Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831346 nr. 7

31 346
Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de uitbreiding van de groep van personen die het collegegeld dat is vastgesteld bij wet, verschuldigd zijn

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 april 2008

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel I wordt, onder vernummering van artikel II tot artikel III, een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL II. WET TEGEMOETKOMING ONDERWIJSBIJDRAGE EN SCHOOLKOSTEN

De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt als volgt gewijzigd:

A

Voor artikel 12.5 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12.4a. Afwijking van artikel 2.23

Voor de berekening van de draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, van de student die onder afdeling 5.1 valt, wordt in de studiejaren 2008–2009 en 2009–2010 het toetsingsinkomen van zijn partner op nihil gesteld.

B

Artikel 12.4a vervalt.

B

Artikel III (nieuw) komt te luiden:

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 september 2008, met uitzondering van artikel II, onderdeel B, dat in werking treedt met ingang van 1 september 2010.

Toelichting

Deze nota van wijziging bewerkstelligt dat de Tegemoetkoming lerarenopleiding (TLO) die onderdeel uitmaakt van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) nog twee jaar kan worden toegekend op de wijze waarop dat nu ook gebeurt.

Sinds 1 augustus 2001 is de TLO een onderdeel van de WTOS. De tegemoetkoming biedt een bijdrage in de studiekosten van studenten van lerarenopleidingen die geen recht (meer) hebben op studiefinanciering en een inkomen hebben dat lager is dan 30 430 (voor het schooljaar 2007–2008). Jaarlijks maken iets meer dan 10 000 mensen gebruik van deze regeling. Op dit moment vindt er een evaluatie van de TLO plaats; de evaluatiegegevens worden medio 2008 verwacht.

Tot en met het studiejaar 2007–2008 is het partnerinkomen van de aanvragers buiten beschouwing gelaten voor de berekening van aanspraak op de TLO op grond van een beleidsregel van de Informatie Beheer Groep. Deze keuze is destijds, met instemming van de Tweede Kamer, gemaakt om te borgen dat het aantal toekomstige leraren niet afneemt. Een definitieve keuze voor het al dan niet meetellen van het partnerinkomen is pas mogelijk na de evaluatie van de TLO.

Als gevolg van invoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) is het verlengen van de huidige beleidsregel niet meer mogelijk, omdat de Awir draagkracht op grond van het gezinsinkomen – dus van beide partners – als (één van de) uitgangspunten heeft. Om te borgen dat per 1 september 2008 het aantal aanvragers van de TLO, de toekomstige leraren, niet afneemt, wordt de WTOS nu tijdelijk aangepast. Voor het handhaven van de status quo is deze wetswijziging, zoals hierboven aangegeven noodzakelijk.

De wijziging wordt uitgevoerd door in hoofdstuk 12 van de WTOS (het hoofdstuk waarin alle overgangsbepalingen zijn opgenomen) een nieuw artikel 12.4a op te nemen. Het inwerkingtredingsartikel van het wetsvoorstel dat met deze nota van wijziging wordt gewijzigd, wordt zo aangepast, dat artikel 12.4a met ingang van 1 augustus 2008 in de WTOS wordt opgenomen en met ingang van 1 augustus 2010 automatisch weer vervalt.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk