Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831295 nr. 2

31 295
Wijziging van diverse wetten in verband met het aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en diverse andere wijzigingen

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie als zodanig te noemen in de wetten die haar beleidsterreinen betreffen en voorts diverse andere wijzigingen, van ondergeschikte aard, in diverse wetten door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In artikel 239 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt «de Minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL II

De Huisvestingswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

B

In de artikelen 60b, tweede lid, en 60f, eerste en tweede lid, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

ARTIKEL III

Artikel 13 van de Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Artikel 100e, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikellid luidde voor 1 juli 2007, blijft van kracht ten aanzien van besluiten die op basis van artikel 100e, tweede lid, van de Woningwet, zoals dat artikellid luidde voor 1 juli 2007, zijn aangeboden ten behoeve van inschrijving in de openbare registers.

ARTIKEL IV

Na artikel 9.6.2 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordeningwordt een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 9.7 OVERGANGSRECHT BOUWPLANONTEIGENING

Artikel 9.7.1

1. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder 2°, van de onteigeningswet indien voor dat tijdstip overeenkomstig het vierde lid van dat artikel toepassing is gegeven aan artikel 3.11 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder 3°, van de onteigeningswet waarvan een ontwerp met de bijbehorende stukken ingevolge artikel 80 van die wet voor dat tijdstip ter inzage is gelegd.

ARTIKEL V

De Kadasterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, vervalt: ingesteld bij deze wet.

B

Artikel 3, eerste lid, onderdelen g tot en met m, komen te luiden:

g. het in opdracht van Onze Minister van Defensie vervaardigen, verzamelen en bijwerken van geografische gegevens ten behoeve van de krijgsmacht, het uniform en consistent overeenkomstig diens opdracht cartografisch weergeven van die gegevens en het aan Onze Minister van Defensie verstrekken van inlichtingen omtrent die gegevens;

h. het bevorderen van de kenbaarheid van de ligging van ondergrondse kabels en leidingen;

i. het beheren van de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, en het verlenen van inzage in de gegevens uit die voorziening;

j. het verstrekken van inlichtingen omtrent gegevens die de Dienst heeft gekregen in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in de onderdelen a tot en met f;

k. het bevorderen van de toegankelijkheid en de uitwisselbaarheid van gegevens als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;

l. het vervaardigen en verstrekken van informatie door verwerking van gegevens als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, voorzover het vervaardigen en verstrekken van die informatie niet onverenigbaar zijn met de doeleinden, genoemd in artikel 2a, en

m. het in opdracht van een of meer van Onze Ministers verrichten van werkzaamheden of het aan een of meer van Onze Ministers verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ter nakoming van op Nederland rustende internationale verplichtingen uit verdragen en overeenkomsten of daarop gebaseerde besluiten overeenkomstig die verdragen, overeenkomsten of besluiten.

C

In artikel 54, eerste lid, onderdeel a, vervalt: , bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a,.

D

In artikel 74 wordt «artikel 50„» vervangen door: artikel 50,.

E

Artikel 117 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «onderdelen g en h» vervangen door: onderdelen g en j.

2. Het zesde, zevende en achtste lid komen te luiden:

6. De Dienst is aansprakelijk voor de schade die is veroorzaakt door een vergissing, verzuim of andere onregelmatigheid van de Dienst, door hem begaan bij de registratie, bedoeld in artikel 6 van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten, en de uitwisseling of de verstrekking van gegevens, bedoeld in de artikelen 9, 11, 12, 15, 17 en 18 van die wet. De Dienst is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het door de Dienst verstrekken van informatie die afkomstig is van derden en inhoudelijk onjuist blijkt te zijn, of het niet tijdig ontvangen of kunnen verstrekken van informatie die afkomstig is van derden door handelen of nalaten van die derden.

7. De Dienst is aansprakelijk voor de schade die is veroorzaakt door een vergissing, verzuim, vertraging of andere onregelmatigheid van de Dienst, door hem begaan bij het beheren van de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel bij het verlenen van inzage in de gegevens uit die voorziening. De Dienst is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het door de Dienst verstrekken van gegevens die afkomstig zijn van derden en inhoudelijk onjuist blijken te zijn, of het niet tijdig ontvangen of kunnen verstrekken van gegevens die afkomstig zijn van derden door handelen of nalaten van die derden.

8. Het bestuur van de Dienst kan regels stellen met betrekking tot de aansprakelijkheid voor de gevolgen van storingen in de middelen die de Dienst gebruikt bij elektronische gegevens uitwisseling als bedoeld in deze wet.

F

In artikel 118, tweede lid, wordt «110 ,» vervangen door: 110.

ARTIKEL VI

Artikel 70, derde lid, van de Kernenergiewet komt te luiden:

3. De vergunninghouder kan de vergunning geheel of gedeeltelijk aan een ander overdragen, indien daarvoor toestemming is gegeven door Onze Ministers die de vergunning hebben verleend. Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.

ARTIKEL VII

De Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade II wordt ingetrokken.

ARTIKEL VIII

Artikel 40, negende lid, onderdeel a, van de Mijnbouwwet komt te luiden:

a. hoofdstuk 7, de artikelen 8.16, 8.20, eerste lid, 8.21, 8.40, eerste en tweede lid, 8.41, 8.42, en afdeling 13.2;

ARTIKEL IX

In de artikelen 1, onderdeel g, en 35, eerste en derde lid, van de Monumentenwet 1988 wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL X

Artikel 16, tweede lid, van de Organisatiewet Kadaster komt te luiden:

2. De gebruikersraad bestaat uit een kamer voor de diensten die verband houden met in elk geval de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b, d, e, i, j, k en l, van de Kadasterwet, en een kamer voor de diensten die verband houden met in elk geval de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, f, h, j, k en l, van de Kadasterwet.

ARTIKEL XI

De Remigratiewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt «Onze Minister van Binnenlandse Zaken» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

B

In artikel 8j, tweede lid, onderdeel a, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XII

1. De Uitvoeringswet EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel N, wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden:

Na artikel 17.18 wordt een titel ingevoegd, luidende:.

2. Na de aanhef wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

TITEL 17.3 MAATREGELEN BIJ GEVAAR DOOR STOFFEN, PREPARATEN OF GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN.

3. Artikel 17.6 wordt vernummerd tot artikel 17.19.

B

Artikel XI vervalt.

2. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 mei 2008, vervalt het eerste lid, onderdeel A, en wordt de Wet milieubeheer als volgt gewijzigd:

A

Het artikel 17.6 dat begint met «1. Indien stoffen, preparaten of gemodificeerde organismen» wordt vernummerd tot artikel 17.19.

B

Na artikel 17.18 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

TITEL 17.3 MAATREGELEN BIJ GEVAAR DOOR STOFFEN, PREPARATEN OF GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN.

ARTIKEL XIII

In artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XIV

In artikel 11, tweede lid, en derde lid, onderdeel a, van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XV

In artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij komt de begripsomschrijving maximale emissiewaarde te luiden:

maximale emissiewaarde: ammoniakemissie per dierplaats, die ingevolge een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer bij een diercategorie ten hoogste mag plaatsvinden;.

ARTIKEL XVI

In artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XVII

1. Indien artikel I, onderdeel A, onder 1, van de Wet basisregistraties kadaster en topografie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet in werking is getreden vervalt artikel IV, onderdeel A, en vervalt in het eerstgenoemde onderdeel: ingesteld bij deze wet.

2. Indien artikel I, onderdeel Q, onder 2, van de Wet basisregistraties kadaster en topografie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet in werking is getreden vervalt artikel IV, onderdeel C, en komt het eerstgenoemde onderdeel te luiden:

2. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a,» vervangen door: veranderingen blijkens in de openbare registers.

3. Indien artikel I, onderdeel Z, onder 1, van de Wet basisregistraties kadaster en topografie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet in werking is getreden vervalt artikel IV, onderdeel D, en wordt in het eerstgenoemde onderdeel «artikel 50,» vervangen door: artikel 50.

4. Indien artikel I, onderdeel CCC, van de Wet basisregistraties kadaster en topografie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet in werking is getreden vervalt artikel IV, onderdeel F, en wordt in het eerstgenoemde onderdeel «en 115» vervangen door: en 115,.

ARTIKEL XVIII

De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel e, wordt «Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

B

In de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste, tweede, derde lid, en vierde lid, eerste en tweede volzin, en 7, eerste en tweede lid, wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister.

C

In artikel 17 vervalt: in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

ARTIKEL XIX

De Wet inburgering wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

B

Artikel 47, tweede lid, onderdelen b en c, komen te luiden:

b. aan Onze Minister van gegevens die van belang zijn voor de bekostiging, bedoeld in de artikelen 10, zevende lid, en 14, vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank en artikel 52, en met het oog op de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van toekomstig beleid;

c. aan Onze Minister van Justitie van gegevens die van belang zijn voor de uitvoering van de artikelen 16a, 21 en 34 van de Vreemdelingenwet 2000 en voor de beoordeling van een verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

ARTIKEL XX

In artikel 45, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXI

In artikel 45, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXII

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, eerste lid, wordt in de omschrijving van «EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen» «(PbEU L 396)» vervangen door: (PbEU 2007, L 136).

B

In artikel 7.10, tweede lid, vierde volzin, vervalt: bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt,.

C

Aan artikel 10.55 wordt een lid toegevoegd, luidende:

7. Onze Minister stelt regels inhoudende de verplichting dat een vervoerder als bedoeld in het eerste lid tijdens het vervoeren daarbij aan te geven bescheiden aanwezig heeft, waaruit blijkt dat hij staat vermeld op de lijst van vervoerders.

D

In artikel 12.11, eerste lid, onderdeel a, onder 8°, wordt «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen door: Onze Minister.

E

In artikel 12.13, tweede lid, vervalt «onderscheidenlijk door een buisleiding» en vervalt: , onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken.

F

In artikel 12.14, achtste lid, tweede volzin, vervalt «of door een buisleiding» en vervalt: onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken.

G

Aan hoofdstuk 15 wordt een titel toegevoegd, luidende:

TITEL 15.12 FINANCIËLE TEGEMOETKOMINGEN

Artikel 15.50

1. Onze Minister kan uitkeringen verlenen aan personen bij wie ten gevolge van blootstelling aan asbest maligne mesothelioom is vastgesteld en die niet in aanmerking kunnen komen voor een daarmee verband houdende uitkering op grond van de Kaderwet SZW-subsidies.

2. Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.

ARTIKEL XXIII

In artikel 15, eerste lid, onderdelen n en o, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer wordt «Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Ministers voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXIV

In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het overleg huurders verhuurder wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXV

De Wet ruimtelijke ordening wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.1, derde lid, worden de tweede en derde volzin vervangen door: In aanvulling op artikel 3.42 van de Algemene wet bestuursrecht plaatsen burgemeester en wethouders de kennisgeving van het besluit tot verlenging tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg.

B

In de artikelen 3.26, derde lid, en 3.28, derde lid, vervalt: gemeentelijk.

C

In de artikelen 3.33, eerste lid, onderdeel b, en 3.35, eerste lid, onderdeel b, wordt «besluiten als bedoeld onder b» vervangen door: besluiten als bedoeld onder a.

D

In artikel 6.12, derde lid, wordt na «bedoeld in het eerste en tweede lid,» ingevoegd: bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, of.

E

In artikel 8.1, onderdeel a, wordt «artikel 6.9 of 6.10» vervangen door: artikel 6.8 of 6.9.

F

In artikel 8.2, eerste lid, onderdeel h, wordt na «bestemmingsplan» ingevoegd: of wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid,.

G

In artikel 8.4, eerste lid, wordt na «bestemmingsplan» telkens ingevoegd: of inpassingsplan.

H

In artikel 10.3. tweede lid, wordt «3.3 en 3.4,» vervangen door: 3.3 en 3.4.

ARTIKEL XXVI

In artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet stedelijke vernieuwing wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXVII

In artikel II, tweede lid, van de wet van 2 december 1991, houdende intrekking Wet Bezitsvormingsfonds wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXVIII

De artikelen II, onderdeel B, en XB van de wet van 13 september 2007 tot wijzigingen van wetgevingstechnische of anderszins ondergeschikte aard aan te brengen in de Wet geluidhinder en enkele andere wetten (Stb. 349) vervallen.

ARTIKEL XXIX

De Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10, zevende lid, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» telkens vervangen door «Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie» en wordt «Ministerie van Justitie» vervangen door: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

B

In de artikelen 12, eerste lid, tweede volzin, en zesde lid, eerste en tweede volzin, 14, vierde lid, eerste en tweede volzin, 15, 16, tweede lid, 17, 18, tweede lid, eerste en tweede volzin, en 19, eerste lid, derde volzin, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

C

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding «3.» voor het tweede lid wordt vervangen door: 2.

2. In het tweede lid (nieuw), eerste en tweede volzin, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXX

In artikel 64, eerste lid, onderdeel h, van de Wet werk en bijstand wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXXI

In artikel 40, eerste lid, onderdeel n, van de Wet werk en inkomen kunstenaars wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

ARTIKEL XXXII

De Woningwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel k, wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

B

In artikel 12, vierde lid, wordt «als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b,» vervangen door: krachtens het tweede lid.

C

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

2. Voor het bouwen van een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan ten behoeve van recreatief nachtverblijf is geen bouwvergunning vereist, indien het bouwen geschiedt in overeenstemming met een bestemmingsplan en de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.

3. Het in stand houden van een ingevolge het tweede lid zonder bouwvergunning gebouwde tent, tentwagen, kampeerauto of caravan buiten een tijdvak waarbinnen het betreffende bouwwerk ingevolge het bestemmingsplan is toegestaan, staat gelijk aan een overtreding van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b.

D

Artikel 88 vervalt.

ARTIKEL XXXIII

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van de artikelen IV en XXV die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,