31 293
Primair Onderwijs

nr. 64
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 november 2009

1. Inleiding

Hierbij ontvangt u de Monitor ouderbetrokkenheid in het funderend onderwijs. Eerste meting onder scholen en ouders (hierna: monitor ouderbetrokkenheid).1

In de brief van 29 april 2009 (Kamerstuk 31 293, nr. 38) is u deze monitor toegezegd. In deze brief geven wij de belangrijkste conclusies van de monitor en onze beleidsreactie weer.

Wij hebben dit onderzoek laten uitvoeren om inzicht te krijgen in:

a. van ouderbetrokkenheid in het primair en voortgezet onderwijs;

b. de wijze waarop ouderbetrokkenheid zich ontwikkelt en

c. welke effecten onze maatregelen hebben op de mate van ouderbetrokkenheid.

2. Opzet onderzoek

In het onderzoek zijn zowel scholen als ouders om hun mening gevraagd.

Hiervoor hebben 502 directeuren in het primair onderwijs (PO), 268 vestigingsdirecteuren in het voortgezet onderwijs (VO) en 1070 ouders deelgenomen aan een enquête. Daarnaast zijn veertien leraren geïnterviewd.

De monitor is uitgevoerd door ECORYS Research and Consulting in samenwerking met Sardes en bestaat uit twee onderdelen: een nulmeting en een vervolgmeting in 2011.

Deze monitor geeft voor het eerst een integraal beeld van de ouderbetrokkenheid in het primair en voortgezet onderwijs. Wij plaatsen de uitkomsten van de monitor in het perspectief van ons streven om ouderbetrokkenheid te stimuleren. De brief van 29 april 2009 bevat een reeks maatregelen en acties om de ouderbetrokkenheid te versterken. Een deel van deze acties moet nog resultaten opleveren. De vervolgmeting zal moeten uitwijzen of de getroffen maatregelen de door ons beoogde effecten hebben.

In de volgende paragraaf vindt u de belangrijkste conclusies van het onderzoek. Vervolgens geven wij in paragraaf vier onze beleidsreactie.

3. De belangrijkste conclusies

Over het algemeen zijn ouders niet ontevreden over de inspanningen van de school. Uit het onderzoek komt naar voren dat ouders in het PO een 7 en in het VO een 6 geven voor de inspanningen van de school op het terrein van ouderbetrokkenheid. In het PO en VO waarderen scholen de bijdrage van ouders binnen de MR, de ouderraad en het schoolbestuur. Ouders in het PO en VO zijn het meest tevreden over de informatievoorziening en in het PO ook over de wijze waarop zij worden betrokken bij buitenschoolse activiteiten. In het PO geven ouders vooral aan dat de school weinig behoefte heeft aan meedenkende en meebeslissende ouders. In het VO geven ouders aan dat zij niet goed betrokken worden bij buitenschoolse activiteiten. Ouders vinden dat er ook knelpunten bij henzelf liggen, door weinig betrokkenheid bij de school te tonen door met name tijdgebrek.

1

Zijn ouders goed geïnformeerd over hun rechten en plichten in het onderwijs en kunnen zij hun rol als «countervailing power» en «kwaliteitsbeoordelaar» goed spelen?

Scholen informeren ouders structureel over zaken die betrekking hebben op het kind. Vooral over leervorderingen, buitenschoolse activiteiten, ouderbijdrage en schoolregels gebeurt dit veelvuldig. Scholen verstrekken volgens ouders minder informatie over medezeggenschap, organisatorische veranderingen op school en onderwijskundige kwesties.

De verwachtingen over welke informatie die ouders wensen te ontvangen lopen uiteen. Dit hangt samen met de achtergrond van de ouders (etniciteit en opleidingsniveau). Uit de respons van ouders blijkt dat niet-westerse migranten meer behoefte hebben aan informatie over pesten, projecten, thema’s en veiligheid. Hoogopgeleide ouders zouden meer informatie willen ontvangen over o.a. landelijke wet- en regelgeving in het PO, sociale ontwikkeling, gedrag, pesten en leermethoden in het VO. Scholen zouden daarom in de communicatie met de ouders meer rekening kunnen houden met de informatiebehoeften van de verschillende groepen.

Verder blijkt dat scholen niet altijd informatie verstrekken over het Ouderinformatiepunt 5010, terwijl vier op de vijf directeuren in het PO en zeven op de tien directeuren in het VO aangeeft het Ouderinformatiepunt 5010 wel te kennen. Tenslotte komt uit het onderzoek naar voren dat het lastig is om ouders bij de MR te betrekken. Dit is eerder te wijten aan tijdgebrek dan aan een gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Ouders geven dit zelf ook aan.

Scholen informeren ouders veelvuldig, maar hier en daar kan het beter. Als we kijken naar het doel of oogmerk dan blijkt dat het voor de school met name gaat om het verstrekken van informatie en minder om het vragen van een mening (dialoog).

2

Hebben scholen beleid ontwikkeld en voeren zij dit uit om ouders duurzaam te betrekken bij het onderwijs aan hun kind?

De meeste scholen hebben een visie op en beleid ter bevordering van ouderbetrokkenheid. Daarin staat wat het doel is van ouderbetrokkenheid. In de meeste gevallen worden de ouders hier ook bij betrokken. In het PO heeft 75% van de scholen vastgelegd hoe ouders worden geïnformeerd over het beleid van de school en hoe ouders bij activiteiten worden betrokken.

Vrijwel alle scholen hebben het beleid met betrekking tot het meebeslissen via de MR vastgelegd. Duurzame betrokkenheid is vooral gewaarborgd via de formele participatie in de medezeggenschap. Voor het meedenken bestaan er op de meeste scholen ook informele organen, zoals een ouderraad of een ouderplatform. Het lukt vaker en beter om ouders voor deze informele rol te werven dan voor de MR.

Scholen geven aan dat zij de bijdragen en suggesties van ouders over het algemeen waarderen. De scholen zijn van mening dat de rol van ouders voornamelijk het ondersteunen van de eigen kinderen betreft. Ongeveer een derde van de scholen in het PO en VO ziet in geringe mate een rol voor ouders weggelegd bij het stimuleren van de onderwijskwaliteit als meedenkers. PO-scholen zien in redelijk tot hoge mate een rol voor ouders als het gaat om ondersteuning bij (buitenschoolse) activiteiten.

3

In welke mate ondersteunt de betrokkenheid van ouders, respectievelijk die van medeopvoeders de leeropbrengsten bij de leerling?

Ouderbetrokkenheid thuis kan effect hebben op de ontwikkeling van kinderen. De meeste ouders spreken dagelijks met hun kinderen over school, lezen voor of helpen bij huiswerk maken. De school kan een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen van ouders bij het helpen van hun kinderen thuis. Voornamelijk bij ouders die dit uit zichzelf minder vaak doen is dit van belang. Laagopgeleide ouders geven minder vaak huiswerkondersteuning en lezen minder voor dan hoogopgeleide ouders. Vooral laagopgeleide ouders waarderen het dan ook dat scholen hen informeren over hoe zij hun kinderen kunnen helpen. Echter niet in alle gevallen zijn ouders van deze informatie op de hoogte. Dit kan nog verbeteren.

4. Beleidsreactie

«In het Regeerakkoord van het Kabinet Balkenende IV hebben wij geschreven dat wij inzetten op het versterken van de horizontale verantwoording door onderwijsinstellingen aan betrokkenen in en rond de school. Het is van groot belang dat scholen «de deur openzetten» en samenwerken met anderen. De betrokkenheid van ouders is erg belangrijk in het onderwijs: school en ouders hebben immers beiden een verantwoordelijkheid voor de opvoeding van jongeren. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind, scholen zijn medeopvoeders. Ouders kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de onderwijskansen van hun kinderen. Thuis door voor te lezen, en op school door besprekingen met de docenten. Ouders dragen ook bij aan een positieve leergemeenschap door kritisch mee te denken en te kijken. Dit zorgt voor een stabiele omgeving waar problemen, vraagstukken van en extra inzet voor het kind vroeg worden gesignaleerd en worden opgepakt. Ouderbetrokkenheid is daarom ook een belangrijk thema in de Kwaliteitsagenda’s voor het PO en het VO.

De monitor geeft voor het eerst een goed beeld van de ouderbetrokkenheid in het funderend onderwijs. Er worden voldoendes gescoord in het PO en in het VO. De cijfers geven ons echter geen aanleiding achterover te leunen, maar tonen aan dat de betrokkenheid van ouders verdere verbetering behoeft, mede vanuit de wetenschap dat goede contacten tussen school, ouder en leerlingen doorwerken in de kwaliteit van het onderwijs. Wij willen dit doen met behulp van de acties die wij in onze brief van 29 april 2009 hebben aangekondigd. In deze brief worden daaraan nog enkele gerichte acties toegevoegd.

Het versterken van ouderbetrokkenheid is in eerste instantie een zaak tussen de school en de ouders. Hoe deze vorm krijgt, kan per school, per thema en per doelgroep uiteen lopen. Het uitgangspunt is maatwerk. Daarbij is het van belang dat zowel de ouders, als het onderwijspersoneel, als de schoolbesturen hieraan willen werken. Wij willen hen daarbij stimuleren en ondersteunen. Onze focus daarbij wordt voor een belangrijk deel bepaald door de verbeterpunten die uit de monitor naar voren komen.

Informatieverstrekking

De monitor geeft een positief beeld van de mate van informatieverstrekking aan ouders. Ouders geven aan goed geïnformeerd te worden over diverse onderwerpen. Een aantal verbeterpunten gaan we oppakken.

OCW streeft er bijvoorbeeld naar om alle data en informatie waarover het ministerie beschikt publiek beschikbaar te maken. OCW stimuleert daarom (markt)partijen om innovatieve informatieproducten voor burgers te maken. Dit jaar heeft OCW hiertoe een prijsvraag uitgeschreven. Winnaar werd scholenkaart.nl, een website die ouders met behulp van OCW-informatie ondersteunt bij het vinden van een schikte school voor hun kind.

Verder is de informatievoorziening over zeer zwakke scholen nog niet optimaal. In de brief van 13 september 2009 (Kamerstuk 31 293, nr. 59) staan de maatregelen die we nemen om ervoor te zorgen dat ouders met kinderen op een zeer zwakke school goed geïnformeerd worden.

Tenslotte komt uit de monitor bij het onderdeel communicatie en informatieverstrekking naar voren dat de bekendheid van het Ouderinformatiepunt 5010 bij ouders laag is. De ouderorganisaties geven echter aan dat tot nu toe in 2009 10 042 telefonische contacten zijn geweest en 2 743 e-mails zijn beantwoord. In 2008 zijn er 16 000 telefoon- en e-mail berichten afgehandeld. Samen met de ouderorganisaties zullen wij nagaan hoe de bekendheid van Ouderinformatiepunt 5010 via de scholen verder verbeterd kan worden. Zo laten we in 2010 een evaluatieonderzoek uitvoeren naar het functioneren van het Ouderinformatiepunt 5010. Wij verwachten u hierover in het najaar van 2010 te informeren.

Inspraak en dialoog

Scholen vinden het lastig om ouders te werven voor de MR. Sinds 1 januari 2007 is de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) van kracht. Ter ondersteuning van de invoering van de WMS is een tijdelijke Stuurgroep WMS ingesteld, waarin de onderwijsorganisaties waren vertegenwoordigd. Onder de vlag van de Stuurgroep WMS functioneerde de tijdelijke Projectgroep WMS, waarin één lid per onderwijsorganisatie vertegenwoordigd was. De Projectgroep had onder andere tot taak: het geven van voorlichting, hulp bieden bij het invoeren van de WMS en nut en noodzaak van de medezeggenschap onder de aandacht brengen. De Projectgroep is opgeheven, maar dit betekent niet dat de voorlichtings- en ondersteuningstaak is weggevallen. Deze taak wordt voortgezet door de onderwijsorganisaties. De ouderorganisaties ontvangen reguliere subsidie voor het versterken van de MR in het PO en VO. Ook blijft de website www.infowms.nl onder beheer van de Stichting Onderwijsgeschillen bestaan.

