Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831311 nr. 208

31 311 Zelfstandig ondernemerschap

Nr. 208 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juli 2018

Eind 2016 hebben drie onafhankelijke deskundigen een uniform kader opgesteld waar de zes banken die rentederivaten hebben verkocht aan MKB-ondernemingen zich aan hebben gecommitteerd. Dit kader dient als basis om ervoor te zorgen dat de problemen die zijn ontstaan door de grootschalige verkoop van rentederivaten aan MKB-ondernemingen op een correcte en zorgvuldige manier worden opgelost. Het is belangrijk voor alle getroffen MKB-ondernemingen dat het dossier zo snel als mogelijk wordt afgerond. De banken doen dit onder toeziend oog van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Door middel van voortgangsrapportages informeert de AFM mij halfjaarlijks over de stand van zaken en de voortgang van de toepassing door de banken van het Uniform Herstelkader (UHK). De AFM heeft vorige week haar derde voortgangsrapportage opgeleverd. Hierbij doe ik deze rapportage aan uw Kamer toekomen1.

Hoewel de uitvoering van het herstelkader complexer is gebleken dan de banken, de externe dossierbeoordelaars en de AFM hadden voorzien, is er nu een duidelijke versnelling zichtbaar en worden steeds grotere aantallen aanbodbrieven door de banken uitgestuurd. Van de ruim 19.000 MKB’ers die onder het herstelkader vallen, hebben 2.462 klanten op 31 mei een definitief aanbod ontvangen. De AFM heeft op 5 juli laten weten, dat sinds 31 mei nog 850 aanbodbrieven naar klanten zijn verstuurd. Het totaal komt daarmee uit op 3.312 aanbodbrieven.

De voorschotten die de banken hebben uitgekeerd, verzachten de pijn van de vertraging. De banken hebben 2.386 kwetsbare klanten in totaal € 156 mln. aan voorschotten aangeboden. Dit betekent dat ruim driekwart een voorschot aangeboden heeft gekregen van 100% van de compensatie waar ze aanspraak op maken.

Daarnaast hebben 13.645 reguliere klanten € 562 mln aan voorschotten aangeboden gekregen en 42 opt-in klanten € 0,6 mln. Daarmee komt het totaal aan aangeboden voorschotten op € 719 mln., waar dat in de vorige rapportage € 407 mln. Was (Kamerstuk 31 311, nr. 196). Hiermee is bijna de helft van de door de banken gereserveerde compensatiebedragen aangeboden in de vorm van een voorschot.

De hoge acceptatiegraad (bijna 90%) van de uiteindelijke aanbodbrieven toont aan dat de MKB’ers tevreden zijn met het compensatieaanbod van hun bank. Dit neemt niet weg dat te veel MKB’ers al te lang op hun compensatie moeten wachten, wat terecht tot teleurstelling leidt.

In deze brief zal ik eerst de belangrijkste conclusies van de voortgangsrapportage van de AFM toelichten en voorzien van een korte appreciatie. Daarna zal worden ingegaan op de invulling van de moties van de leden Ronnes en Paternotte2 over voorschotten voor opt-in klanten en het verzoek van de vaste commissie voor Financiën om een reactie van de NVB op de motie van de leden Van der Linde en Leijten3.

Voortgang

2 banken klaar, 2 banken op koers, 2 banken moeten additionele maatregelen nemen om in 2018 af te ronden

Twee banken hebben het herstelkader volledig afgerond. Deze twee banken hebben alle klanten die onder het herstelkader vallen een aanbodbrief gestuurd met daarin een compensatievoorstel.

Eén bank is bijna klaar met het uitsturen van aanbodbrieven en verwacht eind september haar laatste aanbodbrief te sturen. Een vierde bank verwacht eind 2018 al haar MKB-klanten een aanbodbrief te hebben gestuurd.

Bij de twee banken met het grootste aantal klantdossiers, zijn additionele maatregelen nodig. Ik zal deze twee banken op korte termijn schriftelijk en mondeling laten weten dat ik van ze verwacht dat ze additionele maatregelen dienen te treffen om te voldoen aan hun eerdere commitment om voor het einde van dit jaar af te ronden. Tevens zal ik contact opnemen met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) om ook daar aan te geven dat banken alles op alles moeten zetten deze ambitie waar te maken.

€ 719 mln. aan voorschotten aangeboden

Banken bieden voorschotten aan kwetsbare klanten en overige MKB-klanten aan die langer op hun compensatie moeten wachten. Dit is inmiddels opgelopen tot € 719 mln., waar dat in de vorige rapportage € 407 mln. was. Hoewel dit dossier pas echt afgesloten kan worden als de laatste MKB’er zijn compensatie heeft ontvangen, zie ik de voorschotten en de hoge acceptatiegraad als een positieve ontwikkeling om de MKB’ers, ondanks de vertraging, tegemoet te komen.

AFM

AFM kijkt met de banken naar versnellingsmogelijkheden

De AFM onderzoekt samen met de betrokken banken en de externe dossierbeoordelaars mogelijkheden om de uitvoering van het herstelkader verder te optimaliseren en te versnellen. Als randvoorwaarden gelden hiervoor onder meer dat waarborgen zijn getroffen dat door de optimalisatie de MKB-klant niet materieel slechter af is en dat de optimalisatie tijdwinst oplevert.

De AFM heeft besloten dat één procesoptimalisatie kan worden geïmplementeerd. Deze optimalisatie ziet erop dat de externe dossierbeoordelaar de aanbodbrief pas controleert nadat deze naar de MKB-klant is verstuurd. Momenteel vindt de controle van de externe dossierbeoordelaar plaats voordat de aanbodbrief naar de MKB-klant wordt verstuurd. Hiermee wijzigt het moment waarop de controle plaatsvindt. De controle zelf blijft onveranderd.

Ik verwelkom de voorstellen die banken richting de AFM hebben gedaan om, waar mogelijk en verantwoord, versnellingen in het proces aan te brengen om nog zoveel mogelijk klanten dit jaar duidelijkheid te geven over hun compensatie.

AFM komt met extra tussentijdse rapportage in oktober

De AFM geeft verder aan dat, vergeleken met de vorige rapportage (Kamerstuk 31 311, nr. 196), de onzekerheden in de processen bij de banken aanzienlijk zijn verminderd, maar dat het noodzakelijk blijft om ook in de komende periode kritische toezicht te blijven houden op de banken en de externe dossierbeoordelaars. De AFM heeft daarom besloten om in oktober een tussenrapportage op te leveren.

Ik deel de conclusie van de AFM dat het belangrijk is om kritisch te blijven kijken naar de voortgang bij de banken. Een tussenrapportage in oktober is wenselijk, ook om te kunnen beoordelen in hoeverre de procesoptimalisaties tot een versnelling hebben geleid en of er mogelijke andere stappen nodig zijn.

Moties

Invulling motie Ronnes/Paternotte over opt-in klanten

In de tijdens het VAO bankensector (Handelingen II 2017/18, nr. 55, item 22) ingediende motie van de leden Ronnes (CDA) en Paternotte (D66) wordt de regering verzocht de AFM te vragen de opt-in klanten specifiek zichtbaar te maken in de voortgangsrapportage. Verder heb ik toegezegd na te zullen vragen of opt-in klanten ook in aanmerking komen voor een voorschot van hun bank.

Opt-in klanten zijn MKB-klanten die een rentederivaat hebben gehad dat na 1 januari 2005 is afgesloten en dat zou lopen tot na 1 april 2011, maar dat al voor die datum is beëindigd. Het herstelkader bepaalt dat deze klanten niet op initiatief van de bank worden meegenomen in de herbeoordeling. Deze klanten moeten zelf contact opnemen met hun bank. In de voortgangsrapportage meldt de AFM dat 124 klanten die zich hebben gemeld bij hun bank worden meegenomen bij de herbeoordeling als opt-in klant. Daarnaast geeft de AFM aan dat drie van de vier banken een voorschot aanbieden aan opt-in klanten.

Invulling motie Van der Linde/Leijten

In de motie van de leden Van der Linde en Leijten worden de banken opgeroepen een streefdatum voor volledige afhandeling van het rentederivatendossier te formuleren en te communiceren en wordt de wens uitgesproken dat deze banken zichzelf, voor de dossiers waarvoor deze streefdatum niet wordt gehaald, een nader te bepalen boeterente opleggen.

Deze motie is in het voorjaar van 2018 onder de aandacht gebracht van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). De commissie van Financiën heeft vervolgens verzocht om ook de reactie van de NVB op deze motie te mogen ontvangen. De schriftelijke reactie van de NVB op dit verzoek is als bijlage toegevoegd4.

Ik vind dat uit de reactie van de NVB te weinig urgentie spreekt. De banken hebben zich gecommitteerd aan het afronden van alle dossiers in dit kalenderjaar. Zoals aangegeven zal ik de banken rechtstreeks verzoeken alles in het werk te stellen deze ambitie waar te maken. Ook zal ik hier bij de voorzitter van de NVB op aandringen.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 32 013, nr. 155

X Noot
3

Kamerstuk 32 013, nr. 151

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl