Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202131293 nr. 568

31 293 Primair Onderwijs

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 568 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 december 2020

Met deze brief informeer ik u over drie zaken rondom de eindtoets en de overgang van primair onderwijs (po) naar voortgezet onderwijs (vo). In het eerste deel van deze brief ga ik in op het wegvallen van de eindtoets in 2020 en de inzet om de eindtoets dit schooljaar door te laten gaan. Het tweede deel zoomt in op de governance rondom de eindtoetsen. Afgelopen jaar zijn de checks and balances in het huidige stelsel versterkt. Tot slot licht ik in het derde deel van de brief enkele onderdelen bij het Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po toe, waaronder een toelichting op de uitvoeringstoets van het amendement-Bisschop.

1. De overgang van po naar vo in relatie tot corona

1.1 Resultaten schooladviezen schooljaar 2019-2020 en plaatsing 2020-2021

In verband met de sluiting van de scholen als gevolg van de coronamaatregelen is in schooljaar 2019–2020 de eindtoets niet doorgegaan, waardoor ook de kans op eventuele bijstelling van het advies verviel. Het is daarom belangrijk om de komende jaren extra scherp in de gaten te houden of de huidige brugklasleerlingen onderwijs volgen op het niveau dat past bij hun capaciteiten en mogelijkheden. In het debat op 29 april jl. heb ik toegezegd de effecten van het wegvallen van de eindtoets te monitoren. Deze monitoring wordt uitgevoerd door DUO. DUO blijft dit cohort leerlingen volgen in de eerste drie jaren van het vo, zodat we inzicht verkrijgen in hoe het hen vergaat. Het rapport van DUO is in zijn geheel toegevoegd als bijlage 1 bij deze brief1.

Schooladviezen gemiddeld lager dan voorgaande jaren

De eerste resultaten van de monitoring door DUO laten zien dat de schooladviezen in schooljaar 2019–2020 gemiddeld genomen lager zijn dan in voorgaande jaren. Het percentage leerlingen met een advies van vmbo-gt/havo tot vwo is gedaald, terwijl het percentage leerlingen met een advies vmbo-bb tot vmbo-gt advies is toegenomen. Dit is verklaarbaar omdat met het wegvallen van de eindtoets ook de kans op bijstelling van het schooladvies is vervallen. Dit heeft negatieve gevolgen voor gelijke kansen van leerlingen.

De daling van het gemiddelde niveau van schooladviezen is niet evenredig over de leerlingen verspreid en dat baart mij zorgen. Leerlingen met hogere kans op onderwijsachterstand, niet gerelateerd aan hun capaciteiten en als indicatie van hun sociaal economische status (SES), zijn sterker benadeeld door het wegvallen van de eindtoets. Dit geldt eveneens voor leerlingen woonachtig in minder stedelijke gebieden. Zij hebben lagere schooladviezen gekregen en ook zijn hun schooladviezen dit jaar gemiddeld iets sterker gedaald. De onevenredige spreiding is verklaarbaar door de weggevallen eindtoets, aangezien achterstandsleerlingen en leerlingen uit minder stedelijke gebieden in reguliere jaren de meeste kans hebben op zowel een heroverweging als een bijstelling van het schooladvies. Deze heroverweging resulteerde in voorgaande jaren echter minder vaak in een bijstelling dan bij leerlingen zonder kans op onderwijsachterstand.

Plaatsing van leerlingen in het vo

In lijn met de gemiddeld genomen lagere schooladviezen in schooljaar 2019–2020 zijn leerlingen dit jaar gemiddeld genomen op een lager niveau gestart in het vo dan voorgaande jaren. Ten opzichte van voorgaande jaren zijn echter wel meer leerlingen hoger geplaatst dan hun schooladvies, en er zijn minder leerlingen onder het niveau van hun schooladvies geplaatst. Dit laat zien dat vo-scholen gehoor hebben gegeven aan mijn brief van 17 april jl., waarin ik hen opriep om leerlingen ruimhartig toe te laten en kansrijk te plaatsen. Ook de toevoeging op het Onderwijskundig Rapport (OKR), ontwikkeld door de PO-Raad, VO-raad en Ouders & Onderwijs, heeft hier vermoedelijk aan bijgedragen. Po-scholen konden in dat formulier aangeven of zij nog ruimte hadden gezien voor bijstelling van het advies als de eindtoets daartoe aanleiding had gegeven.

De data van DUO laten zien dat voornamelijk leerlingen met een hogere SES dit schooljaar hoger dan hun schooladvies geplaatst zijn in vergelijking met voorgaande jaren. Deze leerlingen zijn dus meer gecompenseerd voor het wegvallen van de eindtoets, terwijl leerlingen met een lagere SES in voorgaande jaren vaker recht hadden op een heroverweging. Dit is een risico voor de kansen van leerlingen met een lagere SES. Het is daarom van cruciaal belang dat leerlingen de komende jaren nog alle kansen krijgen om onderwijs te gaan volgen op een niveau dat past bij hun capaciteiten, en dat we inzetten op adequate ondersteuning van die leerlingen.

1.2 Inzet op kansen: leerlingen in de brugklas en leerlingen groep 8

In de afgelopen periode heb ik met wetenschappelijke experts en praktijkdeskundigen verkend welke aanvullende maatregelen wenselijk en mogelijk zijn voor leerlingen in de brugklas van het vo en leerlingen in groep 8 van het po. Deze plannen worden nu verder uitgewerkt.

Leerlingen in de brugklas van het vo

De huidige leerlingen in de brugklas hebben onder bijzondere omstandigheden de overstap gemaakt van hun basisschool naar de middelbare school. Met het oog hierop heb ik vo-scholen gevraagd om de plaatsing van leerlingen in de brugklas en het tweede leerjaar zorgvuldig te volgen en te evalueren. Er staat vo-scholen een groot en gevarieerd aanbod van toetsen en evaluatie-instrumenten ter beschikking om leerlingen te volgen. Daarnaast kunnen scholen denken aan evaluatiegesprekken met ouders en leerlingen, extra evaluatiemomenten en coaching. Daarbij hebben meer leerlingen ondersteuning nodig bij het inhalen en bijspijkeren van lesstof. Ik heb daarom financiering beschikbaar gesteld voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor po en vo. Gezamenlijk gaat dat om 208 miljoen euro. Aanvullend hierop biedt de VO-raad ondersteuning door het organiseren van inspiratiesessies naar aanleiding van het webinar dat in september jl. heeft plaatsgevonden.

De Inspectie van het onderwijs (inspectie) besteedt dit jaar extra aandacht aan de monitoring van leerlingen in de brugklas, als onderdeel van de indicator «zicht op ontwikkeling». Desgevraagd dienen scholen aan de inspectie te kunnen toelichten hoe zij brugklasleerlingen plaatsen en volgen.

Leerlingen in het achtste leerjaar van het po

We doen er alles aan om de eindtoets dit schooljaar doorgang te laten vinden, maar ook dan is het schooljaar voor leerlingen in groep 8 anders dan normaal. Scholen en leerlingen kampen ook dit jaar met gevolgen van de coronacrisis. Daarbij komt dat leerlingen die vorig jaar in groep 7 zaten, door de sluiting van de scholen geen optimaal schooljaar achter de rug hebben. Recent onderzoek van Stichting Cito laat zien dat leerlingen ten tijde van het afstandsonderwijs wel groei hebben doorgemaakt, maar minder dan andere jaren.2 Onderzoek van Oxford University op basis van Nederlandse data laat zien dat leerlingen met een lagere SES extra hinder hebben ondervonden van het afstandsonderwijs.3 Ook voor leerlingen in het po is budget beschikbaar gesteld voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. Veel scholen hebben hier een beroep op gedaan en kunnen daardoor hun leerlingen extra ondersteunen in hun leerontwikkeling.

Voor po-scholen is het dit jaar extra uitdagend leerlingen in groep 8 te adviseren over de meest passende plek in het vo. Schooladviezen worden namelijk gedeeltelijk gebaseerd op de resultaten van leerlingen op de volgtoetsen in de voorafgaande jaren. De advisering zal extra aandacht en een andere manier van kijken vragen van po-scholen in verband met mogelijke leerstagnatie- of achterstanden. De recentelijk gepubliceerde Handreiking schooladvisering, ontwikkeld samen met SLO en pilotscholen, kan scholen ondersteunen bij zorgvuldige inrichting van hun schooladviseringsproces en zo een hogere kwaliteit van het schooladvies realiseren. De handreiking is positief ontvangen in het onderwijsveld. U kunt de Handreiking schooladvisering bijgevoegd bij deze brief vinden (bijlage 2)4. Voor leerlingen die komend jaar de overstap maken is kansrijk adviseren extra van belang, bijvoorbeeld door naar de groeilijn van de afgelopen jaren te kijken en leerlingen het voordeel van de twijfel te geven. Daarbij vraag ik vo-scholen om zich alvast actief in te zetten voor de kansen van deze groep. Bijvoorbeeld middels de inrichting van brede brugklassen en kansrijke plaatsing en zo nodig het (tijdig) herzien van hun doorstroom- en overgangsbeleid, zodat leerlingen nog wat meer tijd hebben om tot een definitieve keuze te komen.

1.3 Doorgang eindtoets in schooljaar 2020–2021

Samen met de eindtoetsaanbieders en de Expertgroep Toetsen PO heb ik een calamiteitenplan eindtoetsen schooljaar 2020–2021 opgesteld, onder meer naar aanleiding van de geannuleerde eindtoets in 2020. Het calamiteitenplan beschrijft hoe de eindtoets doorgang kan vinden en hoe we de voorwaarden van validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering in geval van onvoorziene omstandigheden of onregelmatigheden op school- of toetsniveau verzekeren. Zo doen we er samen alles aan om ervoor te zorgen dat de huidige groep 8-leerlingen wel een tweede objectief gegeven krijgen bij het schooladvies. Hierover wordt op korte termijn meer gecommuniceerd richting scholen, de PO-Raad heb ik gevraagd hierbij te ondersteunen.

2. Governance van de eindtoetsen in het huidige stelsel

2.1 Checks and balances governance eindtoetsen versterkt

Ik heb uw Kamer op 17 september 2019 geïnformeerd over het onderzoek naar het incident met de onjuiste toetsadviezen.5 Eén van de opgevolgde aanbevelingen is dat OCW een sterkere regierol op zich heeft genomen: er is een stuurgroep van eindtoetsaanbieders ingericht en de werkwijze voor de vaststelling van de normering van de eindtoetsen is geformaliseerd. De adviezen van de Expertgroep Toetsen PO worden door meerdere mensen gecontroleerd, zowel door twee nieuwe, onafhankelijke deskundigen in de Expertgroep, als door een extra externe controle door Stichting Cito. Dit zorgt voor betere kwaliteitsbewaking in aanloop naar de nieuwe inrichting zoals beschreven in het Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po.

2.2 Vergelijkbaarheid eindtoetsen in een stelsel met keuzevrijheid

Scholen waarderen de vrijheid die zij hebben om zelf te kiezen voor een eindtoets die aansluit bij hun school, zo blijkt uit de eindevaluatie van de Wet eindtoetsing po.6 Scholen kunnen naast de Centrale eindtoets kiezen uit de IEP-Eindtoets, ROUTE-8, de Dia-eindtoets en de AMN Eindtoets. Ongeveer de helft van de scholen neemt een andere eindtoets af dan de Centrale Eindtoets.

Inherent aan de keuzevrijheid die scholen hebben om zelf te kiezen welke eindtoets zij afnemen, is dat dit vraagstukken met zich meebrengt over de eenduidigheid van de (uitkomsten van de) verschillende eindtoetsen. De introductie van de ankeropgaven in 2018 heeft echter een positief effect gehad op de vergelijkbaarheid. De ankeropgaven zijn de gemeenschappelijke opgaven die in alle toetsen worden opgenomen. De Expertgroep Toetsen PO gebruikt deze opgaven om de toetsen met elkaar te vergelijken en voorstellen te doen over een gelijke normering. In de afgelopen jaren is met alle toetsaanbieders gewerkt aan dit anker. In 2018 is het gezamenlijk anker voor de eerste maal in de eindtoetsen opgenomen en toegepast bij de normering. De evaluatie van de normering over de afgelopen jaren is bijgevoegd als bijlage 37 bij deze brief. Bij de eerste normering was de situatie nog niet optimaal, omdat de opgaven van het anker nog niet in een high-stakes situatie zoals een eindtoetsafname waren getest. Ondanks dat waren de resultaten vertrouwenwekkend.8 In 2019 is de procedure van normering via het gezamenlijk anker opnieuw uitgevoerd en door de Expertgroep Toetsen PO geëvalueerd.9 Uit secundaire analyses na de eindtoetsafname bleek opnieuw dat de ankeropgaven goed hadden gefunctioneerd en dat verschillen tussen de moeilijkheidsgraad van de verschillende eindtoetsen en de populaties van de verschillende eindtoetsen nauwkeurig in kaart waren gebracht. Daardoor waren alle toetsadviezen goed vergelijkbaar. Deze vergelijkbaarheid geldt uiteraard gegeven de vrijheid die toetsaanbieders hebben om hun eindtoets in te vullen, zoals de mogelijkheid van verschillende extra onderdelen naast de referentieonderdelen op te nemen. Daarnaast kunnen er verschillen zijn in bijvoorbeeld afnamecondities (digitaal of papier), de opbouw of de presentatie van de toetsopgaven. Deze vrijheid om de eindtoets in te vullen hebben de eindtoetsaanbieders; in de procedure wordt er wel voor gewaakt dat dit niet leidt tot systematische bevoordeling van groepen leerlingen. Hiermee is het anker ook voor toekomstige eindtoetsen een garantie voor een goede vergelijkbaarheid tussen de toetsen en wordt bereikt dat leerlingen een passend advies krijgen, ongeacht de toets die ze maken.

3. Wetsvoorstel Doorstroomtoetsen po

De evaluatie van de Wet eindtoetsing po gaf aanleiding tot enkele wijzigingen rondom de eindtoets en de overgang van po naar vo.10 Over deze beleidsvoorstellen heb ik in juni 2019 met uw Kamer gesproken. Die beleidsvoorstellen waren de aanleiding voor het recent ingediende Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po. Op hoofdlijnen dient het wetsvoorstel twee doelen: 1) het wegnemen van knelpunten in procedures bij de overgang van po naar vo en 2) het creëren van een heldere stelselinrichting. Beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel is 1 augustus 2022.

3.1 Wegnemen van knelpunten in de procedures bij de overgang van po naar vo

Het wetsvoorstel regelt dat alle leerlingen na de uitslag van de eindtoets een definitief schooladvies krijgen, waarmee zij zich op hetzelfde moment kunnen aanmelden bij de vo-school van hun voorkeur. Verder richten we de periode voor het afgeven van het schooladvies en de eindtoets zo in, dat deze zo kort mogelijk op elkaar volgen. Tot slot wordt de procedure voor het opstellen van het schooladvies een verplicht onderdeel van de schoolgids.

Eén aanmeldmoment (in de week voor) 1 april

In mijn beleidsreactie bij de Eindevaluatie van de Wet eindtoetsing po heb ik toegezegd dat ik via een uitvoerbaarheidstoets zou nagaan of het mogelijk is de aanmelddatum voor het vo vast te leggen op 1 mei, dan wel wat nodig zou zijn om dat mogelijk te maken.11 Het doel van één gemeenschappelijk aanmeldmoment is dat alle leerlingen evenveel kans hebben op een plek op de school en het niveau van hun voorkeur. In de huidige situatie komt het voor dat leerlingen wiens schooladvies naar aanleiding van de eindtoets is bijgesteld, geen plek meer hebben op de beoogde vo-school. Onderzoeksbureau Oberon heeft in mijn opdracht een analyse uitgevoerd naar het nut, de noodzaak en de consequenties van één aanmeldmoment in het vo. Dit rapport bied ik u met deze brief aan (bijlage 4)12. Voor het onderzoek is gesproken met verschillende betrokkenen, is een enquête uitgevoerd onder vo-scholen en zijn interviews gehouden met s(b)o-scholen.

