31 311 Zelfstandig ondernemerschap

Nr. 80 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juni 2011

In 2009 en 2010 zijn twee pilots op het terrein van microkredietverlening uitgevoerd. Namelijk de tijdelijke SZW-borgstellingsregeling 2009–2010 en de Stichting Microkrediet Nederland (handelend onder de naam Qredits). In de brief van 11 september 2008 (Kamerstuk 31 311, nr. 20) zijn deze pilots in meer detail beschreven. Eind 2010 hebben de staatssecretaris van SZW en ik aan onderzoeksbureau Ecorys gevraagd deze pilots te evalueren. Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van SZW, de eindrapportage aan zoals toegezegd tijdens het AO Ondernemerschap met uw Kamer op 11 februari 2010 (kamerstuk 31 311, nr. 46).1

Het kabinet is verheugd te kunnen constateren dat de pilots eraan hebben bijgedragen dat een substantieel deel van de deelnemende aspirant-ondernemers de mogelijkheid heeft gekregen om hun droom, een bestaan als zelfstandig ondernemer, te verwezenlijken. Hiermee is een eerste doel van de pilots behaald. Een tweede doel was proefondervindelijk onderzoeken of de pilots een oplossing voor het marktfalen van kredietverlening kunnen bieden. De markt bedient een risicovolle groep kredietaanvragers nu niet, bijvoorbeeld omdat de vaste kosten voor kredietverstrekkers bij kleine ondernemerskredieten verhoudingsgewijs hoog zijn en eventuele «zekerheden» in de vorm van onderpand of borg ontbreken. Hierdoor wordt een groep (aspirant)ondernemers weerhouden om te ondernemen. Ecorys komt tot de conclusie dat de werkwijze van de pilots dit marktfalen «deels» heeft weggenomen. Overheidsondersteuning blijft volgens Ecorys bij de huidige opzet van de pilots echter nodig voor het oplossen van het overige deel van het marktfalen.

Hoewel het aannemelijk is dat met de pilots ondernemers zijn geholpen die anders niet door de markt waren bediend, konden de pilots niet alle belemmeringen wegnemen. Hiervoor zijn twee verklaringen te geven. Voor Qredits geldt dat de eis van levensvatbaarheid van de businesscase een beperking legt op de mate waarin ondernemers met een hoger dan gemiddeld risico kunnen worden bediend. Naast financiële aspecten (bijvoorbeeld het ontbreken van zekerheden) spelen de weging van andere factoren (bijvoorbeeld omtrent de weging van de zwaarte van BKR-registratie) en de verwachte levensvatbaarheid van ondernemingsplannen hierbij een rol. Qredits is er wel in geslaagd om een fors aantal kredieten te verstrekken en efficiënt te verwerken.

Bij de SZW-borgstellingsregeling is er in de praktijk niet altijd sprake geweest van een efficiënt kredietverleningsproces. Deze inefficiëntie zit voornamelijk in de gevallen waarbij zowel de pilotgemeente als een commerciële bank de beoordeling van kredietaanvragen en ondernemingsplannen heeft gedaan. Hierdoor is soms sprake geweest van dubbel werk. Daarmee is een deel van de beoogde kostenbesparing bij de betrokken banken, als bijdrage aan de oplossing van het marktfalen, niet altijd behaald. De tijdelijke SZW-borgstellingsregeling heeft wel een groot bereik behaald onder de doelgroep van de pilots, met name uitkeringsgerechtigden.

Dit betekent het volgende voor de pilots. Qredits is na afloop van de pilotperiode nog actief. In augustus 2010 heeft de pilot Qredits van de drie grootbanken en de Bank der Nederlandse Gemeenten aanvullende financiering van € 30 miljoen ontvangen waarbij de lening van EL&I als achtergestelde lening voor Qredits beschikbaar blijft. Qredits is hiermee een aanvulling in de markt voor kredietverlening aan kleine (startende) zelfstandigen. Ik zal met Qredits en andere betrokkenen bespreken welke verbeteringen op grond van de evaluatie mogelijk zijn. De SZW-borgstellingsregeling was een tijdelijke regeling en is per 1 januari 2011 tot een eind gekomen. Vanwege het relatief inefficiënte proces is het mede voor betrokken banken reden geweest om na afloop geen gebruik meer te maken van deze regeling. Dit betekent dat er geen doorstart van de tijdelijke SZW-borgstellingsregeling zal plaatsvinden. Voor de doelgroep uitkeringsgerechtigden betekent dit dat zij weer een beroep kunnen doen op de huidige infrastructuur voor kredietverlening, zoals deze nu geregeld is in de SZW-regelingen (Bbz 2004 en de krediet- en borgstellingsregeling in de Wet WIA en Wet Wajong).

Tot slot is er naast het evaluatieonderzoek naar de twee microkredietpilots tevens opdracht gegeven om onderzoek te verrichten naar het Bbz 2004 voor startende ondernemers. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in hoeverre deze regeling bijdraagt aan uitstroom uit de uitkering. De staatssecretaris van SZW zal uw Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek en de conclusies die hij daaraan verbindt rond het zomerreces van 2011 informeren.

Mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven