Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531322 nr. 266

31 322 Kinderopvang

Nr. 266 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 januari 2015

U heeft mij verzocht te reageren op het verslag van de curator van kinderopvangorganisatie Estro van 28 november 2014 en het artikel hierover in het Financieel Dagblad van 29 november 2014.

Het onderzoek naar de gang van zaken bij Estro rond het faillissement is een taak van de curator. Wat voor mij een belangrijk punt uit het verslag vormt, is de constatering van de curator dat de betrokken bestuurders op eigen initiatief de over de jaren 2013 en 2014 ontvangen bonussen aan de boedel hebben terugbetaald. Daar ben ik blij mee. Of ze hiertoe ook juridisch verplicht hadden kunnen worden was volgens de curator namelijk nog niet helder. Tegelijkertijd vind ik het ook logisch. Als een kinderopvangorganisatie failliet gaat heeft dat verstrekkende gevolgen voor ouders, kinderen en medewerkers. Het zou in mijn optiek vanzelfsprekend moeten zijn dat bestuurders van een dergelijke organisatie goed nadenken over de vraag of eventueel ontvangen bonussen niet alleen juridisch rechtmatig maar ook inhoudelijk terecht zijn.

De curator stelt verder dat hij zich nog niet meer dan een eerste indruk heeft gevormd van het beleid en de gang van zaken voorafgaand aan het faillissement. De curator zal de komende periode beginnen met het onderzoek naar de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het faillissement van Estro. Hierin zal de financiering van Estro sinds 2010 worden meegenomen. De curator geeft aan te verwachten hier op 1 maart 2015 over te kunnen rapporteren. Indien daar aanleiding toe is, zal ik u hierover verder informeren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher