Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831293 nr. 10

31 293
Primair Onderwijs

nr. 10
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 16 april 2008

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 en de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie2 hebben op 18 maart 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris Dijksma van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:

– de brief d.d. 8 februari 2008 inzake tegengaan segregatie in het basisonderwijs (31 293, nr. 3).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Bosma (PVV) vindt segregatie een logisch gevolg van het immigratiebeleid van de afgelopen 30 jaar, waarbij met name mensen uit islamitische landen met een tribaal-agrarische cultuur Nederland zijn binnengehaald, zonder enige inburgeringseis maar met de garantie op een uitkering. De basisgedachte achter het voorgestelde beleid is dat mengen een middel tegen segregatie is. Toch wil samen in een klas zitten niet zeggen dat er geen segregatie op school is. Bovendien leven er onder veel allochtonen antiwesterse sentimenten, zijn veel allochtonen agressief en hebben allochtonen vaak taalachterstanden. Uit onderzoek uit 2001 blijkt verder dat veel allochtonen psychische achterstanden hebben. Hoe worden in het licht van deze gegevens autochtone kinderen beter van gemengde scholen? Veel autochtone ouders willen hun kinderen op een autochtone school hebben en stemmen met hun voeten om dit mogelijk te maken en de postcodeterreur te ontlopen. Zij verlaten de grote steden, terwijl deze vaak hoogopgeleide, middenklasse ouders daar hard nodig zijn.

Het instellen van één aanmeldmoment verkleint de traditionele keuzevrijheid van het Nederlandse onderwijs en doet zo af aan de kwaliteit ervan. In het plan van de staatssecretaris wordt de lat lager gelegd om allochtone ouders te accommoderen . Het zou beter zijn als zij hun lakse houding laten varen en gedwongen worden om beter na te denken over de schoolkeuze van hun kind.

De oplossing van het probleem van gesegregeerde scholen ligt in het sluiten van de grenzen voor volslagen kansloze mensen uit de traditionele immigratielanden en een (gedwongen) remigratie van sommige allochtonen.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA) zegt dat de kwaliteit van het onderwijs voorop staat, los van de kleur van de school. Zwarte scholen zijn niet per definitie slechte scholen. Scholen alleen kunnen de segregatie niet oplossen, er zitten diepere oorzaken achter zoals de sociaaleconomische omgeving van de leerlingen en de opbouw van de wijken. Voor het oplossen daarvan is een lange adem nodig. Twee jaar geleden is besloten om op basis van de Lokale Educatieve Agenda afspraken te maken over integratie en segregatie. Wat zijn de resultaten hiervan en worden de ervaringen uitgewisseld?

Allochtone ouders zijn net als autochtonen ouders op zoek naar een goede school die past bij hun opvattingen en die van hun kinderen. Daar moet op worden ingezet om segregatie tegen te gaan. Acceptatieplicht voegt hier niets aan toe en levert bovendien problemen op met artikel 23 van de Grondwet.

Het is belangrijk dat segregatie op lokaal niveau wordt aangepakt. Lokale overheden moeten het bestaan van goede «zwarte» scholen in hun gemeenten breed bekendmaken bij ouders. Het voorstel om pilots in te stellen waarbij lokale overheden veel eigen verantwoordelijkheden krijgen, is daarom een schot in de roos.

Volgens mevrouw Kraneveldt (PvdA) is aangetoond dat een gemengde schoolpopulatie een positief effect heeft op de leerprestaties van leerlingen met achterstanden. Het is een goede zaak te streven naar meer gemengde scholen.

De aangekondigde pilots mogen niet vrijblijvend zijn. Daarom is het belangrijk dat er een nulmeting komt, om van daaruit de resultaten te kunnen meten. Ook moet de staatssecretaris zich nu al committeren aan eventueel positieve uitkomsten van de pilots. Moeten er «Rotterdamwetachtige» constructies komen om de pilots mogelijk te maken? Moeten ouders bij loting, een van de onderdelen van de pilots, accepteren dat hun kind eventueel niet naar de school van eerste keuze kan? Is de uitgangssituatie van de deelnemende scholen bekend? Het zou goed zijn het huidige aantal van zeven deelnemende gemeenten uit te breiden. Hoe kan er afgedwongen worden dat afwachtende of afhoudende gemeenten toch afspraken gaan maken? Deelt de staatssecretaris het beeld dat hierover uit onderzoek van Forum naar voren komt? Is zij het eens met de suggestie van Forum dat er landelijk helderheid verschaft moet worden welke kenmerken van leerlingen gebruikt worden om de voortgang en resultaten van de pilots te meten? Wat vindt zij van het voorstel van Forum om «onderwijsambassadeurs gemengde scholen» aan te stellen om het beleid aan te jagen?

Het is een prima zaak dat er extra geïnvesteerd wordt in voorlichting en hulp voor ouders bij het keuzeproces. Hoe kan de informatie over de beschikbare voorzieningen worden verbeterd zodat die beter aansluit bij de top-3 van keuzemotieven van de ouders?

Waarom vindt de staatssecretaris dat de huidige wijze waarop scholen gefinancierd worden zich niet leent om een financiële prikkel voor gemengde scholen in te bouwen? Is het mogelijk om iets in de wijze van bekostiging te veranderen zodat zo’n prikkel wel haalbaar is? Het voorstel om een aanmoedigingsprijs in te stellen voor scholen die erin slagen meer gemengd te worden, is prima maar onvoldoende. Het zou een goed idee zijn om in één van de grote steden een pilot te houden met een lichtere variant van de Amerikaanse magnet schools: scholen in zwarte binnensteden die extra geld krijgen om praktische verbeteringen aan te brengen.

De huidige programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) werken segregatiebevorderend: witte en hoogopgeleide allochtone ouders maken er te weinig gebruik van. Zijn er plannen om gemengde peuterspeelzalen of gemengde VVE te bevorderen?

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) vindt dat het in het onderwijs om kwaliteit gaat en niet om kleur. Segregatie moet bestreden worden daar waar het kan. Het is goed voor alle kinderen om op een gemengde school te zitten. Gelukkig is er niet gekozen voor verplicht mengen. De 80–20 maatregel op nieuwe scholen stuit in de praktijk helaas op uitvoeringsproblemen. Klopt het dat de peutertaaltoets definitief van de baan is? Wordt de motie-Rutte c.s. over VVE ooit nog uitgevoerd?

De aangekondigde plannen zijn symptoombestrijding. Een pilot is een soort halve beslissing. Het zou beter zijn goed na te denken en daarna volmondig voor een bepaalde oplossing te kiezen.

Schoolkeuze is voor ouders belangrijke maar ook erg moeilijk. De huidige informatie op de website van de Onderwijsinspectie is te ingewikkeld. Een duidelijke, vergelijkende website waarop harde informatie over scholen wordt gegeven, vergemakkelijkt de keuze voor ouders. Er moet daarom een Kieswijzer vergelijkbaar met de Stemwijzer op internet komen.

De heer Slob (ChristenUnie) vindt de aangekondigde voorstellen prima en steunt deze van ganser harte. De maatregelen zijn nuchter en realistisch, een verademing in vergelijking met het verleden toen het debat ideologisch gestuurd werd. Het probleem ligt veel breder dan de school. Het is een verbetering dat er wordt ingezet op instrumenten die werken. Er wordt bewust gekozen voor investeren in kwaliteit.

Het is goed dat er geen acceptatieplicht komt en dat de keuzevrijheid van ouders niet wordt aangetast. Belangrijk hierbij is dat ouders weten wat de achtergrond van een school is en dat de samenwerking tussen scholen, gemeenten en eventuele derden goed verloopt. Waar dat laatste niet het geval is, moet het samenwerkingsproces ondersteund worden. Hoe komen het Kenniscentrum Gemengde Scholen en de Stichting Kleurrijke Scholen van de grond?

Het getuigt van wijsheid om te beginnen met pilots. Dit is beter dan maatregelen direct in te voeren. De pilots moeten echter niet vrijblijvend zijn, noch in tijd noch in commitment.

De heer Dibi (GroenLinks) vindt dat de staatssecretaris het heel goed doet op het punt van de segregatie. De acceptatieplicht moet losgekoppeld worden van het segregatiedebat. Alle scholen moeten alle mensen accepteren zolang deze de grondslag van de school respecteren.

Gelukkig is er een gevoel van urgentie betreffende segregatie in het basisonderwijs. Hoe oordeelt de staatssecretaris over de andere staatssecretaris van OCW die het gevoel van urgentie niet lijkt te delen waar het het voortgezet onderwijs betreft?

Hoewel gemengde scholen de voorkeur verdienen, zijn er zijn geen principiële bezwaren tegen zwarte scholen. Het is pas een probleem als er een concentratie van achterstandsleerlingen is. Er moet een landelijke campagne komen die voor het voetlicht brengt dat zwarte scholen ook goede scholen kunnen zijn.

Het is een goed plan om pilots te houden voordat bepaalde maatregelen definitief worden opgelegd, zeker als voor deze maatregelen de medewerking van ouders nodig is. Is de staatssecretaris bereid om, zoals Forum adviseert, meer gemeenten aan de pilots te laten meedoen, zodat er meer kennis kan worden opgedaan?

Hoe denkt de staatssecretaris over het advies van Forum om de VVE veel vaker onder te brengen bij witte scholen? Wat vindt zij van de wens van de wethouders in de G4 om de voorschool te verplichten? Wat is haar oordeel over de conclusie van een wetenschapper van de Radboud Universiteit dat docenten in het primair onderwijs vaak een verkeerd schoolkeuzeadvies geven aan allochtone leerlingen?

De heer Jasper van Dijk (SP) vindt dat de staatssecretaris grote verwachtingen heeft gewekt die niet waar worden gemaakt. Haar brief blinkt uit in vrijblijvendheid, de problemen worden vooruitgeschoven en de voorgestelde maatregelen zijn niet afdoende.

Waarom wordt de pilot niet uitgebreid naar 30 gemeenten? Waarom wordt er niet direct een volgende stap gezet? Wat is de reactie van de staatssecretaris op de mening van de Stichting Kleurrijke Scholen dat er al experimenten genoeg zijn, dat het probleem er te ernstig voor is en dat zolang scholen en gemeenten om de hete brij heen blijven draaien, er altijd ruimte is de dans te ontspringen?

Wat is er mis met een acceptatieplicht? Scholen moeten kinderen niet kunnen weigeren, dat is het institutionaliseren van segregatie. In dit plan wordt het regeerakkoord niet nageleefd. Er moet bij het segregatiebeleid dezelfde daadkracht ten toon worden gespreid als bij het beleid betreffende lezen en rekenen.

Segregatie op scholen in gemengde wijken moet worden aangepakt door bindende afspraken, dubbele wachtlijsten – één voor leerlingen met en één voor leerlingen zonder achterstand – en door het instellen van een maximale schoolgrootte waardoor ook de witte vlucht wordt tegengegaan. Scholen die erin slagen gemengd te worden, moeten een bonus krijgen en de gewichtenregeling moet medeafhankelijk worden van de taal van de ouders. Nieuwe voorscholen worden bij voorkeur gekoppeld aan een witte school.

Kan de staatssecretaris een reactie geven op het artikel in Metro over het verplichten van voorscholen? Hoe denkt zij over segregatie in het vmbo?

De heer Van der Vlies (SGP) deelt het gevoel van de staatssecretaris dat het probleem urgent is. Hij is blij dat de voorgestelde oplossingen binnen artikel 23 van de Grondwet blijven. Wat bedoelt de staatssecretaris echter met haar opmerking dat pilots niet vrijblijvend zijn? Kan dat toch niet potentieel artikel 23 aantasten? Het instellen van vaste aanmeldmomenten zou de keuzevrijheid van de ouders niet aantasten. Wat gebeurt er echter als een te groot deel van de ouders kiest voor één school?

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris streeft uit een maatschappelijk motief naar gemengde scholen. Het motto van het kabinet, samen werken, samen leven moet ook voor het onderwijs als uitgangspunt dienen. De samenleving als geheel is gebaat bij samen in de klas. Het is goed om op jonge leeftijd te wennen aan de gemengde samenleving. Bovendien hebben ook autochtone kinderen soms een achterstand. Het voorgestelde plan speelt ook in op de wens van veel ouders om hun kind in de eigen buurt naar school te laten gaan en helpt allochtone ouders die vaak een achterstand bij aanmeldprocedures hebben en minder goed geïnformeerd zijn over de kansen om hun kinderen op scholen in de buurt onder te brengen. Ook is er een onderwijskundig motief: de effectiviteit van het aanbod is groter bij heterogene groepen.

Als een wijk geheel zwart is, zullen de scholen in de wijk dat ook zijn. Het onderwijs kan dit niet veranderen. In gemengde wijken moet wel gestreefd worden naar gemengde scholen. Via pilots moet eerst uitgezocht worden welke maatregelen werken. Deze pilots zijn niet vrijblijvend; tussentijdse rapportage geeft de mogelijkheid om nog gedurende deze kabinetsperiode tot wetgeving over te gaan.

In het verleden hadden ouders een ondergeschoven positie ten opzichte van de systemen. Dat moet nu anders. Verplichte spreiding heeft zeer negatieve effecten, er moeten stappen gezet worden met mensen, niet tegen hen.

Het veranderproces moet niet gegijzeld worden door het afhankelijk te maken van het behalen van bepaalde percentages op een bepaald moment. Er moet echter wel goed gekeken worden of de maatregelen in de praktijk effectief zijn.

De staatssecretaris stuurt een brief aan de Kamer hoe de pilots er precies uit komen te zien. Er is afgesproken met de zeven deelnemende gemeenten dat deze zelf met voorstellen mogen komen. De vaste aanmeldmomenten moeten in minimaal drie van de zeven gemeenten onderdeel van de pilots uitmaken. Er wordt onderzocht onder welke condities die aanmeldmomenten het beste ingevoerd kunnen worden. Daarbij moet worden bezien in welke mate er bijvoorbeeld aanvullende regelgeving vanuit het Rijk nodig is. Ook moet er gekeken worden welke andere maatregelen er uitgeprobeerd kunnen worden. Het werken met dubbele wachtlijsten moet ook onderdeel uitmaken van de pilots.

De plannen voor de pilots moeten in samenspraak met de gemeenten vastgesteld worden. Dat kan soms betekenen dat er streefcijfers worden vastgesteld. Ook wordt er een controlegroep vastgesteld van scholen waar er niets gebeurt. Zo wordt evidence-based onderzocht of de pilot werkt. Er wordt gewerkt met definities gebaseerd op de doelgroep met sociaaleconomische achterstanden. De etnische factor op zich mag volgens de gewichtenregeling geen rol spelen.

Gemeenten opereren binnen artikel 23 van de Grondwet. Dat neemt niet weg dat het nu al wettelijk mogelijk is voor gemeenten en schoolbesturen om overleg, gericht op het tegengaan van segregatie en het afstemmen van inschrijvings- en toelatingsprocedures te verplichten. Zulk overleg is gericht op het maken van bindende afspraken over te realiseren prestaties en inspanningen. Hetzelfde wetsartikel dat dit mogelijk maakt, voorziet ook in het instellen van een geschillencommissie voor die gevallen waarin het overleg niet tot bindende afspraken leidt. Het kabinet werkt aan het daadwerkelijk instellen van zo’n geschillencommissie. Zo hebben gemeenten een stevig instrument in handen om met schoolbesturen afspraken te maken. Aan de hand van de pilots moet worden bezien of deze wettelijke mogelijkheden voldoende zijn. De staatssecretaris wil niet ingaan op de precieze cijfers van Forum over weigerachtige of lakse gemeenten maar is het wel eens met het instituut dat sommige gemeenten meer kunnen doen dan zij nu doen.

Het instellen van één vast aanmeldmoment staat uitgebreid rondkijken op scholen en daarna een weloverwogen schoolkeuze maken geenszins in de weg. Het enige dat verandert is dat men op een vast moment de definitieve keuze kenbaar moet maken. Allochtone ouders moeten ondersteund worden bij het maken van die keuze. Dit betekent zeker niet dat de lat lager wordt gelegd.

De regierol in de pilots ligt bij de gemeenten. Als kinderen door het gevoerde beleid, bijvoorbeeld loting, niet worden toegelaten op de school van eerste keuze kan de rechtmatigheid van deze afwijzing worden getoetst door de rechters.

De 80–20 maatregel stuit op grote uitvoeringsproblemen. Doorvoeren zou beteken dat er in bepaalde wijken geen school meer kan worden opgericht. Dit benadeelt de kinderen in die wijk. Bovendien levert het juridische problemen op met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake economische sociale en culturele rechten. Ten slotte is er nog een hele trits andere uitvoeringsproblemen.

Het Kenniscentrum Gemengde Scholen constateert dat er meer gemeenten en scholen zijn die segregatie tegen willen gaan dan nu bij de pilots betrokken zijn. Het heeft opdracht gekregen dit in kaart te brengen. De staatssecretaris neemt het initiatief om een praktische bijeenkomst te organiseren waarin overlegd kan worden over het tegengaan segregatie en het creëren van onderwijskansen. VVE moet daarbij ook op de agenda komen. Ook moeten best practices en de vraag of gemeenten te stimuleren zijn om mee te doen aan de pilots besproken worden.

De staatssecretaris is bereid uit te zoeken of er «onderwijsambassadeurs gemengde scholen» kunnen komen om te helpen met problemen in de praktijk. Zij zal snel bekend maken wie dat worden, zij denkt zelf aan twee mensen. Het Kenniscentrum Gemengde Scholen zal hierbij betrokken worden.

In een bestuurlijke overeenkomst met de G4 is overeengekomen om het aanbod VVE zo uit te breiden dat alle doelgroepkinderen er gebruik van kunnen maken. Het onderbrengen van de voorscholen bij «witte» scholen en het mengen van groepen is ook onderdeel van die overeenkomst. Er was al eerder zo’n overeenkomst gesloten met Oost-Groningen en in mei gaat dat waarschijnlijk met Zuid Limburg gebeuren. Er wordt fors geïnvesteerd om het nog gedurende deze kabinetsperiode mogelijk te maken dat er voor alle kinderen die het nodig hebben een aanbod aan voorschoolse educatie komt.

De G4 willen hulp bij praktische problemen die er met VVE zijn. Een groot probleem is dat zij niet altijd alle kinderen kunnen bereiken die voorschoolse educatie nodig hebben. Er bestaat al drang, maar de gemeenten willen het ook mogelijk maken om dwang uit te oefenen. Dat stuit echter al snel op juridische obstakels. Dit punt moet met de minister voor Jeugd en Gezin besproken worden. In mei stuurt de staatssecretaris een brief over de voorschoolse educatie. Behalve de problemen met de toeleiding naar de voorschoolse educatie zal zij hierin ook haar ideeën uiteenzetten hoe taalachterstand bij jeugdigen kan worden vastgesteld. Haar idee is nu hierbij niet te kijken naar het kind zelf maar naar de omgeving. In de brief komt ook een toelichting op het onderzoek van de Radboud Universiteit.

Nadere gedachtewisseling

De heer Bosma (PVV) gelooft niet in de bekende linkse oplossingen met veel overheidsbureaucratie. Het onderwijs en de kinderen mogen niet worden opgeofferd aan een abstract, vaag concept als «gemengde scholen zijn goed voor de samenleving». De samenleving en zeker de kinderen worden er niet beter van.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA) merkt op dat om te komen tot gemengde scholen er op draagvlak gesteund moet kunnen worden bij ouders en docenten.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) wil weten of met de uitleg van de staatssecretaris over de voorschoolse educatie de motie-Rutte c.s., die Kamerbreed werd gesteund, bij het oud vuil is gezet.

De heer Dibi (GroenLinks) dringt nogmaals aan op een landelijke campagne om het imago van zwarte scholen te verbeteren. Hij is niet voor het verplichten van voorschoolse educatie en denkt dat de gemeenten aandringen op dwang omdat zij hopen op die manier meer geld te krijgen van het Rijk. Moet de voorschoolse educatie een landelijk gefinancierde voorziening worden?

De heer Jasper van Dijk (SP) vindt de boodschap van de staatssecretaris tegenstrijdig. Aan de ene kant wil zij niets verplichten, aan de andere kant zijn de pilots niet vrijblijvend. Het is verbazingwekkend dat de staatssecretaris zich niet vast wil leggen op streefcijfers. Komt er in minstens één gemeente een proef met dubbele wachtlijsten? Er is een groot draagvlak voor gemengde scholen maar er zal beleid moeten worden gemaakt om die te realiseren. Er zijn bindende afspraken nodig; gemeenten en schoolbesturen doen niets als de staatssecretaris niet in actie komt.

De staatssecretaris zegt dat er moet worden gestreefd worden naar resultaten en dat het debat niet verpolitiekt moet worden. Segregatie kan niet heel snel opgelost worden, dat legt te veel druk op het onderwijs.

Dubbele wachtlijsten zijn onderdeel van de pilots. De staatssecretaris wil wel harde afspraken maken, maar niet iedereen vastpinnen op harde landelijke streefcijfers.

In de motie van Rutte c.s. werd om een manier gevraagd om achterstand vast te stellen. Hier wordt aan gewerkt. In de brief van mei zullen voorstellen staan.

Het instellen van een Kieswijzer op internet naar analogie met Stemwijzer stuit op praktische problemen. De Inspectie van het Onderwijs kan alleen gevalideerde informatie geven, en niet gegevens naar buiten brengen die zij niet zelf toetst maar die wel belangrijk zijn voor ouders. De staatssecretaris wil daarom eerst aan de ouderorganisaties vragen of de huidige informatievoorziening toereikend is en wat voor soort informatie zij graag zouden ontvangen indien dit niet het geval is.

Voor het instellen van vaste aanmeldmomenten hoeft niet buiten artikel 23 van de Grondwet getreden te worden. De pilots zullen geen van alle buiten de gebaande paden van de wetgeving komen. Als een school geen ruimte heeft om alle aanmeldingen te accepteren, moet dit probleem worden aangepakt door bijvoorbeeld inschrijving op volgorde van aanmelding, loting of toelating onder vermelding van een dubbele wachtlijst.

Vooroordelen over zwarte scholen moeten op lokaal niveau worden aangepakt. Dit moet onderwerp van gesprek worden binnen de G31. Het opzetten van een campagne vanuit Den Haag over dit onderwerp is niet zinvol.

De staatssecretaris doet geen uitspraken over de wijze waarop om moet worden gegaan met ouders die niet bereid zijn hun kind in een voorschools traject te plaatsen. Zij acht het verstandiger om in overleg met de minister voor Jeugd en Gezin in mei een ordentelijke beleidsreactie over dit punt naar de Kamer te sturen.

De staatssecretaris laat zich niet betrekken in discussies over segregatie op het vmbo.

Toezeggingen

– De staatssecretaris neemt het initiatief voor een overleg met meer gemeenten dan de huidige zeven om te kijken of ook daar beter kan worden gewerkt aan het tegengaan van segregatie en het creëren van nieuwe kansen.

– De staatssecretaris neemt de suggestie over om twee ambassadeurs voor gemengde scholen te benoemen en de Kamer hierover te informeren. De Kamer gaat ervan uit dat ook de taakopdracht van deze ambassadeurs naar de Kamer zal worden opgestuurd.

– De staatssecretaris inventariseert bij de ouderorganisaties of er behoefte is aan betere informatie over de schoolkeuze en welke vorm die informatie dan zou moeten krijgen. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Van de Camp

De voorzitter van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie,

Van Gent

Adjunct-griffier de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

La Rocca


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA), Slob (ChristenUnie), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Verdonk (Verdonk), Abel (SP), Van Leeuwen (SP), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Jasper van Dijk (SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GroenLinks).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill’ard (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Miltenburg (VVD), Atsma (CDA), Sterk (CDA), Vietsch (CDA), Schinkelshoek (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer (PvdA), Van Dam (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Bommel (SP), Gesthuizen (SP), Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Ten Broeke (VVD), Leijten (SP), Bouchibti (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD) en Peters (GroenLinks).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Van Gent (GroenLinks), voorzitter, Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), Poppe (SP), Weekers (VVD), ondervoorzitter, Dijsselbloem (PvdA), Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Van der Ham (D66), Vietsch (CDA), Verdonk (Verdonk), Abel (SP), Jansen (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Wolbert (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Bouchibti (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Fritsma (PVV), Van Toorenburg (CDA) en Uitslag (CDA).

Plv. leden: Bilder (CDA), Dibi (GroenLinks), Nicolaï (VVD), Timmer (PvdA), Kant (SP), Blok (VVD), Bouwmeester (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Pechtold (D66), Blanksma-van der Heuvel (CDA), Neppérus (VVD), Karabulut (SP), De Wit (SP), Voordewind (ChristenUnie), Heijnen (PvdA), Zijlstra (VVD), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), Ulenbelt (SP) en Madlener (PVV).