Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931288 nr. 743

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 743 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2019

Tijdens het AO voorinvesteringen van 15 mei j.l. heb ik toegezegd de Tweede Kamer te informeren over de mogelijkheden bij DUO om de inzet van studievoorschotvouchers naar voren te halen. Met deze brief informeer ik u over het proces en het tijdspad.

Ik heb DUO gevraagd om voor drie verschillende opties, namelijk de voucher inzetbaar maken 3–8 jaar respectievelijk 4–9 jaar na afstuderen in plaats van 5–10 jaar, en de voucher inzetbaar maken voor de eerste wo-master, in kaart te brengen wat de mogelijkheden, kosten en risico’s zijn.

Zoals ik eerder al heb aangegeven, zal het vervroegd inzetbaar maken van de voucher lastig zijn doordat het niet alleen afhankelijk is van DUO, maar het betekent bijvoorbeeld ook een forse kasschuif. In het najaar zal ik de Kamer informeren over de uitkomsten van DUO. Hierbij zal ik ook ingaan op de motie van de leden Van der Molen en Westerveld.1

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Motie met Kamerstuk 31 288, nr. 736 over aanspraak maken op en flexibel inzetten van studievouchers