nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wegenverkeerswet
1994 op een aantal punten van uiteenlopende aard te wijzigen alsmede de Wet
bereikbaarheid en mobiliteit op een technisch punt te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt «en fietsen» vervangen door:
, fietsen en de mobiele objecten, bedoeld in artikel 70l, eerste lid.
2. In onderdeel n wordt na «70k, vierde en vijfde lid,»
ingevoegd: 70l, vierde lid,.
B
Het tweede lid van artikel 4q wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het einde van onderdeel f vervalt «en».
2. Aan het einde van onderdeel g wordt het leesteken punt vervangen
door: , en.
3. Na onderdeel g wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
h. het toezicht op het terugroepen door de fabrikant van reeds in
de handel gebrachte voertuigen.
C
Artikel 12, derde lid, onderdeel d, komt te luiden:
d. de aanstelling van verkeersregelaars, de verlenging en intrekking
van die aanstelling, de afgifte van het bevoegdheidsbewijs aan verkeersregelaars,
de schorsing van de aanstelling van verkeersregelaars in gevallen waarin het
verkeer in gevaar is of kan worden gebracht, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers;
D
Het opschrift van hoofdstuk IVa komt te luiden: Registratie
van fietsen en andere mobiele objecten
E
Na artikel 70k wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 70l
1. De Dienst Wegverkeer houdt een register van bij ministeriële
regeling aan te wijzen categorieën van mobiele objecten anders dan fietsen
waarvoor op grond van deze wet geen kenteken is opgegeven.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de
inhoud van het register alsmede de verwerking, het gebruik en de verstrekking
van de gegevens daaruit.
3. Het verzamelen van gegevens ten behoeve van het in het eerste
lid bedoelde register geschiedt ter voorkoming van diefstal en heling van
mobiele objecten, ten behoeve van de opsporing van gestolen mobiele objecten,
alsmede ten behoeve van andere, bij ministeriële regeling te bepalen
doeleinden, met inachtneming van artikel 2.
4. Het vierde en vijfde lid van artikel 70k zijn van toepassing.
F
Aan artikel 71 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de eisen waaraan ter uitvoering van verdragen of van besluiten
van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen
van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, moet worden voldaan met betrekking
tot het uitvoeren van onderhoud aan voertuigen.
G
In artikel 81, eerste lid, wordt «verschillen» vervangen door:
verschillend.
H
In artikel 124a, vijfde lid, wordt «Bij ministeriële regeling»
vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
I
Artikel 126, tweede lid, komt te luiden:
2. In het kader van het register verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens,
voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering
van deze wet en voor de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde
voorschriften, omtrent:
a. de rijvaardigheid en geschiktheid van de aanvrager;
b. de aanvraag van rijbewijzen;
c. afgegeven rijbewijzen;
d. de op het rijbewijs te vermelden getuigschriften van vakbekwaamheid
en getuigschriften van nascholing;
e. afgegeven certificaten als bedoeld in artikel 151g, vierde lid;
f. rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid
tot het besturen van motorrijtuigen;
g. de gezondheid van de aanvrager.
J
Aan artikel 131, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: De
kosten verbonden aan het onderzoek, waarvan de hoogte bij ministeriële
regeling wordt vastgesteld, komen in de bij ministeriële regeling genoemde
gevallen voor rekening van de betrokkene.
K
Aan het slot van artikel 132, tweede lid, wordt een volzin toegevoegd,
luidende: Hetzelfde geldt voor het niet-betalen van kosten verbonden aan het
op grond van artikel 131, eerste lid, opgelegde onderzoek, die op grond van
artikel 131, eerste lid, voor rekening komen van de betrokkene.
L
Artikel 145a wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Een wijziging van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, gaat
voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan
de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
M
Artikel 147 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Onze Minister kan van het bepaalde krachtens deze wet vrijstelling
verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van particuliere geld- en
waardetransportbedrijven waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in
artikel 3, aanhef en onder c, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties
en recherchebureaus.
N
In artikel 151b, onderdeel f, wordt «een document» vervangen
door: document.
O
In artikel 151g, vierde lid, wordt «de in de richtlijn vakbekwaamheid
bestuurders bedoelde de communautaire code» vervangen door: de in de
richtlijn vakbekwaamheid bestuurders bedoelde communautaire code.
P
In artikel 176, derde lid, wordt na «114,» ingevoegd: 151j,.
ARTIKEL II
Artikel I, onderdeel E, van de wet van 10 april 2007, houdende wijziging
van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 ter
implementatie van richtlijn nr. 2003/59/EG (vakbekwaamheid bestuurders)
(Stb. 166), vervalt.
ARTIKEL III
Artikel 2 van de Wet bereikbaarheid en mobiliteit wordt gewijzigd als
volgt:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
2. Bij de toepassing van deze wet wordt de bij regeling van Onze
Minister aangewezen EG-richtlijn in acht genomen.
3. Een wijziging van de richtlijn, bedoeld in het tweede lid, gaat
voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan
de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij
ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander
tijdstip wordt vastgesteld.
ARTIKEL IV
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit
te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Verkeer en Waterstaat,