Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
Tijdens het commissiedebat duurzaam vervoer op 14 januari 2026 heeft de Staatssecretaris
van IenW toegezegd dat de Kamer tijdens of voor aanvang van de begrotingsbehandeling
van IenW een reactie ontvangt op het signaal van lid Goudzwaard (JA21) over bestelauto's
tot 3.500 kg. In deze brief reageer ik op dit signaal.
Lid Goudzwaard heeft gevraagd of het kabinet kan bevestigen dat de Wet vrachtwagenheffing
niet expliciet voorschrijft dat legaal tot onder de 3.500 kg teruggekeurde bestelauto’s
alsnog als vrachtwagen worden behandeld. Bij het terugkeuren van een vrachtwagen wordt
de toegestane maximummassa verlaagd tot 3.500 kg (of lager). Dat maakt het onder meer mogelijk
dat een chauffeur met rijbewijs B in dit voertuig mag rijden. Bij terugkeuren blijft
de technische maximummassa en de Europese voertuigcategorie ongewijzigd (het blijft een N2-voertuig).
De Wet vrachtwagenheffing is geharmoniseerd met de Europese voertuigindeling. Dit
betekent dat de vrachtwagenheffing vanaf 1 juli 2026 gaat gelden voor binnen- en buitenlandse
vrachtwagens in de categorie N2 en N3. Ze hebben een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg. Vrachtwagens in de categorie N2 die zijn teruggekeurd
tot een toegestane maximummassa van maximaal 3.500 kg vallen ook onder de vrachtwagenheffing.
Dit volgt expliciet uit de Wet vrachtwagenheffing. RDW heeft alle eigenaren van N2-
en N3-voertuigen, inclusief eigenaren van teruggekeurde N2-voertuigen, per brief geïnformeerd
dat hun voertuigen vanaf 1 juli 2026 onder de vrachtwagenheffing vallen. Ook in veel
andere EU-landen, zoals Duitsland en Oostenrijk, geldt de vrachtwagenheffing voor
alle voertuigen met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg.
Ook heeft lid Goudzwaard gevraagd of het kabinet het proportioneel acht dat exact
dezelfde bestelauto bij hetzelfde gebruik wordt geconfronteerd met een lastenstijging
van 400%. Per 1 juli 2026 start de vrachtwagenheffing. Dit brengt een verandering
met zich mee voor alle N2- en N3-voertuigen, die vanaf dat moment gaan betalen per
gereden kilometer. In hoeverre een gebruiker wordt geconfronteerd met een lastenstijging
hangt af van de milieukenmerken van het voertuig en het aantal kilometers dat gereden
wordt over het heffingsnetwerk van de vrachtwagenheffing.
In de huidige situatie moet voor vrachtwagens motorrijtuigenbelasting (mrb) betaald
worden. Voor vrachtwagens die zijn teruggekeurd tot 3.500 kg bedraagt dit € 269 per
3 maanden (tarief 2026, zonder fijnstoftoeslag). Na de start van de vrachtwagenheffing,
verdwijnt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot 12.000 kg. Ook voor een
eigenaar van een teruggekeurde vrachtwagen betekent dit dat vanaf het eerste volledige
tijdvak na 1 juli 2026 niet langer motorrijtuigenbelasting is verschuldigd (er geldt
een nihiltarief). In plaats daarvan gaat de eigenaar een bedrag per gereden kilometer
betalen op alle snelwegen en op sommige provinciale en gemeentelijke wegen. De vrachtwagenheffing
bedraagt in de laagste gewichtsklasse € 0,113 per kilometer voor een gangbare euro-6
diesel vrachtwagen (prijspeil 2026). Overigens worden emissievrije vrachtwagens tot
4.250 kg volledig vrijgesteld van de vrachtwagenheffing.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman