Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 november 2015
In opdracht van het Ministerie van SZW heeft Cebeon onderzoek verricht naar de kosten
voor toezicht en handhaving in de kinderopvang door gemeenten en GGD’en1. Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van dit onderzoek en ga ik in op
de betekenis daarvan.
Inleiding
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en de handhaving in de kinderopvang.
GGD’en voeren het toezicht daadwerkelijk uit. In 2011 hebben het Rijk en de VNG hierover
financiële afspraken gemaakt. Er is toen ondermeer afgesproken dat:
-
• het Rijk bovenop de bestaande middelen structureel € 13 miljoen toevoegt aan het gemeentefonds
voor toezicht en handhaving in de kinderopvang. Het totaal bedrag voor toezicht en
handhaving in de kinderopvang komt daarmee jaarlijks uit op € 29,9 miljoen.
-
• de financiële afspraken bieden een meerjarig budgettair kader op basis van de in 2011
verwachtte ontwikkelingen in de capaciteit. Bij afwijkingen van plus of min 10% ten
opzichte van de veronderstelde capaciteit treden VNG en SZW in overleg over de gevolgen
voor het budgettair kader.
-
• eind 2014 wordt de evaluatie van de afspraken gestart.
In opdracht van SZW heeft Cebeon in 2015 deze bestuurlijke afspraken geëvalueerd en
onderzocht welke kosten gemeenten en GGD’en het jaar daaraan voorafgaand maakten voor
toezicht en handhaving in de kinderopvang. Het onderzoek is mede begeleid door vertegenwoordigers
van onder andere de VNG, GGD GHOR Nederland en GGD Amsterdam.
Resultaten onderzoek
Cebeon heeft in haar onderzoek aandacht besteed aan ondermeer de omvang en ontwikkeling
van het aanbod van kinderopvang, de kosten die gemeenten en GGD’en maken voor toezicht
en handhaving en andere inkomsten voor de financiering van toezicht en handhaving
(in het bijzonder leges).
Uit het eindrapport van Cebeon blijkt dat het moeilijk is een concrete raming te geven
van – in het bijzonder – de kosten voor handhaving, omdat de kosten hiervoor of de
uren die eraan worden besteed door veel gemeenten niet specifiek worden bijgehouden.
Door middel van bijschatting en afhankelijk van de aannames daarbij is een inschatting
van de kosten gemaakt. De uitkomsten kennen daarom een aanzienlijke onzekerheidsmarge
en worden geschat op tussen de € 14 en € 21 miljoen. De kosten voor toezicht worden
door Cebeon geraamd op € 23,5 miljoen. De totale kosten voor toezicht en handhaving
in de kinderopvang worden daarmee geschat op tussen de € 37,5 en € 44,5 miljoen.
Wat betreft de ontwikkeling van het aanbod van kinderopvang laat het rapport ultimo
2014 de volgende cijfers zien: buitenschoolse opvang (– 5%), gastouderbureaus (+1%),
kinderdagverblijven (+10%) en gastouders (– 22%).
Tot slot blijkt uit het rapport dat een kwart van de onderzoeksgemeenten leges heft
voor inschrijving in het LRKP. Voor deze gemeenten dekken de inkomsten uit leges tussen
de 1% en 10 à 15% van de totale uitgaven aan toezicht en handhaving.
Betekenis van de resultaten en gevolgen voor beleid
Het rapport van Cebeon laat zien dat de kosten van toezicht en handhaving in de kinderopvang
de storting daarvoor in het gemeentefonds overschrijden. Bij deze kostenanalyse dient
wel een aanzienlijke onzekerheidsmarge in acht te worden genomen. Het rapport laat
aan de andere kant ook zien dat de ontwikkeling van het aanbod van kinderopvang binnen
de bandbreedte van plus of min 10% blijft. Dit is binnen de afgesproken randvoorwaarde
voor het budgettaire kader.
Met de VNG is afgesproken dat de huidige afspraken over het budgettaire kader in 2016
worden bestendigd. De jaren daarna zullen – ondermeer als gevolg van nog te maken
keuzes in het project Het Nieuwe Toezicht – wijzigingen optreden die gevolgen hebben
voor het werk en de werkwijze van gemeenten en GGD’en. Deze wijzigingen zullen ook
gevolgen hebben voor de (verwachte) kosten van toezicht en handhaving. Ik verwacht
in het voorjaar van 2016 meer duidelijkheid te kunnen geven over de wijzigingen in
de wet- en regelgeving en de gevolgen daarvan voor (de kosten van) toezicht en handhaving
vanaf 2017. Dit lijkt mij een goed moment om opnieuw met de VNG in gesprek te gaan
over de kosten voor toezicht en handhaving in de kinderopvang.
Vooruitlopend daarop wil ik graag benadrukken dat ik ook nu al concrete stappen neem
die leiden tot lagere kosten voor toezicht en handhaving. In het bijzonder denk ik
daarbij aan het vereenvoudigen van de aanvraag voor inschrijving in het Landelijk
Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Op basis van berekeningen door de
Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt geschat dat dit een besparing op de kosten
voor toezicht en handhaving oplevert van ongeveer € 1 miljoen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher