nr. 70
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 oktober 2009
Met de brief van 23 april 2009, kenmerk 2009Z05600/2009D20206 heeft
de Vaste Commissie voor OCW mij gevraagd een oplossing te vinden voor de examenkwestie
op het Vespucci College te Curaçao. Met mijn brief van 19 juni
2009, kenmerk 2009Z11887/2009D31151, heb ik gemeld dat een feitelijke beantwoording
niet eerder kan plaatsvinden dan nadat de bodemprocedure is afgerond. Dat
is thans het geval.
Met deze brief informeer ik u mede namens de staatsecretaris van Defensie
en de staatssecretaris van BZK over de uitkomsten van de bodemprocedure. Hiermee
beantwoord ik tevens de brieven van de Vaste Commissie van 23 april en
14 september 2009.
Uitkomsten van de bodemprocedure
Op 5 augustus heeft de Rechtbank te ’s-Gravenhage vonnis gewezen
in de bodemprocedure die door het Vespucci College was aangespannen tegen
mijn besluit om een eind te maken aan de uitvoering van een examenovereenkomst
tussen het Vespucci College op Curaçao en een school in Nederland.
De rechter heeft de Staat op alle onderdelen van dit besluit in het gelijk
gesteld. Het vonnis is als bijlage toegevoegd.
De kern van het vonnis kan als volgt worden samengevat:
1. De door het Vespucci College gesloten examenovereenkomst is strijdig
met de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en het daarop gebaseerde eindexamenbesluit;
2. de WVO heeft slechts betrekking op de regeling van het voortgezet onderwijs
aan scholen in Nederland, waarbij ook de eindexamens geacht worden in Nederland
te moeten worden afgenomen;
3. de WVO en de Wet op het onderwijstoezicht zijn geen rijkswetten zodat
de onderwijsinspectie haar bij de eindexamens vereiste taak niet kan vervullen;
4. de Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld door een einde te maken
aan de uitvoering van de examenovereenkomst;
5. de Staat heeft een einde gemaakt aan een situatie die in strijd was
met formele wetgeving.
Voorts heeft de Rechtbank aangegeven dat de door mij getroffen tijdelijke
overgangsregeling voor de beëindiging van de oude situatie en het voorzien
in nieuwe examenregelingen qua vorm en tijd (met het vooruitzicht op de mogelijkheid
om na de staatkundige transitie staatsexamens af te leggen op Bonaire) passend
is. Dezerzijds is de bereidheid uitgesproken, mocht de statuswijziging van
de drie BES-eilanden tot openbaar lichaam van Nederland vertraging ondervinden,
de overgangsregeling in 2011 voort te zetten.
Vervolgtraject
In de brief van 23 april wordt gevraagd hoe in deze kwestie kan worden
gekomen tot een oplossing die vergelijkbaar is met de situatie met andere
landen waar Nederlandse examens op een ambassade kunnen worden afgenomen.
Allereerst zij opgemerkt dat de vergelijking met Nederlandse grondgebied
en Nederlandse ambassades in deze kwestie niet bruikbaar is, omdat deze ambassades
geen Nederlands grondgebied vormen. Ambassades behoren tot het grondgebied
van het betreffende gastland, maar beschikken op grond van het internationale
recht over immuniteit. De territoriale reikwijdte van de onderwijswetgeving
is beperkt tot het Nederlandse grondgebied.
Bovendien is de bedoelde situatie niet vergelijkbaar met die van het Vespucci
College. De onderwijswetgeving staat toe dat in individuele gevallen een uitzondering
kan worden gemaakt voor het afleggen van een examen in het buitenland op een
ambassade. In die gevallen maakt de staatsexamencommissie Voortgezet Onderwijs
(VO) gebruik van de hardheidsclausule opgenomen in het Besluit staatsexamens
VWO-HAVO-MAVO- om kandidaten die in Nederland onderwijs volgen maar juist
op het moment van (een deel van) de VO-examens noodgedwongen in het buitenland
verblijven – hierbij valt te denken aan uitgezonden militairen, topsporters
bij Europese of wereldkampioenschappen – toch in de gelegenheid te stellen
het examen af te leggen.
Er kan alleen gebruik worden gemaakt van ambassades met medewerking van
het ministerie van Buitenlandse zaken en de ambassadeur in het betrokken land.
Hierbij spelen zaken mee als geheimhouding van examens, tijdsverschil met
Nederland, maar ook de vraag of de vestiging van de ambassade daarvoor is
toegerust, qua ruimte maar ook personeel, qua openingstijden en daarmee de
bereidheid daartoe. Het is dus geen recht, maar in enkele individuele bijzondere
situaties een eventuele mogelijkheid voor kandidaten die in Nederland onderwijs
volgen. De ambassade is dan een veilige en passende examenlocatie. Bij hoge
uitzondering kan in een enkel geval ook een examen worden afgenomen op een
marineschip resp. legerbasis in het buitenland voor iemand die in Nederland
onderwijs volgt.
Deze individuele uitzonderingen voor kandidaten voor het afleggen van
examens die in Nederland onderwijs volgen zien dus op een andere situatie
dan klassen met leerlingen op een school buiten Nederland die een Nederlands
(staats)examen willen afleggen. Daarom is geen sprake van een vergelijkbare
situatie zoals door u is voorgesteld.
Staatsexamen Bonaire
Ik heb daarom gezocht naar andere mogelijkheden om leerlingen van het
Vespucci College op Curaçao ook na de staatkundige transitie de mogelijkheid te bieden een Nederlands diploma te behalen. In de nieuwe situatie
valt het onderwijs op Bonaire onder de Nederlandse onderwijswetgeving. Leerlingen
van het Vespucci College kunnen dan als extraneï worden ingeschreven
bij een dan bestaande bekostigde Nederlandse school en daar hun schoolexamens
en het centraal eindexamen afleggen.
Daarnaast zal de mogelijkheid worden geboden om een staatsexamen af te
leggen via de staatsexamencommissie die alsdan ook op Bonaire zitting zal
hebben. Daarmee wordt naar mijn oordeel een passende oplossing geboden voor
de leerlingen van het Vespucci college.
Internationaal Baccalaureaat
Verder heeft het Vespucci College nog de mogelijkheid om een licentie
Internationaal Baccalaureaat aan te vragen in Genève zoals ook een
andere particuliere opleiding op Curaçao waar veel Nederlandse leerlingen
onderwijs volgen heeft gedaan. Het behaalde diploma geeft voldoende doorstroom
mogelijkheden in Nederland en veel andere landen.
Nederlands-Antilliaans diploma
Ook kan het Vespucci College aan het dan verantwoordelijke bestuur op
Curaçao verzoeken of zij hun opleiding – geschoeid op het Nederlandse
model – mogen afsluiten met een Nederlands-Antilliaans examen dan wel
staatsexamen waardoor een Nederlands-Antilliaans diploma wordt verkregen.
Deze diploma’s geven – voor zover niet te veel wordt afgeweken
van de profielstructuur bij de Nederlandse havo- en vwo-scholen – dezelfde
doorstroom mogelijkheden als de Nederlandse diploma’s. Deze diploma’s
worden volledig erkend.
Wel stellen vervolgopleidingen in Nederland de voorwaarde dat de Nederlandse
taal voldoende wordt beheerst zeker wanneer de opleiding op één
van de eilanden in het Papiaments of het Engels is gevolgd. Gezien het feit
dat de instructietaal op het Vespucci College Nederlands is, zou dit in de
praktijk niet tot belemmeringen moeten leiden.
Het Vespucci College zal voor beide opties zelf de stappen moeten zetten.
Indien een technische briefing nog noodzakelijk of wenselijk is dan verneem
ik dat gaarne.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart