Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331289 nr. 150

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr.150 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 mei 2013

Naar aanleiding van de diefstal en de daarop volgende openbaarmaking van het vwo-eindexamen Frans heeft uw Kamer mij verzocht u een brief te sturen, waarin ik in ga op de vragen die door u zijn gesteld. Graag voldoe ik aan dit verzoek.

Laat ik echter beginnen met te zeggen dat ik de gang van zaken rond dit examen betreur. Ik betreur vooral de overlast die het voor de leerlingen oplevert. Examen doen is al spannend en als zo’n examen dan gestolen wordt en daardoor verzet moet worden, levert dit extra spanning op. Tegelijkertijd ben ik blij dat het College voor Examens (CvE) er – in goed overleg met alle betrokken partijen – in is geslaagd om snel een nieuw examen aan te bieden. Hierdoor kunnen leerlingen, weliswaar een dag later, tóch examen doen.

U heeft mij gevraagd wat er is gebeurd, hoe dit heeft kunnen gebeuren, en tevens in te gaan op de vraag hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen. Voordat ik dit doe wil ik benadrukken dat het onderzoek naar de diefstal van het examen nog volop loopt en ik in het belang van het onderzoek nog niet op alle vragen antwoord kan geven.

Wat is er gebeurd?

Zoals u bekend is, werd afgelopen dinsdagavond duidelijk dat het vwo-eindexamen Frans op internet stond. Het CvE, de regievoerder van de examens, heeft direct de noodprocedure in gang gezet. Deze noodprocedure voorziet in een aantal vooraf doordachte stappen om snel te kunnen handelen indien er zich een calamiteit voordoet. Deze procedure is noodzakelijk omdat de logistiek rond het verspreiden van een landelijk examen ingewikkeld is, er vele partners bij betrokken zijn en er absoluut geen fouten gemaakt mogen worden die tot hernieuwd lekken zouden kunnen leiden. Het aantal reserve-examens is namelijk beperkt, daarom is de hoogst mogelijke zorgvuldigheid geboden. Betrokken partijen zijn onder andere het CITO, DUO en de scholen. De eerste om de toets te leveren, de tweede om zorg te dragen voor een snelle, maar vooral nauwkeurige verspreiding. De scholen zijn betrokken vanwege de organisatie op school, en om ervoor te zorgen dat de examens pas geopend worden op het moment dat het examen start. Ook de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) is voortdurend betrokken bij de ontwikkelingen. Ik word door het CvE momenteel voortdurend op de hoogte gehouden van de stand van zaken. Daarnaast zijn er nauwe contacten tussen het CvE en LAKS om de berichtgeving aan leerlingen, ouders en scholen zo snel en zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.

De noodprocedure is erop gericht ervoor te zorgen dat de leerling zo min mogelijk merkt van het probleem dat is ontstaan. Dit betekent dat snelheid van handelen belangrijk is. Maar zorgvuldigheid gaat boven snelheid. Het risico moet worden uitgesloten dat door (te) grote snelheid er in de logistiek fouten gemaakt worden, die uiteindelijk de kwaliteit van het examen aantasten en daarmee de examenkandidaat nog sterker raken. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat dinsdagavond en woensdagmorgen nog niet precies duidelijk was hoe en waar in de keten het examen was gelekt. Ook dit betekende dat zorgvuldigheid voorop stond. Woensdagochtend is door het CvE besloten om het nieuwe examen niet die middag, maar donderdagmiddag om half twee te doen plaatsvinden. Dit is weliswaar uiterst vervelend voor de leerlingen, scholen en ouders, maar gaf alle betrokkenen in de logistieke keten de ruimte om zorgvuldig om te gaan met het verspreiden van het examen en het organiseren daarvan.

Naast het uitvoeren van het noodscenario is het CvE direct op zoek gegaan naar de oorzaak van het lek. Het werd al snel duidelijk dat het lek door diefstal bij een school was ontstaan. De directeur van de school heeft dit woensdag bij de inspectie gemeld. Zowel de directeur van de school als de directeur van het CvE hebben, na overleg met de inspectie, woensdag aangifte gedaan van diefstal bij de politie. In het belang van het nog lopende onderzoek en de ongestoorde afname van het examen door de leerlingen van de betreffende school, kunnen hierover op dit moment geen nadere mededelingen worden gedaan.

Hoe heeft het kunnen gebeuren en kan dit voorkomen worden in de toekomst?

Scholen zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldige behandeling van het examen. Dit betekent dat het examen veilig moet worden opgeborgen om geheimhouding te garanderen. Scholen garanderen de geheimhouding tot vlak voor het examen en moeten, indien er onregelmatigheden worden geconstateerd, hiervan direct melding doen bij de inspectie. In dit geval heeft de directeur juist gehandeld door direct de inspectie te waarschuwen toen hij de diefstal ontdekte. Op dit moment wordt door de politie onderzocht hoe de diefstal exact heeft plaatsgevonden. Zodra het onderzoek is afgerond kan bezien worden of dit voorkomen had kunnen worden en kunnen indien nodig hieruit lessen worden getrokken.

Volledig uitsluiten van dit type incident of diefstal is overigens niet mogelijk. Juist daarom heeft het CvE de noodprocedure. Daarbij kan de oplossing verschillen, afhankelijk van de zwaarte van het incident. Indien er bijvoorbeeld door een school vlak voor het examen ontdekt wordt dat er sprake is van een onjuist aangevraagd of geleverd examen, kan direct de noodprocedure in werking treden. In dit voorbeeld zou dit betekenen dat de school snel digitaal het juiste examen krijgt toegestuurd en dit zelf kan uitprinten: dit type incident wordt meestal niet breed bekend gemaakt, om commotie en daarmee extra stress onder leerlingen te vermijden. Ook is in zo’n geval de logistieke uitdaging veel kleiner. Er kan rechtstreeks met de school in kwestie (digitaal) worden gecommuniceerd. Scholen zijn hier ook op voorbereid en hebben hiermee geoefend. Dus in dit type gevallen merkt de leerling hier niets van.

Daarnaast wordt elk jaar de gang van zaken rond het examen door het CvE geëvalueerd en wordt die evaluatie met mij besproken. Zo wordt jaarlijks gecontroleerd of de procedures gewerkt hebben en waar mogelijk verbeterd moeten of kunnen worden. U kunt er van op aan dat ook dit incident zeer goed geëvalueerd gaat worden met alle betrokkenen. Een eerste aandachtspunt is bijvoorbeeld dat het voor leerlingen en scholen blijkbaar onvoldoende helder was dat bij een calamiteit de datum verschoven kan worden tot buiten het tijdvak. In de maart- en septembermededelingen van het CvE zijn de scholen hier overigens door het CvE wel op gewezen. De door het CvE gekozen oplossing past dan ook geheel binnen het kader van deze afspraken met de scholen. Dat neemt niet weg dat deze onduidelijkheid vervelend is voor de leerlingen en in de toekomst moet worden voorkomen. Ik heb overigens waardering voor de manier waarop bijvoorbeeld reisorganisaties omgaan met leerlingen die al een reis hadden geboekt.

Vooralsnog ben ik zeer tevreden met de manier waarop het CvE in overleg met zowel het CITO, DUO, de inspectie als het LAKS gehandeld heeft. Al deze partijen verdienen samen met de scholen een compliment voor de zorgvuldigheid en betrokkenheid waarmee gehandeld is. Mijn definitieve oordeel hierover schort ik vanzelfsprekend op tot na het onderzoek van de politie en de evaluatie van dit incident. Na de afronding van de evaluatie van het CvE zal ik de Kamer per brief informeren over de uitkomsten daarvan.

Tot slot

De prioriteit ligt op dit moment bij het zorgen voor een zorgvuldig afgenomen vwo-examen Frans. Ik ga er van uit dat dit door de gezamenlijke inspanning van de scholen, het CvE, CITO, DUO en het LAKS gaat lukken en wens de leerlingen veel succes bij hun examen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker