Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031288 nr. 819

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 819 MOTIE VAN HET LID WIERSMA

Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 10 februari 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

c constaterende dat bij de inwerkingtreding van de Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs is vastgelegd dat ook niet-bekostigde instellingen moeten voldoen aan de wettelijke verplichting het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef te bevorderen;

constaterende dat wanneer degenen die een instelling formeel of informeel vertegenwoordigen, discriminatoire gedragingen en uitlatingen uiten, de Minister een commissie van advies kan vragen om te beoordelen of de uitspraken discriminatoir zijn in de zin van wet- en regelgeving;

constaterende dat deze procedure sinds 2018 is ingezet bij de Islamic Univerity of Applied Sciences Rotterdam (lUASR) naar aanleiding van uitspraken van de rector, de heer Ahmet Akgündüz, en dat deze procedure tot op heden nog steeds niet is afgerond;

van mening dat de Minister sneller moet kunnen optreden bij instellingen waarbij formele of informele vertegenwoordigers discriminatoire gedragingen en uitlatingen uiten;

verzoekt de regering, om een verscherping van de wettelijke «verplichting het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef te bevorderen» uit te werken in een wetsvoorstel, waarbij de procedure tot het ingrijpen op basis van deze wet aanzienlijk wordt verkort, en hierover de Kamer voor het zomerreces van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Wiersma