In het schooljaar 2009/2010 is de Nederlandse Katholieke vereniging van Ouders (NKO) gestart met het Project «De Transparante oudergeleding MR». Dit project wordt door ons gesubsidieerd. Het doel van dit project is de oudergeleding van de MR-en in het VO zichtbaar te maken voor de achterban. Interactie wordt gestimuleerd en geïnteresseerde ouders worden bereikt. Resultaten die hieruit voortvloeien worden ook ingezet voor PO scholen en kunnen gebruikt worden door alle ouderorganisaties. Daarnaast heeft de Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO) de handige brochure «Medezeggenschap met Ambitie, de rol van de MR bij de uitwerking van de Kwaliteitsagenda VO» uitgebracht. De brochure wordt beschikbaar gesteld door alle ouderorganisaties. In de brochure staan tips vermeld waarmee MR-en binnen de eigen school de uitvoering van de Kwaliteitsagenda VO kunnen stimuleren (meedenken). Ook wordt er in de brochure ingegaan op het betrekken en interesseren van de achterban bij de MR. Aanvullend hierop willen wij met de PO-raad en VO-raad nagaan of zij signalen ontvangen van scholen dat deze moeite hebben om ouders bereid vinden zich verkiesbaar te stellen voor de MR. Daarbij komt ook de orde hoe de scholen hierin ondersteund kunnen worden.

Wat opvalt in de monitor, is dat de daadwerkelijkedialoog tussen de school en de ouders moeizaam van de grond komt, ondanks dat er verschillende investeringen zijn gedaan om hiervoor voorwaarden te scheppen. Het lijkt erop, dat de formele betrokkenheid van de medezeggenschap bij de meeste scholen op orde is. Om echt werk te maken van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de school en het onderwijs, is echter een sterkere inhoudelijke betrokkenheid van en dialoog met ouders en leerlingen (en uiteraard leraren) gewenst. De pilot horizontale verantwoording onderwijstijd in het VO is een initiatief waarin met de inhoudelijke dialoog ervaring wordt opgedaan.

Ondersteuning

We stimuleren scholen in het primair onderwijs om opbrengstgericht te werken. Dit betekent dat scholen doelen stellen, de vorderingen van leerlingen in kaart brengen en deze informatie benutten om de lessen aan te passen. Ouders kunnen aan de hand van deze gegevens een open en goed onderbouwd gesprek voeren met de school over de prestaties van de kinderen en de keuzes die de school maakt. Voor de taal- en rekenverbetertrajecten stellen scholen zelf plannen op. Het informeren en betrekken van ouders bij het verbeteren van het onderwijs kan daarvan onderdeel uitmaken. Ouderbetrokkenheid was één van de punten waarop de excellentieprojecten zijn beoordeeld door de adviescommissie Dijkgraaf. Ook in het Masterplan Wetenschap en Techniek dat vanaf 2011 in werking treedt, heeft ouderbetrokkenheid een belangrijke plaats.

Op dit moment loopt het project «Voor versterken van reken- en taalprestaties bij leerlingen door betrokkenheid van ouders» (Thuis in taal en rekenen) van de Landelijke Oudervereniging Bijzonder Onderwijs op algemene grondslag (LOBO), dat door ons wordt ondersteund. Dit project beoogt onder andere ouders te stimuleren alledaagse situaties te benutten om taal en rekenen op speelse wijze met hun kinderen te oefenen ter bevordering van de leerprestaties op school. Het project richt zich tevens op educatieve uitgeverijen, leesouders en school, In dit project is bijzondere aandacht voor de laagopgeleide (moeilijk bereikbare) ouders.

OUDERS & COO heeft de HELP! Formule ontwikkeld. De HELP! Formule stimuleert een structurele samenwerking tussen thuis en school en bestaat uit een speciaal katern in elk OUDERS & COO Magazine voor ouders van schoolgaande kinderen, een bijbehorende ouderbrochure en een ouderavond. De HELP! Formule stimuleert ouders om positief bij te dragen aan de school en stimuleert hen om hun kind thuis vaardigheden te leren die op school nodig zijn.

Aandachtsgroepen

Een apart punt van aandacht is de betrokkenheid van allochtone en laagopgeleide ouders. Uit deze monitor blijkt dat er geen grote verschillen zijn in uitkomsten tussen de allochtone en autochtone ouders. Daar waar er verschil naar voren komt tussen allochtone en autochtone ouders is dit aangegeven. Duidelijker zijn de verschillen tussen laagopgeleide en hoogopgeleide ouders. Voornamelijk de behoefte aan informatie en invloed op het beleid van de school. Deze uitkomst zullen wij meenemen in onze vervolgacties, ten aanzien van de stimulering van de ouderbetrokkenheid onder allochtone en laagopgeleide ouders.

Het blijft een punt van aandacht. In de brief van 29 april 2009 over ouderbetrokkenheid is apart aandacht gevraagd voor de ouderbetrokkenheid onder allochtone ouders. In dat kader subsidiëren wij tijdelijk het Platform Allochtonen Ouders en Onderwijs (PAOO) vanaf 1 november 2005 tot en met 31 december 2009. VOO voert daarnaast het project «Actief op school» uit in het schooljaar 2009/2010. Dit project is er op gericht allochtone ouders door scholing aan te moedigen te participeren op school. Dat gebeurt door gratis cursussen te verstrekken voor aspirant leden voor ouderraad, medezeggenschapsraad en de tussenschoolse opvang. Deze cursussen worden uitgevoerd door trainers van VOO.

Recent heeft er een evaluatie plaatsgevonden van het project PAOO. Er is besloten het project PAOO ter bevordering van de ouderbetrokkenheid van allochtone ouders op school voort te zetten in afgeslankte vorm in het PO. PAOO heeft zich namelijk de afgelopen projectperiode voornamelijk gericht op de ouderbetrokkenheid in het PO. Parallel zal in het VO in overleg met de landelijke ouderorganisaties en in samenwerking met VO-scholen een impuls worden gegeven aan het stimuleren van ouderbetrokkenheid onder laagopgeleide en allochtone ouders. De kennis en verworvenheden van het PAOO kunnen worden toegepast in de volgende projectperiode.

5. Tot slot

Deze eerste meting «Monitor ouderbetrokkenheid in het funderend onderwijs. Eerste meting onder scholen en ouders» geeft goed inzicht hoe het staat met de ouderbetrokkenheid. Gezien de algemene waardering van ouders en scholen, voor het PO een 7 en voor het VO een 6, zijn wij niet ontevreden maar is zeker verbetering nodig. Op een aantal onderdelen is nog verbetering mogelijk. De verbeteringen richten zich op concrete acties binnen de school, zoals:

– Maatwerk bij de communicatie en informatieverstrekking aan ouders.

– Voorlichten en ondersteunen van scholen bij het betrekken van ouders bij de formele inspraakmogelijkheden (medezeggenschapsraad).

– Voorlichting en ondersteuning aan ouders ten behoeve van de begeleiding van hun kinderen thuis.

– Een sterkere inhoudelijke dialoog.

Wij streven er naar het cijfer dat de ouders geven aan het betrekken van ouders bij de school te verhogen.

De brief van 29 april 2009 bevat een reeks aan investeringen en maatregelen ter verbetering van de ouderbetrokkenheid in het PO en VO te bevorderen o.a. door:

– Het subsidiëren van de ouderorganisaties voor ondermeer voorlichting over medezeggenschap.

– Het subsidiëren van het Ouderinformatiepunt 5010.

– Het jaarlijks publiceren van de Onderwijsgids in het PO en VO.

Deze lijn wordt versterkt voortgezet met de volgende acties die zijn ingezet:

– Het ondersteunen van het project «De transparante oudergeleding MR» van NKO in 2009/2010.

– Het ondersteunen van de ontwikkelde brochure «Medezeggenschap met ambitie» van VOO in 2009.

– Het ondersteunen van het project «Voor versterken van reken- en taalprestaties bij leerlingen door betrokkenheid van ouders» van LOBO in 2009 (Thuis in taal en rekenen).

– De HELP Formule van OUDERS & COO.

– Het project Actief op school van de VOO.

Kortom, er zijn voldoende mogelijkheden en instrumenten ontwikkeld en beschikbaar gesteld ter bevordering van de ouderbetrokkenheid, door ons en de betrokken onderwijsorganisaties. Het bestuur, de schoolleiders en de ouders zijn aan zet om actief gebruik te maken van de bestaande mogelijkheden om ouderbetrokkenheid binnen de eigen school te optimaliseren.

Daarnaast blijven wij in gesprek met de ouderorganisaties, de PO-raad en VO-raad om voor de eerdergenoemde verbeterpunten extra aandacht te vragen.

In het najaar van 2011 wordt u over de resultaten van de tweede meting geïnformeerd.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. A. M. Dijksma

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven