Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201431293 nr. 205

31 293 Primair Onderwijs

Nr. 205 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2014

Op 6 maart jongstleden berichtte ik u over de ernstige situatie die de Inspectie van het Onderwijs (hierna inspectie) heeft aangetroffen bij de Stichting voor Evangelische Scholen (hierna sVES).1 In mijn brief heb ik aangegeven dat de inspectie in december 2013 een onderzoek heeft uitgevoerd naar het handelen van het bestuur naar aanleiding van de sluiting van de zeer zwakke basisschool EBS Timon in Rotterdam. De inspectie heeft geconcludeerd dat het bestuur onvoldoende in staat is gebleken om effectief leiding te geven aan de zes scholen die onder het bestuur vallen. Veel sVES-scholen hebben kwaliteitsproblemen of hebben die gehad en alle scholen halen de stichtingsnorm niet of zullen die hoogstwaarschijnlijk niet halen. De inspectie heeft er onvoldoende vertrouwen in dat het bestuur onder de huidige omstandigheden in staat is om zijn verantwoordelijkheid voor duurzaam kwalitatief goed onderwijs op zijn scholen waar te maken.

Mede naar aanleiding van dat rapport en de gesprekken hierover met mijn ministerie liet het bestuur mij weten dat het zijn activiteiten zou beëindigen. De reden hiervoor was dat zowel het bestuur als de inspectie in de huidige situatie geen perspectief zagen om op korte termijn de kwaliteit van het onderwijs aan de leerlingen op de sVES-scholen duurzaam te waarborgen. Daarom zouden indien mogelijk scholen worden overgedragen naar andere besturen en, als dat niet zou lukken, de leerlingen op andere scholen worden geplaatst. Zoals ik in mijn brief al aangaf, was ik voornemens om in het belang van de leerlingen in te grijpen bij dit bestuur, als het niet zelfstandig tot deze conclusie was gekomen.

In de voortgangsgesprekken met het bestuur is gebleken dat een voortvarende en adequate uitvoering van het besluit om tot de aangekondigde overdracht of sluiting van de scholen over te gaan, is uitgebleven. Tot nu toe zal alleen de school EBS Tamar in Den Haag per 1 augustus a.s. worden overgedragen aan een ander schoolbestuur, te weten aan de Stichting School met de Bijbel. Dit is voor het onderwijs aan de leerlingen van EBS Tamar een goede oplossing. De Toermalijn in Tilburg ontvangt met ingang van 1 augustus 2014 geen bekostiging meer omdat de school de stichtingsnorm niet heeft behaald binnen de daartoe gestelde tijd. Voor de overige drie scholen, waarvan één met een nevenvestiging, en hun leerlingen heeft het bestuur geen oplossing gevonden die zorgt dat de leerlingen kwalitatief goed onderwijs krijgen op een veilige en stabiele school.

Het bestuur stelt zich op het standpunt dat er meer tijd nodig is om tot een overdracht van scholen te komen, zonder hierbij een tijdslimiet aan te geven. Bovendien moet de school in Amsterdam worden opgeheven, maar het bestuur probeert die opheffing te voorkomen door middel van een doorstart waarover de gemeenteraad nog moet beslissen. De gemengde signalen over de toekomst van de scholen zorgen voor onzekerheid voor leerlingen, ouders en personeel over de continuïteit van het onderwijs. Daarom heb ik hulp aangeboden bij de spoedige overdracht van de scholen of de leerlingen, zodat er snel helderheid kan komen voor alle betrokkenen en de kwaliteit van het onderwijs aan de leerlingen duurzaam kan worden geborgd.

Het bestuur heeft ervoor gekozen mijn hulpaanbod niet te aanvaarden. Uit zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen, ben ik daarom genoodzaakt om in te grijpen. Ik zal het bestuur een aanwijzing geven op grond van artikel 163b van de Wet op het primair onderwijs. Indien het bestuur de aanwijzing niet opvolgt, tref ik een bekostigingssanctie.

De aanwijzing zal er uit bestaan dat ik het bestuur de opdracht geef om ervoor te zorgen dat de leerlingen aan die scholen die volgens de inspectie zwak zijn, met ingang van 1 augustus 2014 onderwijs volgen op een school van een ander bestuur. Voor de andere scholen dient het bestuur zo snel mogelijk doch uiterlijk per 1 augustus 2015 het reeds genomen besluit tot overdracht uit te voeren. Gemeenten kunnen helpen bij de herplaatsing van de leerlingen. Mijn oogmerk hiermee is dat alle kinderen die nu nog onderwijs krijgen aan een school onder het bestuur van sVES, zo spoedig mogelijk hun schoolloopbaan kunnen voortzetten op een school die duurzaam voldoende kwaliteit biedt.

De inspectie zal zolang de opdracht niet is uitgevoerd de vinger aan de pols blijven houden ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs. Tevens zal zij het bestuur van sVES blijven aanspreken op het niet voldoen aan wet- en regelgeving en reeds ingezette handhavingstrajecten voortzetten. Ik zal uw Kamer nader informeren in geval van nieuwe ontwikkelingen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstuk 31 293, nr. 200