Uit dit onderzoek maak ik de conclusie op dat het praktisch haalbaar en in het licht van kansengelijkheid het meest wenselijk is om het aanmeldmoment vast te leggen op (de week voor) 1 april. Dit betekent dat het moment waarop de doorstroomtoets wordt afgenomen wordt vervroegd ten opzichte van het moment waarop de toets nu wordt afgenomen. Onderzoek heeft laten zien dat er geen reden is om te veronderstellen dat daarmee de effectieve onderwijstijd in groep 8 in gevaar komt.13

De tijdlijn voor afname van de nieuwe doorstroomtoets en aanmelding in het vo gaat er daarmee als volgt uitzien:

Onderzoek invloed voorkennis schooladvies geeft geen aanleiding tot wijzigingen

Ik ben, zoals toegezegd in de beleidsreactie bij de Eindevaluatie van de Wet eindtoetsing po in overleg gegaan met het onderwijsveld om te bekijken over hoe we de druk op het schooladvies en de eindtoets kunnen verminderen.14 Om leraren te betrekken bij dit gesprek, is onderzoek uitgevoerd onder de online OCW Lerarencommunity, waarvan de uitkomsten zijn bijgevoegd (bijlage 5)15.

Alle partijen kunnen zich vinden in de achterliggende gedachte dat de toets voor alle kinderen even belangrijk moet zijn, ongeacht hun schooladvies. In eerste instantie kan het handig lijken om het schooladvies niet bekend te maken aan een leerling voordat de eindtoets wordt gemaakt. Het wordt echter ook duidelijk dat er grote nadelen verbonden zijn aan het niet tijdig betrekken van ouders en leerlingen voor de leerontwikkeling bij het schooladviseringsproces indien het schooladvies niet direct gecommuniceerd wordt. Bovendien betekent dit dat het schooladvies niet kan worden geregistreerd, terwijl dat wel vereist is voor een goede uitvoering van de werkzaamheden van verschillende partijen.16 Betrokkenen noemen de omvang van het probleem van druk op het schooladvies te klein. Ook heeft het niet bekendmaken van het schooladvies voor de toetsafname een negatief effect op de ervaren druk en stress van leerlingen bij het maken van de doorstroomtoets. Bovendien is dit idee niet in lijn met het doorlopend in kaart brengen van de groei van leerlingen, door bijvoorbeeld al in groep 6 of 7 met ouders en leerlingen over een voorlopig schooladvies te spreken. Concluderend zie ik geen aanleiding om maatregelen voor te stellen. Het probleem is beperkt en andere opties brengen grote nadelen met zich mee.

3.2 Stelselinrichting van de doorstroomtoetsen

Voor wat betreft de stelselinrichting regelt het wetsvoorstel dat de Centrale Eindtoets wordt afgeschaft, waardoor voortaan alleen marktpartijen een doorstroomtoets zullen aanbieden. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) gaat binnen het stelsel beoordelen of de toetsen en toetsaanbieders voldoen aan de standaarden en gaat toetsen erkennen. In het voorgestelde stelsel zal Stichting Cito het CvTE adviseren bij de besluitvorming over de erkenning en jaarlijkse toelating van de toetsen, en houdt de Expertgroep Toetsen PO op te bestaan. Scholen moeten voldoen aan hun wettelijke verplichting, dat doen zij als zij een erkende doorstroomtoets en een leerlingvolgsysteem gebruiken.

Calamiteitentoets

In het nieuwe stelsel wordt geen overheidstoets meer aangeboden. Het belang van de doorstroomtoets blijft echter ook in het nieuwe stelsel onverminderd groot als onafhankelijk tweede gegeven naast het schooladvies. Toetsaanbieders ontwikkelen daarom ook een eigen terugvaloptie. Om te waarborgen dat, ook in geval van calamiteiten waarin de eigen terugvaloptie niet voorziet, de doorstroomtoetsafname doorgang kan vinden, wordt een calamiteitentoets ontwikkeld. De calamiteitentoets wordt geconstrueerd uit eerder ontwikkelde items en omvat enkel de verplichte onderdelen. Het is daarmee in zekere zin dus een iets soberdere versie van de doorstroomtoets. Indien de calamiteitentoets wordt ingezet, wordt de toets digitaal gedeeld met scholen. Voor het nakijken van de toets wordt een nakijktool beschikbaar gesteld. Onder welke omstandigheden de calamiteitentoets kan worden ingezet, wordt te zijner tijd nader uitgewerkt in het calamiteitenplan.

Uitvoeringstoets amendement-Bisschop

In het nieuwe stelsel kies ik ervoor, anders dan beoogd met het amendement-Bisschop, vast te houden aan het kwaliteitstoezicht op toetsen verbonden aan een leerlingvolgsysteem (LVS). In de Memorie van antwoord Actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs heb ik aangekondigd de inspectie te verzoeken een uitvoeringstoets te doen naar het amendement-Bisschop omtrent het gebruik van een genormeerd LVS-systeem vanwege mijn twijfels over de gevolgen van het amendement. U kunt de uitvoeringstoets bijgevoegd bij deze brief vinden (bijlage 6)17. Uit de uitvoeringstoets blijkt dat inwerkingtreding van het amendement-Bisschop grote nadelige gevolgen heeft voor de kwaliteit van toetsen, het volgen van de ontwikkeling van leerlingen, het afstemmen van het onderwijs op de behoeften van leerlingen, de kwaliteitszorg van scholen en besturen, het zicht houden op ontwikkelingen in het stelsel en voor de mogelijkheden van de inspectie om toezicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs. De inspectie geeft aan dat het amendement ervoor zorgt dat zij hierdoor minder grip krijgt op de onderwijskwaliteit en haar waarborgrol minder goed kan vervullen. Hoewel ik waarde hecht aan de vrijheid die scholen hebben om hun onderwijs vorm te geven, zoals ook het amendement-Bisschop beoogt, vind ik de geschetste gevolgen van dit amendement dermate ernstig dat ik de huidige invulling in stand houd in het Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po.

Enkele belangrijke punten uit de uitvoeringstoets licht ik graag nader toe. Het amendement-Bisschop leidt ertoe dat scholen leerlingen gedurende de eerste twee schooljaren niet meer kunnen volgen met goedgekeurde toetsen, ook niet met goedgekeurde observatie-instrumenten verbonden aan een LVS. Voor veel scholen helpen goedgekeurde en voor kleuters geschikte volginstrumenten om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van kleuters en het daarop afstemmen van het onderwijs. Daarnaast gebruiken scholen de instrumenten om de inspanningen van het VVE op het ondersteuningsaanbod voor de basisvaardigheden te evalueren, mede in verband met de verplichte afspraken die gemeenten met besturen maken over het resultaat van VVE. Het amendement-Bisschop ontneemt scholen de mogelijkheid zich op deze manier in te spannen voor hun kleuters.

Daarnaast geldt dat er naar aanleiding van het amendement geen centrale eisen meer gesteld kunnen worden aan (nieuwe) LVS-toetsen. Dat betekent dat op het moment dat al beoordeelde instrumenten toe zijn aan vernieuwing, zij niet meer hoeven te voldoen aan gestelde kwaliteitseisen. Scholen blijven wel verplicht te werken met een leerling- en onderwijsvolgsysteem waarin vorderingen in kennis en vaardigheden worden vastgelegd, maar de mogelijkheid om hier goedgekeurde toetsen in op te nemen vervalt. Scholen kunnen hiervoor wel methode-gebonden of schooleigen toetsen gebruiken. In dat geval kunnen de resultaten van leerlingen dan niet langer worden vergeleken met die van leeftijdsgenoten. Door interpretatieverschillen van observaties en verschillen in kwaliteit van toetsen, wordt het beeld over leerlingen vatbaarder voor subjectiviteit, met mogelijk negatieve gevolgen voor de kansengelijkheid.

Het schooladvies vaart nu voor een belangrijk deel op de LVS-resultaten. Landelijk genormeerde toetsen voorzien leraren van objectieve referentiegegevens om hun advies op te baseren. Wanneer een school besluit om geen genormeerde toetsen meer af te nemen, is het mogelijk dat de schooladviezen aan kwaliteit verliezen en onder druk komen te staan. Als deze niet langer van landelijk genormeerde toetsen komen, dan kan dit de overgang van leerlingen naar een andere school bemoeilijken. De ontvangende school weet dan immers niet – zoals nu het geval is – hoe een leerling presteert in vergelijking met leeftijdsgenoten, terwijl dit wel van belang is voor het afstemmen van het onderwijs op de leerling.

Tot slot gebruiken scholen en besturen LVS-resultaten om de onderwijskwaliteit in de gaten te houden. Als zij niet langer beschikken over resultaten van landelijk genormeerde toetsen, dan merken zij risico’s in de onderwijskwaliteit mogelijk niet of te laat op. Ook derden kunnen deze data niet langer gebruiken om objectief zicht te krijgen op de prestaties en ontwikkelingen van leerlingen (bijvoorbeeld om de gevolgen van de corona-crisis in beeld te brengen).

Tot slot

Ik ben mij goed bewust van de uitdagingen waar scholen dit jaar voor staan. In de komende tijd volgen we de ontwikkelingen in het onderwijsveld om te bezien wat wij hiervan kunnen leren en wat in de toekomst kan worden meegenomen voor een soepelere overgang van het po naar het vo. De coronacrisis heeft het belang hiervan eens temeer laten zien.

Een doorlopende ontwikkeling is belangrijk voor het schoolsucces en welbevinden van leerlingen. Er valt winst te behalen in doorlopende leerlijnen, maar ook in het versoepelen van de vaak harde knip tussen het po en het vo. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor scholen in het po en vo, maar ook voor mijn ministerie. Met het wegnemen van een aantal knelpunten in het Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po en het verbeteren van de stelselinrichting rond de eindtoetsen zet ik eerste stappen in het creëren van een overgang die bijdraagt aan een soepeler doorlopende ontwikkeling van leerlingen. Het is aan een volgend Kabinet en mijn opvolger om vervolg te geven aan de stappen die ik neem met het Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Engzell, Frey & Verhagen (2020). https://osf.io/preprints/socarxiv/ve4z7.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Kamerstuk 31 293, nr. 482.

X Noot
6

Oomens, Scholten & Luyten (2019). Eindrapportage evaluatie Wet eindtoetsing po.

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
8

Rapportage Vergelijkbaarheid eindtoetsen en invoering van gezamenlijk anker, 2018, Expertgroep Toetsing PO, Ref.nr. 18.01.

X Noot
9

Rapportage Normering afname eindtoets 2019, Expertgroep Toetsing POP, ref. nr. 19.11.

X Noot
10

Kamerstuk 31 293, nr. 471.

X Noot
11

Kamerstuk 31 293, nr. 471.

X Noot
12

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
13

Roeleveld, J., Mulder, L., Paas, T. (2011). Gevolgen van een latere afname van de Cito Eindtoets Basisonderwijs. Nijmegen/Amsterdam: ITS/Kohnstamm Instituut.

X Noot
14

Hiervoor is gesproken met het LAKS, Ouders & Onderwijs, PO-Raad, CvTE en de Inspectie. Ook zijn er gesprekken geweest met de toetsaanbieders, de Expertgroep Toetsen PO en DUO.

X Noot
15

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
16

Het schooladvies is een persoonsgegeven van een kind, en zodra dat geregistreerd staat hebben ouders inzagerecht conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

X Noot
17

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.