Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2014
Hierbij ontvangt u de resultaten van de derde meting van de Monitor ouderbetrokkenheid in het po, vo en mbo.1,
2 De meting is uitgevoerd door Panteia en ITS. Zij stelden vragen aan ouders, leraren
en schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.
Deze derde meting volgt op eerdere metingen uit 2009 en 2012.
Uit deze derde meting blijkt dat schoolleiders, leraren en ouders positiever oordelen
over ouderbetrokkenheid. Vooral ouders zijn positiever over de inspanningen van scholen
om hen te betrekken. In het vo en mbo zijn scholen sinds 2012 duidelijk van houding
veranderd. Ze geven ouders meer ruimte om betrokken te zijn. Er ligt daarmee een goede
basis om samen op te trekken.
De meeste betrokkenen zijn redelijk tevreden over de communicatie tussen ouders en
school. In alle onderwijssectoren vindt het merendeel van de ouders dat er voldoende
contact is tussen ouders en school. In het primair onderwijs is dat 81%, in het voortgezet
onderwijs 77% en in het mbo 63%. De mate waarin ouders actief zijn in inspraak of
medezeggenschap (formele participatie) is ten opzichte van 2012 niet veranderd. Alleen
het aandeel ouders dat zegt lid te zijn van een ouderraad mbo is fors gestegen ten
opzichte van 2012 (36% ten opzichte van 14%).
Een opvallende uitkomst is het verschil in tevredenheid over de mate waarin ouders
uitgenodigd worden om thuis hun kinderen te ondersteunen. De meeste leraren zijn tevreden
over hun eigen contact met ouders. Een deel van de leraren vindt dat er nog verbetering
mogelijk is in de mate van betrokkenheid van ouders. Daarbij gaat het om 15% van de
leraren in het primair onderwijs en 40% in het voortgezet onderwijs. Ouders zijn ook
tevreden, maar wel minder. In het primair onderwijs heeft 57% van de ouders het gevoel
dat zij thuis kunnen bijdragen aan de schoolprestaties van hun kinderen. In het voortgezet
onderwijs (44%) en het middelbaar beroepsonderwijs (32%) is dat iets minder.
Ouderbetrokkenheid is een zaak van individuele scholen. Het is belangrijk dat zij
een heldere visie hebben op hoe zij de samenwerking met ouders willen vormgeven en
ouders betrekken bij de ontwikkeling en schoolloopbaan van hun kind en de school.
Maar ook ouders spelen een belangrijke rol. Van hen mag verwacht worden dat zij de
school informeren over relevante ontwikkelingen (van hun kind) thuis, dat zij thuis
een stimulerende en motiverende omgeving creëren en op constructieve wijze met de
school samenwerken in het belang van het kind.
De rol van ouders krijgt bij veel beleidstrajecten, zoals voor- en vroegschoolse educatie,
toptalenten, passend onderwijs, krimp en het tegengaan van pesten, voortdurend aandacht
en er worden maatregelen genomen om ouders te betrekken. Wij vinden het belangrijk
om ons goed op de hoogte te stellen van wat er leeft bij ouders, bijvoorbeeld door
werkbezoeken, onderzoeken en klankbordgesprekken met ouders en hun vertegenwoordigers.
Om ouders succesvol te betrekken is het noodzakelijk dat ouders en leerlingen toegang
hebben tot goede en begrijpelijke informatie over de scholen in hun omgeving. Die
informatie helpt ouders een passende school voor hun kind te kiezen, op de hoogte
te zijn van de ontwikkelingen op de school en in gesprek te gaan met de school. Daarom
willen we meer transparantie in het onderwijs bevorderen. Komend voorjaar ontvangt
u een brief over het belang van transparantie waarin onder andere wordt ingegaan op
wat we hier, samen met de Landelijke Ouderraad, voor gaan doen.
In het mbo wordt ouderbetrokkenheid bij loopbaanontwikkeling, studiekeuze en studievoortgang
specifiek gestimuleerd via het stimuleringsproject Loopbaanoriëntatie en -begeleiding
(LOB). Verder subsidieert OCW activiteiten van sectororganisaties, vakbonden, de Landelijke
Ouderraad, het JOB en het LAKS ter verbetering van de medezeggenschap. Medezeggenschap
is immers een belangrijke vorm van ouderbetrokkenheid. Hoofddoel van de gezamenlijke
aanpak is het verbeteren van de communicatie tussen het schoolbestuur, de school en
de medezeggenschapsraad.
Tot slot investeren we in meer kennis over ouderbetrokkenheid. Dit gebeurt door middel
van drie onderzoeken naar de effecten van ouderbetrokkenheid en naar effectieve mechanismen
en interventies van docenten en scholen. Deze onderzoeken lopen via het Nationaal
Regieorgaan Onderwijsonderzoek.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker