgen daarvan voor de berekening van het EMU-saldo. Hierdoor bestaan er verschillen tussen enerzijds de registratie op baten- en lastenbasis zoals decentrale overheden die hanteren, en anderzijds de registratie in EMU-termen. Is het daardoor mogelijk dat het voor decentrale overheden moeilijker is dan voor het Rijk om de begroting te sturen op het EMU-saldo? Kan een afwijking tussen de begrippen EMU-saldo en begrotingsaldo gevolgen hebben voor de wijze waarop een eventuele boete wegens overschrijding van de EMU-norm wordt doorberekend aan de decentrale overheden? Zo ja, op welke wijze manifesteren zich deze gevolgen? Zo neen, waarom doen deze gevolgen zich nietvoor? Is het punt van de afwijkende begrotingssystemen in het kader van het onderhavige wetsvoorstel onderwerp van gesprek geweest tussen de minister en de VNG of IPO? Zo ja, wat was de uitkomst van dat overleg? De leden van de PvdA-fractie ontvangen op deze punten graag nadere informatie van de regering.

De leden van de SP-fractie stellen vast dat de minister van Financiën de mogelijkheid krijgt om het aandeel van de decentrale overheden in een eventuele EMU-boete vast te stellen, om zo het EMU-saldo te beschermen. Deze leden ontvangen graag een nadere toelichting waarom deze maatregel nodig is, mede met het oog op de kritiek van het IPO. Wat is de aanleiding dat juist nu deze wettelijke maatregel wordt voorgesteld, zo vragen zij.

De voorzitter van de commissie,

Leerdam

Adjunct-griffier van de commissie,

Hendrickx


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GL), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (CU).

Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Van Gent (GL), Knops (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Cramer (CU).