Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831327 nr. 7

31 327
Wijziging van de Financiële-verhoudingswet en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere regels over uitkeringen uit de algemene fondsen en over specifieke uitkeringen

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 16 april 2008

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel D komt artikel 15a te luiden:

Artikel 15a

1. Elke bijdrage uit ’s Rijks kas die door of vanwege Onze Minister wie het aangaat onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten wordt verstrekt, is een specifieke uitkering.

2. Indien provincies of gemeenten optreden als marktpartij of werkgever, of als eigenaar of huurder van een roerende of onroerende zaak, en onder dezelfde voorwaarden als andere natuurlijke personen en rechtspersonen, niet zijnde medeoverheden, voor een bijdrage uit ’s Rijks kas in aanmerking komen, is die bijdrage geen specifieke uitkering.

3. Bijdragen uit ’s Rijks kas aan provincies en gemeenten ten behoeve van een bepaald openbaar belang waarvoor een bedrag beschikbaar is, dat lager is dan een bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld bedrag, kunnen slechts worden verstrekt als onderdeel van een verzameluitkering.

2. In onderdeel F komt artikel 16a te luiden:

Artikel 16a

1. Een verzameluitkering is een specifieke uitkering aan provincies en gemeenten per ministerie waarin bedragen voor beleidsthema’s zijn opgenomen.

2. Bedragen ten behoeve van een verzameluitkering worden opgenomen in het begrotingsartikel, genoemd in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Comptabiliteitswet 2001.

3. Een begroting als bedoeld in artikel 1, onderdelen a en b, van de Comptabiliteitswet 2001 bevat niet meer dan één verzameluitkering.

4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de verstrekking, de verlening, de vaststelling en de terugvordering van de verzameluitkeringen. Bij de verstrekking van een verzameluitkering wordt vermeld ter zake van welke beleidsthema’s de uitkering wordt verstrekt, en wat de verdeling is per beleidsthema.

5. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over de verstrekking, de verlening, waaronder de bevoorschotting, de vaststelling en de terugvordering van de verzameluitkeringen.

6. De verzameluitkering wordt besteed binnen de doelstellingen van het ministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, van de Comptabiliteitswet 2001. De informatie ten behoeve van de verantwoording betreft het totaal bestede bedrag per verzameluitkering.

3. Onderdeel G wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering in artikel 17a van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. Indien provincies en gemeenten van elkaar middelen ontvangen die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, verstrekken zij de informatie, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. In artikel 17b, eerste, vierde en zesde lid, wordt «het tweede lid» telkens vervangen door: het derde lid.

4. Onderdeel H wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 18, tweede lid, komt te luiden:

2. Onze Ministers wie het aangaat melden zo nodig ter voorbereiding van de indiening van de ontwerp-begrotingen en de wijzigingen, bedoeld in artikel 15, eerste tot en met derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001, aan Onze Ministers welke beleidsthema’s door middel van een verzameluitkering worden bekostigd.

5. Onderdeel L wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 24a wordt «het vijfde lid» vervangen door: het zesde lid.

B

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 186, vierde lid, van de Gemeentewet wordt «Artikel 17a, derde lid,» vervangen door: Artikel 17a, vierde lid,.

C

Artikel III wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 190, vierde lid, van de Provinciewet wordt «Artikel 17a, derde lid,» vervangen door: Artikel 17a, vierde lid,.

D

Na Artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IVA

De Wet gemeenschappelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 34 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a

1. Indien het openbaar lichaam een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet ontvangt van het Rijk of middelen ontvangt van de deelnemende gemeenten, die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen, 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet op de informatie ten behoeve van de verantwoording over deze middelen, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a.  voor gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders wordt gelezen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam;

b. voor de in artikel 17b, derde lid, genoemde betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de betreffende provincie of gemeente wordt gelezen: de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de gemeenten die het openbaar lichaam hebben ingesteld.

2. De ingevolge artikel 186, tweede lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet gestelde regels, alsmede het derde en vierde lid van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, met dien verstande dat voor het college wordt gelezen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

B

Na artikel 47 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 47a

1. Indien het openbaar lichaam een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet, ontvangt van het Rijk of middelen ontvangt van de deelnemende provincies, die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet op de informatie ten behoeve van de verantwoording over deze middelen, van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, met dien verstande dat:

a.  voor gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders wordt gelezen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam;

b. voor de in artikel 17b, derde lid, genoemde betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de betreffende provincie of gemeente wordt gelezen de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de provincies die het openbaar lichaam hebben ingesteld.

2. De ingevolge artikel 190, tweede lid, aanhef en onder b, van de Provinciewet gestelde regels, alsmede het derde en vierde lid van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, met dien verstande dat voor gedeputeerde staten wordt gelezen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

C

Na artikel 58 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 58a

1. Indien het openbaar lichaam een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet ontvangt van het Rijk of middelen ontvangt van de deelnemende provincies en gemeenten, die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet op de informatie ten behoeve van de verantwoording over deze middelen, van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, met dien verstande dat:

a.  voor gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders wordt gelezen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam;

b. voor de in artikel 17b, derde lid, genoemde betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de betreffende provincie of gemeente wordt gelezen de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de provincies en gemeenten die het openbaar lichaam hebben ingesteld.

2. De ingevolge artikel 186, tweede lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet gestelde regels, alsmede het derde en vierde lid van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, met dien verstande dat voor het college wordt gelezen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

E

Artikel X komt te luiden:

Artikel X

Artikel 13 van de Wet sociale werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt «artikel 186 van de Gemeentewet» vervangen door: artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Het zesde lid vervalt.

F

Artikel XI, onderdeel B, komt te luiden:

B

Artikel 77 komt te luiden:

Artikel 77 Verantwoording gemeenten en uitvoeringsbeeld

1. Het college legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een beeld van de uitvoering in.

3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het beeld van de uitvoering.

G

Artikel XII, onderdeel A, komt te luiden:

A

Artikel 54 komt te luiden:

Artikel 54

1. Het college legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een beeld van de uitvoering in.

3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het beeld van de uitvoering.

H

Artikel XIII, onderdeel A, komt te luiden:

A

Artikel 54 komt te luiden:

Artikel 54

1. Het college legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een beeld van de uitvoering in.

3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het beeld van de uitvoering.

I

Artikel XVI vervalt.

Toelichting

Artikel A, onderdeel 1 en 2

Met de wijziging van artikel 15a, eerste lid, is het begrip specifieke uitkering verduidelijkt door daaraan toe te voegen «aan provincies en gemeenten». De tweede toevoeging («of vanwege») brengt tot uitdrukking dat ook bijdragen uit ’s Rijks kas die niet door een minister zelf worden versterkt, maar wel afkomstig zijn van de rijksoverheid, vallen onder het begrip specifieke uitkering. Het gaat daarbij om verstrekkingen uit ’s Rijks kas, waarbij één of meer taken ten behoeve van de verstrekking van de specifieke uitkering door de minister wie het aangaat zijn belegd bij een zelfstandig bestuursorgaan. Voorbeelden daarvan zijn taken ten behoeve van de verstrekking van de specifieke uitkering Belvédère door de stichting Stimuleringsfonds Architectuur en de specifieke uitkering Opvang Asielzoekers door het Centraal Orgaan opvang asielzoeker. Ook als agentschappen, zoals SenterNovem, dergelijke taken uitvoeren geldt dat sprake is van een specifieke uitkering. Deze verduidelijking strekt ertoe buiten twijfel te stellen dat ook in deze gevallen sprake is van een specifieke uitkering. Voor gemeenten en provincies is het voordeel dat de financiële verhoudingen eenduidig zijn en dat in al deze gevallen het vereenvoudigde verantwoording- en controlesysteem (het principe van single information en single audit) van toepassing is.

De bepalingen over de verzameluitkering zijn om redactionele redenen anders vormgegeven. In het nieuwe derde lid van artikel 15a is, zoals voorheen aangehaald in artikel 16a, eerste lid, tot uitdrukking gebracht welke bijdragen in ieder geval alleen nog worden verstrekt als onderdeel van een verzameluitkering. Het nieuwe eerste lid van artikel 16a geeft aan wat onder een verzameluitkering wordt verstaan en komt naar strekking overeen met wat aanvankelijk in het derde lid van artikel 15a was opgenomen. Het nieuwe zesde lid bepaalt naast de wijze van verantwoording nu ook de bestedingsruimte van de verzameluitkering, zoals voorheen aangehaald in artikel 15a, derde lid. Deze ruimte betreft het besteden van de bijdragen per verzameluitkering aan de doelstellingen van de ministeries. Het tweede tot en met vijfde lid zijn slechts in beperkte mate redactioneel aangepast.

Artikel A, onderdeel 3, eerste lid

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is verwoord dat het verantwoording- en controlesysteem voor specifieke uitkeringen, single information en single audit, ook geldt voor verantwoordingen tussen provincies en gemeenten en provincies en gemeenten onderling. Een voorbeeld van verantwoording tussen provincies en gemeenten is de Brede doeluitkering verkeer en vervoer, waar gemeenten via de provincie een uitkering kunnen ontvangen ter voorbereiding en ter uitvoering van het verkeer- en vervoerbeleid. Een voorbeeld van verantwoording van gemeenten onderling is de specifieke uitkering Regionale meld- en coördinatiecentra, waarbij een centrumgemeente mede namens voor aantal andere gemeenten een bijdrage ontvangt. Kenmerk is dat de centrumgemeente budget beschikbaar stelt voor activiteiten die in de andere gemeenten plaatsvinden.

Artikel 17a, eerste lid, maakt het toepassen van single information en single audit tussen medeoverheden al mogelijk, maar mede op verzoek van het IPO is in artikel 17a, tweede lid, expliciet verwoord dat single information en single audit in deze gevallen altijd wordt gehanteerd. Dit betekent onder meer, dat afzonderlijke verantwoordingen en accountantsverklaringen over specifieke uitkeringen, die door medeoverheden aan medeoverheden worden gevraagd, vervallen voor zover van het Rijk ontvangen specifieke uitkeringen door medeoverheden aan medeoverheden worden verstrekt. Er kan aldus worden volstaan met het uiterlijk 15 juli volgend op het verantwoordingsjaar toezenden van de jaarstukken door de medeoverheden, die de middelen ontvangen van andere medeoverheden, aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit ministerie draagt daarbij zorg voor het verzamelen van de benodigde informatie en het onverwijld verstrekken van deze informatie aan de relevante medeoverheden. Door de verbreding van het principe en door de rijksfaciliteiten wordt een efficiencyslag behaald en wordt de verantwoordings- en controlebureaucratie verminderd.

Artikel A, onderdeel 4

Bij nader inzien zijn de data gewijzigd in artikel 18, waarop de vakministers de beleidsthema’s voor een verzameluitkering, op grond van de artikelen 15a, vierde lid, en 16a, eerste lid (nieuw) zullen melden. Er wordt met deze nota van wijziging aangesloten op de departementale planning- en controlcyclus. In de wet zijn de afgesproken momenten van aanlevering van de begroting en suppletoire begrotingen aan de Staten-Generaal, zoals bepaald in de Comptabiliteitswet verwoord. De regering acht het niet noodzakelijk om de aanlevermomenten tussen de departementen in de wet te regelen.

Artikel A, onderdeel 3, tweede lid en onderdeel 5, alsmede de artikelen B en C

Als gevolg van het invoegen van een nieuw tweede lid in artikel 17a, dient een aantal verwijzingen in de Financiële-verhoudingswet en in de Gemeentewet en de Provinciewet te worden aangepast.

Artikel D

Tot slot betreft het hier een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In lijn met het advies van de Raad van State heeft de regering ervan afgezien de openbare lichamen, op basis van de Wgr, in de Financiële-verhoudingswet (Fv-wet) op te nemen. Immers het was niet de bedoeling een structurele financiële relatie met deze openbare lichamen op te nemen in de financiële verhouding met het Rijk en ze daarmee een status te geven, die op een lijn met gemeenten en provincies staat. Wel is de regering er veel aan gelegen om ook voor de gemeenschappelijke regelingen uitvoering te geven aan de doelstellingen van decentralisatie en vermindering van de bestuurlijke lasten. Daarom wordt met de voorgestelde wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen een aantal bepalingen uit de Financiële -verhoudingswet, Gemeentewet en Provinciewet van overeenkomstige toepassing verklaard voor gemeenschappelijke regelingen.

De volgende bepalingen zijn onder dezelfde voorwaarden als voor gemeenten en provincies tevens van toepassing voor gemeenschappelijke regelingen:

– regelingen met betrekking tot de specifieke uitkering en de verzameluitkering, als bedoeld in artikel 15a,

– de verantwoordingsverplichting conform het principe van single information en single audit. Hierbij geldt evenals voor gemeenten en provincies dat de verantwoordingsinformatie wordt gezonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit ministerie draagt daarbij zorg voor het verzamelen van de benodigde informatie en het onverwijld verstrekken van deze informatie aan het relevante departement of de relevante medeoverheden.

– de eventuele consequenties, indien de verantwoordingsverplichting niet wordt nagekomen zijn tevens van toepassing. In het geval van de consequentie van opschorting van de betaling van de algemene uitkering wordt de algemene uitkering aan de provincies of gemeenten die een gemeenschappelijke regeling hebben ingesteld naar rato van hun aandeel in de regeling opgeschort.

– de voorschriften in de artikelen 190 van de Provinciewet respectievelijk 186 van de Gemeentewet voor zover betrekking hebbende op door het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling te verstrekken informatie aan derden. Het toezichtarrangement voor deze informatie inclusief de procedure van aanlevering en toetsing wordt met dit wetsvoorstel herzien. In het kader van het beperken van het aantal bestuurslagen – meerdere bestuurslagen konden maatregelen treffen – worden nu alleen de Fv-beheerders, als voornaamste belanghebbenden bij de correcte en tijdige aanlevering, verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen. Ook dienen de overzichten Informatie van derden alleen nog aan het CBS te worden aangeleverd en voert alleen CBS de tijdigheidtoetsen en toetsen op kwaliteit uit. Ook hierbij geldt dat de in deze artikelen beschreven mogelijke consequenties bij niet tijdige of juiste informatieverstrekking door het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling, gericht zullen zijn op de aan de regeling deelnemende gemeenten of provincies.

Artikel E en I

Het in artikel XIV genoemde wetsvoorstel is inmiddels tot wet verheven en in werking getreden per 1 januari 2008. Daarmee kunnen de artikelen X en XIV zoals ze zijn opgenomen in het wetsvoorstel vervallen. Met het in onderdeel F opgenomen artikel X wordt de tekst van artikel 13 van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), zoals deze luidt sinds 1 januari 2008, aangepast aan de invoering van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel F, G en H

Met de artikelen XI, XII en XIII is in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) niet expliciet geregeld door wie de verantwoording, via de verantwoordingsinformatie in de bijlage bij de jaarrekening, over de uitvoering van de desbetreffende wetten geschiedt. Met de onderhavige onderdelen geschiedt dat alsnog. Daarmee wordt tevens, in combinatie met de bestaande artikelen 8b WWB, 40 IOAW en 40 IOAZ, expliciet geregeld dat de verantwoording voor die wetten niet kan geschieden door een gemeenschappelijke regeling. Voor de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en de Wsw geldt hetzelfde op grond van artikel 23a WWIK in combinatie met het in artikel XIII, onderdeel b, van dit wetsvoorstel opgenomen artikel 48, tweede lid, WWIK respectievelijk artikel 1, tweede lid, Wsw in combinatie met artikel 13, vierde lid, van die wet.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten