D
nr. 4
BRIEF VAN DE TIJDELIJKE GEMENGDE COMMISSIE SUBSIDIARITEITSTOETS
Aan: de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal de Voorzitter
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2007
Op 11 juli 2007 heeft de Europese Commissie het Witboek Sport (COM(2007)
391) gepubliceerd.
Op verzoek d.d. 11 oktober 2007 van de commissie voor VWS van de
Tweede Kamer heeft de Tijdelijke Gemengde Commissie Subsidiariteitstoets (voorheen
TCS) onderhavig voorstel in procedure genomen.
Met toepassing van de in Kamerstuk 30 389, nr. 1/A (p. 7–9)
opgenomen procedure heeft de TGCS bijgevoegd advies opgesteld, welk advies
ter stemming aan uw Kamers wordt voorgelegd. De TGCS stelt voor dit advies
ter kennis van de Nederlandse regering te brengen.
De relevante Kamerstukken zijn gedrukt onder nummer 31 303 van het
parlementaire jaar 2007–2008.
De voorzitter van de tijdelijke gemengde commissie subsidiariteitstoets,
Jan Jacob van Dijk
Motivering
Beide Kamers der Staten-Generaal hebben kennis genomen van de inhoud van
het Witboek Sport (COM(2007) 391). Bij hun oordeelsvorming daarover hebben
zij het kabinetsstandpunt over onderhavig Witboek (Kamerstukken II, 2007–2008,
31 202, nr. 6), evenals het Frans-Nederlandse Memorandum dienaangaande
(Kamerstukken II, 2007–2008, 31 202, nr. 7 (bijlage)) betrokken.
Beide Kamers der Staten-Generaal hebben het Witboek vervolgens –
met gebruikmaking van de daartoe geëigende parlementaire procedures –
getoetst aan de criteria van subsidiariteit en proportionaliteit uit artikel
5 EG-Verdrag. De uitkomsten van deze toetsing zijn als volgt.
Op diverse plaatsen in het Witboek erkent de Europese Commissie dat de
Gemeenschap rechtstreekse bevoegdheden op sportterrein ontbeert en dat de
verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de lidstaten, bij sportorganisaties
(i.c. de sportfederaties) en andere betrokken partijen. Beide Kamers der Staten-Generaal
hechten eraan dit te onderstrepen.
Terecht zijn veel van de in het Witboek genoemde Europese maatregelen
dan ook gericht op het (financieel) ondersteunen van betrokken partijen en/of
de lidstaten, de uitwisseling van goede praktijken en informatie, evenals
op het bevorderen van de dialoog tussen betrokken partijen en overheden. Voor
beide Kamer der Staten-Generaal staat voorop dat het bedoelde Europese optreden
hooguit aanvullend kan zijn aan dat van de lidstaten en de sportsector zelf.
Beide Kamers der Staten-Generaal nemen met instemming kennis van het feit
dat het Witboek met betrekking tot de grensoverschrijdende aspecten van de
sport bovendien expliciete verwijzingen bevat naar de rol en initiatieven
van internationale organisaties als de UNESCO, WHO en de Raad van Europa,
evenals naar die van het Wereldantidopingsagentschap (WADA) en naar die van
sportorganisaties als het Internationaal Olympisch Comité, de Europese
Olympische Comités en de FIFA. Duplicatie op Europees niveau van bedoelde
activiteiten dient te worden vermeden.
Voor zover Europees optreden op sportterrein noodzakelijk is, dient daarvoor
voldoende rechtsgrondslag in het EG-Verdrag aanwezig te zijn en dient dat
optreden zich te beperken tot die grensoverschrijdende aspecten van de sport
die niet door de lidstaten en/of in andere (bestaande) internationale gremia
en instellingen doeltreffend kunnen worden aangepakt. Aspecten van het sportbeleid
die voor Europees optreden in aanmerking kunnen komen, zijn mediarechten,
transfers, de bestrijding van supportersgeweld en de bestrijding van dopinggebruik.
Bij het laatste moet overigens duplicatie van de werkzaamheden van de WADA
worden vermeden.
Beide Kamers der Staten-Generaal dringen er bij de Nederlandse regering
op aan bij eventuele vervolgstappen op het Witboek Sport bovengenoemd kader
nauwlettend in het oog te houden. In dit verband willen zij er ook op wijzen
dat bij een eventueel nieuw Verdragskader voor sportbeleid beide Kamers mogelijk
nieuwe regelgevingsvoorstellen in bovengenoemde zin zullen blijven toetsen
aan de criteria van subsidiariteit en proportionaliteit.