nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 11 maart 2008
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft
de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin
gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord,
acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam
voorbereid.
1. Inleiding
2. Administratieve lasten
3. Financiële gevolgen
1. Inleiding
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
deze wetswijziging.
De leden van de PvdA-fractie hebben met grote tevredenheid kennisgenomen
van het voorliggende wetsvoorstel.
De leden van de SP-fractie hebben verheugd kennisgenomen van de voorstellen,
van het advies van de Raad van State en nader rapport.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
voorliggend wetsvoorstel. Zij hebben daar enkele vragen en opmerkingen bij.
In de ogen van de leden van de CDA-fractie moet de omzetting van een Europese
richtlijn voortvarend ter hand worden genomen, tenzij er onduidelijkheid bestaat
over de interpretatie van enkele onderdelen van de richtlijn. In die gevallen
kan het aan te bevelen zijn om af te wachten en nadere informatie bij andere
lidstaten of de Europese Commissie in te winnen om te komen tot een adequate
omzetting van de richtlijn in de Nederlandse wetgeving. Daarnaast bepleiten
deze leden een zuivere omzetting van de richtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Daarmee bedoelen ze dat er geen extra zaken worden geregeld in de wetgeving,
dan waartoe de Europese regelgeving ons toe verplicht. Dit ter voorkoming van de zogeheten nationale koppen. Kan de regering ons de verzekering
geven dat, behoudens de uitbreiding naar de groep Surinaamse studenten, deze
wetswijziging niet verder gaat dan waar de Europese regelgeving ons toe verplicht,
zo vragen de aan het woord zijnde leden. Deze leden hebben met belangstelling
kennisgenomen van het voorstel om te komen tot een uitbreiding naar Surinaamse
studenten, voor wat betreft de groep personen die het wettelijk collegegeld
verschuldigd is. Deze groep komt niet in aanmerking voor de Nederlandse studiefinanciering,
hetgeen door deze leden als billijk wordt gezien.
De leden van de PvdA-fractie hebben zelf via schriftelijke vragen het
verzoek gedaan aan de minister om de onterecht ontstane situatie voor Surinaamse
studenten te repareren1. Deze leden complimenteren
de regering dan ook voor de voortvarendheid waarmee het wettelijk vastgesteld
collegegeld voor Surinaamse studenten wordt vastgelegd, hetgeen recht doet
aan de historische en culturele banden van vele eeuwen tussen onze beide landen.
Daarnaast doet de aanpassing in het kader van richtlijn 2004/38/EG recht aan
de band met reeds in Nederland wonende personen van buiten de Europese Economische
Ruimte (EER) maar die familie zijn van een EU-burger. Deze leden ondersteunen
het wetsvoorstel dan ook.
De leden van de SP-fractie merken op dat naar aanleiding van vragen van
de leden Leijten en Van Bommel het dreigende probleem van het hoge collegegeld
voor Surinaamse studenten op de politieke agenda is gekomen2. Hoe is de regeling voor andere studenten buiten de EER en wanneer
zijn deze verplicht het instellingsgeld te betalen en wanneer het wettelijk
collegegeld, zo vragen de aan het woord zijnde leden. Deze leden willen weten
waaraan een student moet voldoen indien er sprake is van beurzen voor studenten
buiten de EER. Deze leden vragen wat de verhouding is van deze beurzen ten
opzichte van het aantal studenten in Nederland van buiten de EER. De leden
vragen hoe er wordt omgegaan met studenten die al een studie volgen. Is het
mogelijk hen niet te confronteren met de collegegeldstijging wat het afstuderen
zou kunnen bemoeilijken, in verband met financiële problemen, zo vragen
deze leden.
De leden van de VVD-fractie merken op dat het wetsvoorstel beoogt de groep
van personen die het collegegeld, dat is vastgesteld bij wet, verschuldigd
zijn, uit te breiden met personen die de Surinaamse nationaliteit hebben.
Deze leden zijn er niet van overtuigd, dat er voldoende aanleiding is de groep
personen met de Surinaamse nationaliteit dit recht te geven, daar waar het
groepen personen met een andere nationaliteit wordt geweigerd. Wat is de reden,
afgezien van de historische banden, een uitzondering te maken voor Suriname,
zo vragen deze leden. Veel Nederlanders hebben (familie)banden met personen
in het buitenland, van Australië tot Zambia. Waarom zijn (familie)banden
in Suriname wel een reden voor deze uitzonderingspositie, en banden in Indonesië
niet, zo vragen de aan het woord zijnde leden
2. Administratieve lasten
De leden van de SP-fractie zijn verheugd dat deze wetswijziging kan worden
doorgevoerd zonder dat dit leidt tot een toename van administratieve lasten.
3. Financiële gevolgen
De leden van de CDA-fractie merken op dat de financiële gevolgen
van deze maatregelen vooral neerslaan bij de hoger onderwijs-instellingen.
Kan de regering inzicht geven in de mogelijke financiële gevolgen die
dat voor deze instellingen zou hebben?
De leden van de SP-fractie vragen om hoeveel studenten het gaat en hoe
dit verdeeld is over de verschillende universiteiten en hbo’s?
De leden van de VVD-fractie vragen de regering inzichtelijk te maken wat
de te verwachten kosten van deze maatregel zijn. Het gaat om circa 1000 studenten.
Kan de regering inzichtelijk maken welke instellingen er met welk bedrag op
achteruit zullen gaan, zo vragen de aan het woord zijnde leden.
De voorzitter van de commissie,
Van de Camp
Adjunct-griffier van de commissie,
Arends
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA),
Slob (CU), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok
(CDA), Van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen
(PvdA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Verdonk (Verdonk), Abel (SP), Van Leeuwen
(SP), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Van Dijk
(SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GL).
Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill’ard (PvdA),
Anker (CU), Van Miltenburg (VVD), Atsma (CDA), Sterk (CDA), Vietsch (CDA),
Schinkelshoek (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer
(PvdA), Van Dam (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Bommel (SP), Gesthuizen (SP),
Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Ten Broeke (VVD), Leijten
(SP), Bouchibti (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD) en Peters (GL).
XNoot
1Aanhangsel van de Handelingen II, 2006–2007, nr. 1991.
XNoot
2Aanhangsel van de Handelingen II, 2006–2007, nr. 1990.