Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831293 nr. 3

31 293
Primair Onderwijs

nr. 3
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2008

1. Inleiding

«Samen werken, samen leven» is het motto van het beleidsprogramma van dit kabinet. Samen leven kan op veel aspecten betrekking hebben, maar betekent ook met elkaar naar school gaan. Het is voor de maatschappij van belang dat we in Nederland met elkaar en niet apart opgroeien. Dit komt de sociale cohesie ten goede. Het is daarom belangrijk dat kinderen – ongeacht hun kleur of afkomst – samen naar de basisschool gaan.

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de segregatie in het onderwijs krachtig zal worden bestreden. Daarover is de volgende passage opgenomen:

Segregatie in het onderwijs moet worden bestreden. Zonder dat er sprake is van een acceptatieplicht, zal hier sterk op worden ingezet. Mede daarom wordt het recent in werking getreden onderwijsachterstandsbeleid voortvarend ten uitvoer gebracht, zal er versneld worden gewerkt aan gemengde stadswijken en wordt overleg tussen grote steden en randgemeenten over de gezamenlijke huisvestingsproblematiek gestimuleerd en gefaciliteerd. Om daarnaast te bevorderen dat elk kind gelijke kans heeft om op school te worden toegelaten, wordt er vanaf 2008 gewerkt met vaste aanmeldmomenten voor het primair onderwijs, eventueel aangevuld met een loting.

De segregatieproblematiek is zeer complex van aard. Segregatie houdt immers niet alleen verband met segregatie in één bepaald segment van het maatschappelijke leven zoals bijvoorbeeld in het onderwijs, maar werkt door in de publieke ruimte van leven en wonen. Het aantal wijken waarin hoge concentraties van etnische groepen met een laag inkomen en opleidingsniveau wonen, is de afgelopen jaren sterk gestegen. Segregatie in het onderwijs is hiervan dan ook een logisch gevolg omdat zij veelal de afspiegeling van de wijken vormt. Tegelijkertijd is de situatie dat ook in gemengde wijken met een gemengde bevolkingspopulatie nog steeds«witte» en «zwarte» scholen voorkomen.

Tegen deze achtergrond kan worden gesteld dat het algemene segregatievraagstuk en segregatie in het onderwijs in het bijzonder niet via één vastgestelde aanpak opgelost kan worden. Langs verschillende wegen zal moeten worden gezocht naar en geëxperimenteerd worden met elementen die succesvol zijn in het bestrijden van de segregatie in het onderwijs.

Naast het tegengaan van segregatie zet het kabinet fors in om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Ik verwijs daarbij naar de kwaliteitsagenda voor het primair onderwijs en maatregelen in de begroting 2008 die betrekking hebben op het lerarenbeleid, de kinderopvang en VVE en de gewichtenregeling. Dit geldt voor alle scholen, dus ook voor scholen met veel allochtone leerlingen.

In deze brief staat wat het kabinet wil doen om de segregatie in het basisonderwijs aan te pakken en de integratie te bevorderen. In paragraaf 2 wordt ingegaan op de segregatieproblematiek; in paragraaf 3 wordt aangeven wat al wordt gedaan om segregatie in het basisonderwijs te voorkomen en tenslotte wordt in paragraaf 4 beschreven welke maatregelen aanvullend worden genomen.

2. Waarom segregatie tegengaan?

Nederland is een veelkleurige samenleving. Oorspronkelijke bevolkingsgroepen en nieuwe bevolkingsgroepen leven met elkaar in een klein land en vormen samen de maatschappij. Het is voor de samenleving als geheel van belang dat alle bevolkingsgroepen zoveel mogelijk met elkaar samen (kunnen) leven. Contacten tussen verschillende bevolkingsgroepen zijn van wezenlijk belang, zowel voor de inburgering en de taalvaardigheid van allochtone groepen als voor de sociale cohesie. Segregatie kan een tweedeling van de samenleving in de hand werken. Voor een stabiele samenleving is dit een ongewenste ontwikkeling. Aan het tegengaan van segregatie kan het onderwijs een belangrijke bijdrage leveren.

Segregatie in het onderwijs is voor het grootste deel het gevolg van woonsegregatie in steden (wijken/buurten). In de loop van de jaren zijn vooral in de grotere steden wijken en buurten ontstaan met hoge percentages allochtone bewoners. Deze bewoners zijn vaak laag opgeleid en hebben een laag inkomen, zodat er feitelijke sprake is van een dubbele segregatie, zowel etnisch als sociaal-economisch. Doordat de kinderen veelal in de buurt naar de basisschool gaan, is er inmiddels een aantal basisscholen dat voor het overgrote deel uit allochtone leerlingen bestaat. Het aantal basisscholen in Nederland is ruim 7000. Ca. 535 van deze scholen hebben meer dan 50% allochtone leerlingen. Er zijn 341 basisscholen met meer dan 70% allochtone achterstandsleerlingen waarvan 185 scholen van bijzondere signatuur en 156 openbare scholen. Deze aantallen stabiliseren de laatste jaren1. Verreweg de meeste van deze laatst genoemde scholen bevinden zich in de vier grote steden (65%).

Het oplossen van de onderwijssegregatie is voor een groot deel afhankelijk van de successen die geboekt worden bij het aanpakken van de woonsegregatie. Daarbij moet worden bedacht dat in steden als Amsterdam en Rotterdam het totaal aantal allochtone kinderen is gestegen tot bijna 2/3 van het totaal aantal leerlingen waardoor de meeste scholen een meerderheid van allochtone kinderen hebben2. In dergelijke wijken met een eenzijdige bevolkingssamenstelling is alleen een aanpak via het onderwijs dus niet voldoende om te komen tot gemengde scholen. Hier is in de eerste plaats een aanpak nodig om te komen tot meer gemengde wijken. In het kader van de wijkaanpak wordt gestreefd naar een gevarieerde kwalitatief goede woningvoorraad door bij renovatie en nieuwbouw diversiteit in huur- en koopwoningen en diversiteit in de prijs van woningen te realiseren. Eén van de instrumenten die hierbij kan worden ingezet is de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek («Rotterdamwet»). Doel hiervan is regulering van de toewijzing van het aanbod van woonruimte om de bestaande segregatie van inkomens over de stad actief tegen te gaan en zo het leefklimaat voor bewoners in die wijken te verbeteren.

Scholen in wijken die eenzijdig samengesteld zijn, worden gestimuleerd in contact te komen met scholen met een andere leerlingensamenstelling. De «Vriendschapsscholen» in Rotterdam zijn daar een goed voorbeeld van.

In gemengde wijken kan het aanpakken van de segregatie in het onderwijs succesvoller zijn. In deze wijken hebben de ouders vaak de keuzemogelijkheid voor overwegend «witte», een overwegend «zwarte», of een gemengde school. zijn. De samenstelling van scholen in de wijken moet een afspiegeling vormen van de samenstelling van de wijk.

Een van de aspecten die aandacht behoeft is de zogenaamde «witte vlucht» waarbij kinderen vaak buiten de wijk naar school gaan. Door ouders meer bewust te maken van de voordelen voor een keuze van een kwalitatief goede school in de buurt kan dit worden tegengegaan.

Essentieel is dat op iedere school, ongeacht de samenstelling van het leerlingenbestand, de kwaliteit van het onderwijs goed is. Goed onderwijs is immers van groot belang voor de verdere schoolloopbaan van de kinderen en het keuzeproces van ouders. Uiteindelijk draagt een goede schoolloopbaan ook bij aan de emancipatie van bevolkingsgroepen en aan een verdere integratie in de samenleving. Uit onderzoek is bekend dat een gemengde samenstelling van een school geen repercussies hoeft te hebben voor de kwaliteit. Analyses1 laten verder zien dat zwarte scholen in de loop van de tijd meer expertise hebben opgebouwd voor onderwijs aan leerlingen uit de etnische minderheden. De inhaalslag is het scherpst zichtbaar op scholen met meer dan de helft allochtone leerlingen. Deze scholen hebben de achterstand in taalprestaties ten opzichte van de meest witte scholen meer dan gehalveerd. Van een rekenachterstand is zelfs nauwelijks meer sprake: driekwart van de rekenachterstand is door zwarte scholen ingelopen. Het is zaak om dit meer voor het voetlicht te brengen.

In de volgende hoofdstukken wordt nader ingegaan op de maatregelen om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Bedacht moet daarbij worden dat het aanpakken van deze problematiek hardnekkig is en zeker niet op korte termijn tot een oplossing zal leiden, zeker daar waar sprake is van een samenstelling van een wijk die zich kenmerkt door een hoge concentratie allochtone bewoners. Wel kunnen de maatregelen bijdragen aan een omslag waarbij in brede lagen van de bevolking een positieve houding ontstaat tegenover gemengde scholen.

Integratie op een zwarte school

De Dr. J. Woltjerschool is een school in het Rotterdamse Delfshaven met kinderen van allerlei nationaliteiten. Zij zijn 4 jaar geleden gestart met het project vriendschapscholen. Dit project is bedoeld om ontmoetingen van allochtone en autochtone leerlingen mogelijk te maken op scholen waar mengen van deze groepen, gezien de samenstelling van de wijkpopulatie, geen optie is.

De Dr. J. Woltjerschool onderhoudt contact met basisschool De Acker uit Bergschenhoek. De Acker is een witte dorpschool 10 km buiten Rotterdam. De scholen hebben al verschillende ontmoetingsdagen georganiseerd. Voorbeelden van activiteiten die de scholen al samen hebben gedaan zijn: spellen met gemengde groepen van beide scholen, een rondleiding door de school, samen eten, lezen, zingen, gymmen, gezamenlijk een toneelstukje opvoeren, een open podium etc.

Reactie van de scholen op de ontmoetingsdagen van 2007: «Als we terugkijken op deze ontmoetingsdagen en zien hoe deze kinderen en ouders vriendschappen hebben gesloten, waarbij het er niet toe doe wie je bent of hoe je eruit ziet, dan zijn deze kinderen en ouders echt super. Een voorbeeld voor velen.»

3. Wat doen we al?

3.1 Investeren in de kwaliteit van het onderwijs

Voorop staat dat we blijven streven naar een zo hoog mogelijke onderwijskwaliteit van alle scholen, dus ook van de scholen met hoge percentages allochtone leerlingen. Zeker in de grote steden zullen deze scholen blijven bestaan vanwege de leerlingsamenstelling van de stad, de wijk en de buurt. Feitelijk leveren veel scholen met veel allochtone leerlingen goede prestaties. We zullen dit blijven benadrukken. Deze scholen leveren een forse bijdrage aan de integratie van de allochtone leerlingen. De scholen worden daarbij ondersteund door extra middelen die beschikbaar komen uit de gewichtenregeling. Ik heb u op 18 januari 2008 een brief doen toekomen met de voorstellen tot wijziging van de gewichtenregeling. Deze voorstellen leiden ertoe dat de extra middelen terechtkomen op scholen waar de problematiek het grootst is. Dit komt onder andere door de toevoeging van «impulsgebieden»: postcodegebieden waar mensen wonen met veel lage inkomens en/of veel uitkeringen. Deze gebieden komen ook in wijken voor met veel allochtone bewoners. Het kabinet investeert in deze gewichtenregeling met een oplopende reeks tot € 70 miljoen in 2011. Het geeft deze scholen de mogelijkheden om extra inspanningen te doen om de (taal)achterstanden weg te werken. Er wordt door het kabinet extra geïnvesteerd in VVE. Het is de bedoeling dat de komende tijd alle doelgroepkinderen bereikt worden, zodat zo vroeg mogelijk kan worden begonnen met het tegengaan van taalachterstand. Ook de schakelklassen leveren een bijdrage aan het oplossen van hardnekkige taalproblemen bij basisschoolleerlingen.

3.2 De kwaliteitsagenda voor het basisonderwijs1

De kwaliteitsagenda zet in op de verhoging van de kwaliteit van het taalen rekenonderwijs. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het vergroten van de onderwijskansen en het doorlopen van een goede schoolloopbaan. Dit draagt bij aan de emancipatie van de allochtone bevolkingsgroepen en de integratie in de Nederlandse samenleving. Ook is via de kwaliteitsagenda afgesproken om de «toegevoegde waarde» van scholen meer zichtbaar te maken. Hierdoor zal niet alleen het eindniveau van de school zichtbaar zijn, maar ook hoeveel de school heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de leerlingen. Dit helpt om de onjuiste beeldvorming over scholen met veel allochtone leerlingen bij ouders tegen te gaan. Verkend wordt welke consequenties dit heeft voor de werkwijze van de inspectie en de wijze van toetsing in het basisonderwijs.

3.3 Verplicht overleg tussen gemeenten en scholen over het tegengaan van segregatie

Sinds 1 augustus 2006 zijn de gemeenten en schoolbesturen van primair en voortgezet onderwijs en de kinderopvang verplicht met elkaar te overleggen en maatregelen te nemen om segregatie tegen te gaan. In veel gemeenten is een Lokale Educatieve Agenda tot stand gekomen, waarin de gemeente en de schoolbesturen en de kinderopvang met elkaar overleggen. Deze agenda biedt een goed platform om afspraken te maken over het tegengaan van segregatie in het onderwijs. Uiteraard zullen ook de ouders voldoende moeten worden betrokken bij deze voorstellen.

Gemeente Tilburg

Tilburg kampt met een witte vlucht, die ertoe heeft geleid dat momenteel minimaal twee scholen te zwart en minimaal twee scholen te wit zijn in vergelijking met de wijk waar de school staat. Voor een aantal, dat nu nog gemengd is dreigt een omslag naar zwart of wit, als gevolg van bijvoorbeeld een veranderende wijkpopulatie.

De gemeente probeert de onderwijskwaliteit op peil te houden en investeert in onderwijshuisvesting. Schoolgebouwen moeten er van binnen en van buiten goed uitzien, zodat ouders geen argument in handen krijgen als «die school ziet er niet mooi uit, dus zal het onderwijs dat er wordt gegeven ook wel slecht zijn».

Enkele ouders zijn naar de gemeente gekomen met het initiatief tot de vorming van ouderplatforms. Er is nog geen ouderplatform dat zich richt op het tegengaan van segregatie, maar de gemeente hoopt dat een dergelijk platform in de (nabije) toekomst wordt opgericht.

De gemeente Tilburg heeft voornamelijk een faciliterende rol en ze spreekt scholen aan op hun verantwoordelijkheid als het gaat om etnische segregatie in het basisonderwijs. Niet alle scholen zijn even bereid om die verantwoordelijkheid op zich te nemen, maar een heel aantal is dit gelukkig wel.

Ook hebben scholen de wettelijke opdracht om burgerschap en sociale cohesie onderdeel te laten zijn van het programma. Uit een onderzoek in opdracht van FORUM dat begin 2007 is gepresenteerd, blijkt dat veel gemeenten al werk maken van het aanpakken van segregatie in het onderwijs, maar dat de resultaten vaak nog niet zichtbaar zijn1.

3.4 Verspreiden van kennis en ervaringen

In mei 2007 heb ik het Kenniscentrum Gemengde Scholen geopend. Het Kenniscentrum ondersteunt gemeenten en scholen bij het vormgeven van de concrete aanpak om segregatie tegen te gaan en geeft kennis en ervaringen door aan ouders in een voor hen bruikbare vorm. Er is een website opgezet, er is materiaal ontwikkeld en veel gemeenten hebben een vorm van ondersteuning gekregen.

De Stichting Kleurrijke Scholen ontvangt subsidie voor het ondersteunen van oudergroepen die zich willen inspannen om samen een school meer gemengd te maken. Er is een toenemend aantal oudergroepen actief om werk te maken van het «gemengd» naar school gaan.

3.5 Het stichten van scholen

Het vorige Kabinet was voornemens om het onmogelijk te maken scholen te stichten met een hoog percentage achterstandsleerlingen (zgn. 80/20 maatregel). De (inter)departementale voorbereidingen daarvan hebben geleid tot het inzicht dat deze voorgenomen maatregel op zeer grote uitvoeringsproblemen stuit. Zo valt van te voren niet te bepalen welke leerlingen de school zullen gaan bezoeken. Het zou er bovendien toe kunnen leiden dat het onmogelijk blijkt om in een bepaald gebied een school te stichten. In plaats daarvan wil ik inzetten op de bredere maatregelen om de segregatie tegen te gaan, waarbij meer scholen betrokken zijn.

4. Aanvullende maatregelen

In de afgelopen periode is al een aantal maatregelen genomen om de segregatie tegen te gaan, zoals het verplichte overleg tussen de gemeenten en de scholen. Deze maatregelen zullen verder worden versterkt en aangevuld. Ik heb met vertegenwoordigers van een aantal gemeenten en maatschappelijke organisaties gesproken over de verdere aanpak van deze problematiek. De algemene conclusie was dat het oplossen van de problematiek een zaak van lange adem is. Het werd niet wenselijk geacht om landelijke uniforme maatregelen te nemen. De lokale situatie is vaak erg divers en is niet met algemene maatregelen op te lossen. Er werd gevraagd om meer ruimte voor lokale experimenten. De rol van de ouders werd door iedereen van cruciaal belang geacht. De kwaliteit van de school speelt in het keuzeproces van de ouders een belangrijke rol.

Het kabinet zal niet van bovenaf verplicht een spreidingsbeleid voor het onderwijs opleggen. Ervaringen uit het buitenland hebben laten zien dat een dergelijke aanpak niet werkt. De aanpak zal vooral op lokaal niveau moeten plaatsvinden, met ondersteuning van het Rijksbeleid. Niet in elke gemeente speelt de problematiek op dezelfde schaal; er is dus maatwerk per gemeente nodig.

4.1 Ondersteunen ouderinitiatieven

De rol van de ouders is uitermate belangrijk. Bij de maatregelen zal daarom steeds de rol van de ouders meegenomen moeten worden. Ouders hebben de sleutel in handen om meer gemengde scholen te vormen. Zij bepalen uiteindelijk waar hun kinderen naar school gaan. Ouders kiezen voor een school in de buurt, maar letten ook op de kwaliteit van de school. Vaak weten ouders niet dat de kwaliteit van een meer gemengde school goed kan zijn. Ook allochtone ouders hebben de keuze in de school voor hun kinderen. Het is belangrijk dat zij weten dat er informatie beschikbaar is over de kwaliteit van deze scholen en deze ook weten te vinden. Het platform allochtone ouders biedt ondersteuning in de communicatie naar deze ouders. Het is van belang dat in de beleidsvorming van de gemeenten en de scholen op dit punt de ouders er zoveel mogelijk bij worden betrokken. Ouders worden ondersteund indien zij een verandering in de samenstelling van de school willen bewerkstelligen.

Gelet op het belang van de initiatieven van ouders om tot gemengde scholen te komen zal de Stichting Kleurrijke Scholen in de gelegenheid worden gesteld deze initiatieven aan te moedigen en te ondersteunen. De stichting ontvangt hiervoor een extra subsidie van € 50 000. Daarnaast zal het Kenniscentrum Gemengde Scholen inhoudelijke kennis leveren aan gemeenten en scholen om de ouders te betrekken bij de lokale aanpak van de problematiek. Het platform allochtone ouders wordt betrokken bij het uitwerken van de maatregelen.

Ouderinitiatief

In 2005 startten de ouders, in de wijk Lombok en het Muntkwartier in Utrecht, ook een speelgroepje voor peuters. Initiatiefneemster Elle Petit:

«Via onze speelgroep kunnen ouders in elk geval kennismaken met de school», zegt ze. «En dat is al heel wat. Veel ouders hebben hun mond vol over zwarte scholen, maar als ze er uiteindelijk een paar keer geweest zijn dan blijkt het ze altijd mee te vallen. Het valt me op dat ouders die hier langskomen verbaasd zijn dat de kinderen zo goed Nederlands praten.» De school zelf doet er ook veel aan om gemengd te worden en te blijven. In 2006 is men bijvoorbeeld gestart met naschoolse opvang, wat de school nog aantrekkelijker maakt voor ouders.

Ouders die de stap hebben genomen hun kind aan te melden zijn enthousiast over de school. Inmiddels zitten er zo’n 8 Nederlandse kinderen in groep 1 en 2 van de Parkschool.

Onder andere als gevolg van dit ouderinitiatief is de gemeente actief om scholen in Utrecht gemengd te maken, in nauwe samenwerking met ouders en scholen. Eind 2006 organiseerde de gemeente een wijkdebat «Naar school in de buurt».

4.2 Vaste aanmeldmomenten

In het coalitieakkoord is opgenomen dat vanaf 2008 gewerkt zal gaan worden met vaste aanmeldmomenten. Daarbij kan worden gedacht aan een vaste leeftijd van waaraf leerlingen aangemeld kunnen worden (bijvoorbeeld vanaf 2 jaar) of een vaste aanmeldperiode per jaar.

Om zicht te krijgen op ervaringen en meningen van scholen, gemeenten en ouders (via de ouderorganisaties) over vaste aanmeldmomenten heeft onderzoeksbureau Regioplan in opdracht van OCW een enquête uitgevoerd1. Er hebben 467 scholen meegedaan aan de enquête, waarvan 30% scholen met meer dan 50% allochtone leerlingen. Daarnaast hebben 25 (vnl. grotere gemeenten) meegedaan evenals de ouderorganisaties. Slechts 20% van de scholen denkt dat vaste aanmeldmomenten een positief effect kunnen hebben op het tegengaan van segregatie. 60% staat daar negatief tegenover en 20% heeft geen mening. De meerderheid van de scholen denkt dat de ouders de invoering van de vaste aanmeldmomenten evenals de loting negatief zullen beoordelen. De ouderorganisaties denken dat allochtone ouders alsnog benadeeld worden, omdat zij niet goed op de hoogte zijn of te laat met de aanmelding. Van de gemeenten denkt een ruime meerderheid dat vaste aanmeldmomenten wel een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van segregatie. De meeste gemeenten zien de lokale educatieve agenda als geschikt instrument voor het maken van afspraken met scholen. De conclusie is dat een deel van het veld vooralsnog sceptisch staat tegenover deze aanpak.

Mede op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, de complexiteit van de problematiek en de onduidelijkheid van het effect van de aanmeldmomenten zal ik daarom eerst een aantal pilots opzetten, waarin het werken met vaste aanmeldmomenten een onderdeel is. Op deze wijze wil ik invulling geven aan de afspraken daarover in het Coalitieakkoord. In de pilots kan worden onderzocht of er een aanpak is die de huidige twijfel kan wegnemen. De bedoeling van de pilots is in de praktijk te onderzoeken welke segregatiemaatregelen het beste werken met inbegrip van de vaste aanmeldmomenten. Het kan dus zijn dat scholen en ouders nog steeds niet enthousiast zijn, maar dat het wel een behoorlijke bijdrage aan het tegengaan van segregatie kan opleveren. Er zal worden bekeken onder welke condities de aanmeldmomenten haalbaar zijn, wat het effect is en of deze eventueel breder ingevoerd kunnen worden. Daarbij wordt ook nagegaan of dit op vrijwillige basis kan worden uitgevoerd (gecoördineerd door de gemeente) of dat een verdergaande regeling nodig is. Daarnaast kunnen in de pilots ook andere instrumenten worden uitgeprobeerd waaronder de methode van het hanteren van dubbele wachtlijsten die op een aantal scholen in de gemeente Rotterdam wordt gebruikt. Op basis van de ervaringen die in de pilots worden opgedaan, zal ik besluiten of een brede invoering van vaste aanmeldmomenten mogelijk en wenselijk is. De pilots zullen worden uitgevoerd in de G4 en Deventer, Eindhoven en Nijmegen. Deze drie laatst genoemde gemeenten participeren mede vanuit de wijkaanpak. De aanpak in de pilots zal moeten leiden tot meer gemengde scholen en gemengde klassen in gemengde wijken. Er zullen meer contacten moeten plaatsvinden tussen allochtone en autochtone leerlingen (Vriendschapsscholen).

Ook zal worden onderzocht of het keuzegedrag van ouders is veranderd ten gunste van een gemengde school. Met de gemeenten en de scholen zullen hierover streefcijfers worden afgesproken.

In de pilots zullen de volgende elementen aan de orde komen:

• afspraken tussen gemeenten en scholen over vaste aanmeldmomenten, te beginnen bij het schooljaar 2008–2009;

• de administratieve lasten die gepaard gaan met het organiseren van vaste aanmeldmomenten;

• het werken met dubbele wachtlijsten;

• voorlichting aan autochtone en allochtone ouders;

• afspraken met scholen over aannamebeleid;

• afspraken over op te nemen quota per school;

• monitoring van de resultaten;

• verdere ontwikkeling van de «vriendschapsscholen».

Niet iedere gemeente behoeft dezelfde onderdelen uit te voeren. De vaste aanmeldmomenten worden in ieder geval meegenomen in ten minste twee G4 gemeenten en een andere gemeente. Er zal actieve voorlichting moeten worden gegeven aan autochtone en allochtone ouders over de keuzesystematiek voor een basisschool. Onderdeel van de pilot is tevens het benoemen van een aantal prestatie-indicatoren waarmee de vorderingen kunnen worden gemeten. Er zal een controlegroep worden ingericht van gemeenten die niet meedoen aan de pilot. De gemeenten zullen worden ondersteund door het Kenniscentrum Gemengde Scholen. De pilots zullen een looptijd krijgen van vier jaar. In 2010 zal ik een evaluatie uitvoeren en de Tweede Kamer een tussenrapportage zenden. In de evaluatie zal worden nagegaan of de bovengenoemde doelen zijn gerealiseerd. Voor het uitvoeren van de pilots is inclusief de ondersteuning vanaf 2008 een bedrag van € 1 miljoen. per jaar beschikbaar.

4.3 Stimuleren van scholen

De huidige bekostigingsregeling leent zich er niet voor om een prikkel in te bouwen voor het tegengaan van segregatie. Ik denk wel aan het toekennen van een aanmoedigingsprijs voor scholen die succes boeken bij het meer gemengd maken van de school. Dit zou allereerst toegepast kunnen worden in de gemeenten die deelnemen aan de pilot gemengde scholen. Een deel van de hierboven genoemde middelen zal hiervoor worden gebruikt. Ik denk daarbij aan een vorm waarbij een bedrag beschikbaar is om succesvolle scholen, de mogelijkheid te geven hun succesvolle aanpak over te dragen aan andere scholen. Het geldbedrag kunnen zij bijvoorbeeld besteden voor de aanschaf van een digitaal schoolbord.

4.4 Het voorkomen van segregatie in de voorschoolse voorzieningen

Het is van belang dat kinderen vanaf jonge leeftijd met elkaar kunnen opgroeien. Ook bij de uitbreiding van de voorschoolse voorzieningen zal daarom de segregatie zoveel mogelijk tegengegaan moeten worden. Het gaat daarbij om inspanningen van gemeenten om zoveel mogelijk gemengde groepen samen te stellen. Ik maak daarover afspraken met gemeenten, mede op basis van het Bestuursakkoord van het Rijk met de VNG1.

4.5 Communicatie

Het «met elkaar naar school gaan» zal als normaal moeten worden beschouwd. De bijdrage en de toegevoegde waarde die scholen met veel allochtone kinderen leveren zal goed voor het voetlicht moeten worden gebracht. Dit ondersteunt de ouders bij het maken van een goede schoolkeuze. In de pilots met de gemeenten zal de communicatie over dit onderwerp als apart onderwerp worden meegenomen. OCW zal de communicatie en de acties in verband met de beeldvorming zoveel mogelijk ondersteunen via het Kenniscentrum Gemengde Scholen.

5. Tot slot

In deze brief worden maatregelen aangekondigd om de segregatie in het basisonderwijs tegen te gaan. Ik ben mij er van bewust dat het een kwestie van lange adem is om op dit terrein succes te boeken. Er worden geen verplichtingen opgelegd aan gemeenten en scholen en ouders. Ik verwacht echter wel dat er in gezamenlijkheid tot resultaten wordt gekomen. We hebben al een aantal maatregelen in gang gezet en ik zal voortvarend de nieuw aangekondigde maatregelen uitvoeren, zodat we resultaten kunnen boeken. Ik vind dat daarbij vooral goede voorlichting voor ouders beschikbaar moet zijn om bij hun keuze voor een school de voordelen van een gemengde school mee te kunnen wegen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. A. M. Dijksma


XNoot
1

Bron: Ministerie van OCW.

XNoot
2

SCP (2007) Jaarrapport Integratie.

XNoot
1

SCP (2005) Jaarrapport Integratie (pag. 73 en 74); SCP (2007) De Sociale Staat van Nederland (pag. 93).

XNoot
1

Kwaliteitsagenda Primair Onderwijs Scholen voor Morgen: TK 2007/08, nr. 31 293, nr. 1.

XNoot
1

Forum (2007) Gemeenten in actie tegen segregatie in het basisonderwijs.

XNoot
1

Vaste aanmeldmomenten in het basisonderwijs (Regioplan 2007).

XNoot
1

Bestuursakkoord Rijk-VNG : juni 2007.