Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2025
Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de commissie naar aanleiding van
de procedurevergadering van 14 november 2024 inzake de brief van de heer V. over de
voorwaarden voor bekwaamheidserkenning en Nederlands als tweede taal.
De briefschrijver geeft in zijn brief aan dat hij de route om bevoegd docent Nederlands
als tweede taal (hierna: Nt2) in een Internationale Schakelklas (hierna: ISK) te worden
niet logisch vindt en hij ziet een oplossing in het juridisch verankeren van Nt2 als
vak, en hij vraagt of dat overwogen kan worden.
Om bevoegd voor de klas te staan voor het vak Nt2 op een ISK heeft een docent conform
de beleidsregel ontheffing bekwaamheidseisen en bekwaamheidserkenning vo1 het volgende nodig:
In de praktijk betekent dit dat het voor een zij-instromer nodig is om een bevoegdheid
te halen voor primair onderwijs of het vak Nederlands, terwijl de zij-instromer dat
misschien niet in de breedte wil gebruiken omdat deze persoon enkel Nt2 wil geven.
Het Ministerie van OCW is op dit moment bezig met een toekomstverkenning naar het
nieuwkomersonderwijs, omdat er meer knelpunten in de sector leven. In het afgelopen
jaar zijn er vele gesprekken gevoerd met leraren, leerlingen, schoolbestuurders en
andere experts over de wijze waarop het onderwijs aan nieuwkomers beter georganiseerd
kan worden. Ook signalen die via andere wegen bij mijn ministerie terecht zijn gekomen,
nemen we in de toekomstverkenning mee. Op dit moment worden verschillende scenario’s
uitgewerkt die zijn toegespitst op de verschillende sectoren (po, vo en mbo) en in
de komende periode worden deze getoetst op onder andere uitvoerbaarheid en wenselijkheid.
De bevoegdheden die docenten op ISK’s moeten hebben is onderdeel van deze toekomstverkenning.
Uw Kamer wordt hier conform eerdere toezegging in de eerste helft van 2025 over geïnformeerd.2
Een medewerker van het ministerie heeft de briefschrijver hier in een prettig en constructief
telefonisch gesprek over geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M.L.J. Paul